Begrijpend lezen: 6 pijlers van een krachtig onderwijsbeleid

Als de begrijpend-leesprestaties van onze 10-jarigen tijdens de afgelopen 10 jaar zo drastisch zijn gedaald als PIRLS aangeeft, dan is het hoog tijd voor een coherent en structureel onderwijsbeleid rond begrijpend lezen (in Nederland zou men dat waarschijnlijk een “aanvalsplan” noemen). Op basis van de reviewstudie van Vanbuel, Boderé en Van den Branden (2017) schuif ik de volgende pijlers naar voor:

  1. Wantrouw iedereen die 1 factor als “dé schuldige” of “dé oorzaak” aanduidt

De media staan weer bol van vette slogans en ondoordachte “verklaringen” die meer met politiek dan met onderwijs hebben te maken. Begrijpend lezen is een complexe vaardigheid, begrijpend-leesonderwijs is een complex gebeuren dat op complexe wijze samenhangt met de leesvaardigheid en leesmotivatie van jonge kinderen. Iedereen die roept dat het de schuld is van “te weinig kennis op school”, of van “pretpedagogie”, of van “ouders die niet meer lezen” ondermijnt een doorgedreven, rationele analyse van het probleem, en dus ook het ontwerp van een krachtdadig beleid. Onder de landen die ons ondertussen zijn voorbijgestoken, zitten er een boel die tijdens de afgelopen jaren structureel en doordacht een resem maatregelen op beleids-, school- en buurtniveau hebben genomen die goed op elkaar waren afgestemd en die het samenspel van de vele factoren die het probleem beïnvloeden, effectief bespelen.

  1. Vergaar meer data

 De grootste verrassing is dat PIRLS vorig jaar een verrassing was (en dat Jan Van Damme een half jaar nadien met dezelfde PIRLS-resultaten opnieuw voor paniek kan zorgen). Dat toont aan hoe slecht geïnformeerd we eigenlijk zijn: het beleid, de koepels en de scholen beschikken over te weinig data die het probleem al eerder aan de oppervlakte hadden kunnen brengen. In een informatierijke omgeving zorgen PIRLS en PISA alleen maar voor bevestiging van wat we al wisten. We moeten dus veel systematischer de begrijpend-leesprestaties en de ontwikkeling van onze leerlingen in kaart brengen en opvolgen. Er bestaat geen genormeerd leerlingvolgsysteem begrijpend lezen voor basisscholen in Vlaanderen, wat betekent dat zij grotendeels moeten terugvallen op de toetsen in hun taalmethodes: die worden echter gemaakt door uitgeverijen die in de eerste plaats commerciële bedoelingen hebben en die niet de middelen hebben om hun toetsen deftig te controleren op validiteit en betrouwbaarheid. Evenzeer onthutsend is dat wij nagenoeg geen data hebben over wat er écht in de klas gebeurt op het vlak van begrijpend lezen: dat soort van observatie-onderzoek wordt in Vlaanderen gewoonweg niet gefinancierd. Te praktijkgericht, te toegepast, te whatever: resultaat is dat we het moeten stellen met uitspraken van leraren over hoeveel uren ze aan begrijpend lezen spenderen, en op basis daarvan beginnen sommigen dan te roepen dat ze weten wat er in onze klassen precies gebeurt.

 

  1. Bundel de expertise

Ook opgemerkt hoezeer de verschillende partijen in de media met getrokken messen tegenover elkaar staan en de zwarte piet aan elkaar doorgeven? Zo los je geen crisis op. Een crisis los je op door samen te werken en krachten te bundelen. Roep experten, beleidsmakers en rechtstreeks betrokkenen bij elkaar, laat hen samen zo goed mogelijk het probleem analyseren, om vervolgens samen een beleidsplan te ontwikkelen waarin iedereen zijn steentje bijdraagt om tot een collectief gedragen bundeling van krachten te komen.

 

  1. Investeer massaal in leerkrachten

Investeer in de competentie van leerkrachten om effectief begrijpend leesonderwijs te geven én investeer in het leesplezier en –competentie van diezelfde leerkrachten. Wat dat eerste betreft, is het essentieel dat we in Vlaanderen het wetenschappelijk onderzoek rond effectieve begrijpend-leesdidactiek tot op de klasvloer krijgen. Onderzoekers moeten nog creatiever worden in het informeren van praktijkmensen. Leerkrachten moeten tot op de vloer ondersteund worden door begeleiders en moeten meer ruimte in hun takenpakket krijgen om samen te overleggen, te teamteachen en samen vakoverstijgende begrijpend-leesprojecten uit te werken. We moeten ook durven nadenken over een doorlichting van methodes: ons begrijpend-leesonderwijs wordt sterk aangestuurd door de teksten en taken in methodes, het loont dus de moeite om na te gaan in welke mate methodes het wetenschappelijk onderzoek naar effectieve didactieken volgen. En verder: als leraren zelf goed en graag lezen, wordt het voor hen makkelijker om goed begrijpend-leesonderwijs te geven én een ambassadeur van leesplezier te zijn. Recent onderzoek toont aan dat door de veranderde instroom in de lerarenopleidingen op bachelorniveau steeds minder van die studenten veellezers zijn. Daar moet elke lerarenopleiding krachtig op inzetten: verplicht elke student van de lerarenopleiding om elke week van zijn opleiding een kinderboek te lezen. Dat levert 150 boeken op drie jaar op.

  1. Neem leesplezier en leesbevordering au sérieux

 De nieuwe eindtermen voor de eerste graad bevatten geen aparte eindterm rond leesplezier. De eindtermencommissie taal was daar nochtans een sterke voorstander van. Er is immers veel wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat kinderen die met plezier lezen, veel lezen, en dat wie veel leest, beter presteert voor begrijpend lezen. Kinderen die goed willen leren begrijpend lezen, moeten kilometers maken. Dat doen ze alleen als ze aan lezen plezier beleven, van in de kleuterklas. Elke basisschool moet het daarom als een van haar basistaken beschouwen om het leesplezier van kinderen aan te wakkeren. Het is niet dat we een gebrek aan ideëen hebben over hoe scholen dat kunnen doen: kwartierlezen, boekenjuf, een breed aanbod van fictie en non-fictie, bibbezoek, voorlezen thuis, auteurs in de klas, ICT inschakelen…. Het bulkt van de ideeën en het leesaanbod voor kinderen is nog nooit zo groot geweest. En de school staat hierin absoluut niet alleen. De banden tussen scholen en ouders, tussen gemeentebesturen en scholen, tussen Iedereen Leest en scholen, tussen bibs en scholen, moeten dringend strakker worden aangehaald. Dat loont. Alleen, leesplezier bevorderen mag niet afhankelijk zijn van het lokale initiatief van enkele supergemotiveerde enkelingen, maar moet het resultaat zijn van een structureel leesbeleid dat door vele schouders gedragen wordt. Het is tijd om kleur te bekennen: wil Vlaanderen écht een regio met een leescultuur zijn?

 

  1. Ga niet over tot de orde van de dag als de mediastorm is gaan liggen

Begrijpend lezen is een cruciale sleutelcompetentie in de hedendaagse informatie- en communicatiemaatschappij. Het is tevens een vaardigheid waarop in alle schoolvakken een beroep wordt gedaan. In de basisvorming moet begrijpend lezen daarom een absolute prioriteit zijn. En dat moet zich vertalen in tijd: in plaats van minder uren, moeten er terug meer uren geïnvesteerd worden in het onderwijs van begrijpend lezen (doorheen het curriculum) en het bevorderen van leesplezier. Het is in de eerste plaats een kwestie van focus, veel meer dan een kwestie van meer geld.

Onlangs was ik lid van de doctoraatsjury van Janet Kigobe, een Tanzaniaanse onderzoeker die in de stad Dar Es Salaam de effecten onderzocht van een grootscheeps leesbevorderingsproject. Kinderen van het tweede leerjaar lazen 50 boeken per schooljaar, leerkrachten werden geschoold en de banden met ouders werden systematisch aangehaald om de ouders een actieve rol te doen opnemen in leesbevordering thuis. Het project kon positieve effecten voorleggen. Als het daar kan, kan het dan ook in het rijke, welvarende Vlaanderen?

 

 

 

 

 

Advertenties

3 gedachten over “Begrijpend lezen: 6 pijlers van een krachtig onderwijsbeleid

  1. Ja tot de zesde macht, Kris.
    Twintig jaar geleden werkte ik een drietal jaar voor UNESCO in Ecuador. Een van mijn belangrijkste taken bestond erin het Ministerie van onderwijs te adviseren. Hoe onervaren en weinig deskundig ik ook was, door de job drie jaar uit te oefenen werd ik zowaar een kleine factor van continuïteit in een volatiel onderwijslandschap. In Vlaanderen hebben we niet gemiddeld om de 9 maanden een nieuwe minister van onderwijs die er tussen aan- en aftreden moet voor zorgen zichzelf in de herinnering van de kiezers te werken, toch zijn er heel wat parallellen. In the picture kom je als minister vooral met aankondigingen van nieuwe beleidsspeerpunten. Geen gratis gevulde boekentas voor elk kind, maar wel net zo goed nieuwe eindtermen en de hervorming van onderwijsstructuren.
    Vlaanderen heeft nood aan een brede politieke consensus voor een coherent onderwijsbeleid op lange termijn. Om het uit te tekenen en te implementeren moet over de politieke partijgrenzen heen gewerkt worden. Even belangrijk is de afstemming met de koepels, de vakbonden en de onderwijsadministratie. Maar als het algemeen belang echt centraal komt te staan dan dienen ook de andere en minder gehoorde VLOR-actoren betrokken te worden gaande van leerlingen en studenten, ouders, sociale organisaties tot lerarenopleiders en academici. Samen kunnen we meer. Veel meer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s