7 werven voor het onderwijs Nederlands

Tijdens de “Week van het Nederlands” is het geen overbodige luxe om de onderzoeksrapporten over de taalcompetenties Nederlands van onze schoolgaande jongeren en recente visiestukken over een effectiever onderwijs Nederlands boven te spitten. De grond ruikt plots naar herfst, de aanbevelingen hieronder naar een ontluikende lente.

1. Maak van begrijpend lezen een absolute topprioriteit! Hier gaat geen weg meer naast. Zowel in het basis- als het secundair onderwijs dalen de leesprestaties van onze jongeren en stijgt het aantal leerlingen dat onder de minimumdrempel zit. Begrijpend lezen moet met absolute urgentie op de hoogste stek van de uurroosters, vakgroepvergaderingen en pedagogische studiedagen prijken. Schoolteams moeten zich informeren over onderzoeksgebaseerde sleutelprincipes voor krachtig leesonderwijs (en gelukkig zijn die voorhanden) en vervolgens samen (maar dan ook écht samen) aan de slag gaan. 

2. Breng literatuur tot leven: De manier waarop de school met literatuur omgaat, heeft een sterke impact op het leesgedrag van leerlingen (ook buiten de school). Leraren Nederlands en leren in het basisonderwijs groeien uit tot ware leesambassadeurs als ze hun eigen liefde voor literatuur uitstralen, als ze leerlingen gidsen naar deugddoende leeservaringen, als ze hun leerlingen kansen geven om hun leeservaringen in de klas te bespreken en bediscussiëren, als het lezen van literatuur aanleiding geeft tot boeiende gesprekken over het leven, racisme, angst, genderongelijkheid, liefde, verdriet….. Literatuuronderwijs komt tot leven als het lezen en bespreken van literatuur leerlingen helpt om andere mensen en hun motieven te begrijpen, als het (voor)lezen van literatuur leerlingen op het puntje van hun stoel krijgt, als het doorgronden van de schoonheid van de literaire taal de leeservaring verrijkt, en als er niet onnodig met termen wordt gestrooid, maar wel met levenswijsheden, humor, spanning en ontspanning.

3. Actualiseer het taalbeschouwingsonderwijs: Een leraar Nederlands vertelde me gisteren dat zijn school voortaan de “Atlas van de Nederlandse taal” gebruikt om in de 2de en 3de graad secundair aan taalbeschouwing te werken. Daarvoor is de Atlas inderdaad een goudmijn: hij bevat actuele, levendige informatie over de Nederlandse taal en geeft antwoorden op fascinerende vragen als: zijn dialecten op sterven na dood? Waarom maakt iedereen dt-fouten en waarom ergeren we ons daar aan? Hoe ontstaan nieuwe woorden? Hoe leren kinderen taal? Eigentijds taalbeschouwingsonderwijs gaat in op de vragen die leerlingen zich stellen over de fascinerende wereld van onze taal en benadert die op een wetenschappelijke en tegelijk boeiende manier. Zo kan taalbeschouwingsonderwijs niet alleen de taalcompetenties van leerlingen uitbreiden, maar ook een antwoord bieden op de onthutsende vaststelling dat veel leerlingen het vak Nederlands ‘saai’ en ‘niet relevant’ vinden.

4. Begeleid schrijfprocessen: Het onderzoek is kristalhelder. Wie leerlingen beter wil doen schrijven, moet meer doen dan leerlingen laten schrijven en hun producten van een beoordeling voorzien. Leerlingen worden betere schrijvers als ze modelteksten analyseren en er de criteria voor een goede tekst uithalen, als ze op een eerste draft van hun tekst feedback krijgen (van de leraar of van andere leerlingen) en op basis daarvan hun tekst reviseren en afwerken (inclusief het nakijken op taal- en spellingfouten). Schrijfopdrachten procesmatig begeleiden kost tijd, maar het is welbestede tijd die oplevert. Ter info, het beschikbare onderzoek toont aan dat de teksten van veel 18-jarige jongeren in Vlaanderen en Nederland een gebrek vertonen aan een heldere opbouw en het gebruik van het gepaste register. Daar kan binnen de procesgerichte begeleiding dan ook best primaire aandacht naar gaan.

5. Organiseer meer debatten: In Vlaanderen én Nederland klagen leerlingen dat ze tijdens de lessen Nederlands te weinig spreekkansen krijgen. Eén bruikbare (maar onderbenutte) werkvorm is het debat: een strak georganiseerde vorm van discussiëren over een maatschappelijk relevant thema. De leerlingen verdelen zich in een pro- en contrakamp, lezen eerst kritisch een aantal bronnen om argumenten te verzamelen, bereiden in groep hun argumentatie voor, en gaan dan met de tegenpartij in debat. Het debat kan gevoerd worden door een binnencirkel (helft van de klas) waarbij de andere helft (buitencirkel) de kwaliteit van het debat beoordeelt aan de hand van criteria voor goede debatvoering. In een eerste fase kan de leraar moderator spelen, maar later ook een leerling. Lezen, praten, luisteren, interageren en taalzorg komen geïntegreerd aan bod.

6. Leer jongeren kritisch met informatie omgaan: Als leerlingen op school teksten lezen, dan krijgen ze nadien vooral vragen die een variant zijn op de basisvragen “wat staat er in de tekst”? en “hoe staat het in de tekst”? In de 21ste eeuw, waarin leerlingen overspoeld worden met onbetrouwbare informatie en ongecensureerde meningen, zouden daar minstens twee andere vragen aan toegevoegd moeten worden: (1) hoe waar is het? Hoe waar is de informatie die ik krijg aangeboden? Hoe betrouwbaar is de bron die ik hier raadpleeg? Wie produceerde deze informatie, met welk doel? (2) hoe waardevol is deze informatie? Helpt deze informatie mij om mijn (lees) doel te bereiken? Hoe waardevol is deze informatie voor mijn eigen leven en voor dat van anderen? In welke situaties (ook buiten de school) is deze informatie bruikbaar, en wanneer best niet? Ben ik het eens met deze informatie? Welke morele waarden haal ik hier uit? Pittig weetje: het zijn dit soort vragen die steeds vaker in PISA-tests worden gesteld, en die belangrijk zijn voor het ontwikkelen van functionele geletterdheid.

7. Doorbreek de schotten tussen taal- en niet-taalvakken: De kansen om de taalcompetenties Nederlands van leerlingen te bevorderen, nemen exponentieel toe als dat niet alleen in het vak Nederlands gebeurt. Taalontwikkelend onderwijs Nederlands kan ook in niet-taalvakken: ook daar kan immers geschreven, kritisch gelezen, gepraat en gedebatteerd worden. Daarnaast bieden vakoverstijgende projecten leerlingen de kans om hun taalcompetenties los te laten op onderwerpen van andere vakken of van algemene aard. Op dit vlak heeft zich trouwens op veel scholen een sterke dynamiek ontwikkeld, die consistent is met de geest van de nieuwe eindtermen (die niet voor vakken, maar voor competenties zijn uitgeschreven). Maar ook dit gaat pas tot leven komen als leraren van diverse vakken samenkomen en samenwerken, en als de leraar Nederlands daarvan enthousiast deel uitmaakt.

Meer lezen?

https://www.vlor.be/publicaties/praktijkgericht-onderzoek/sleutels-voor-effectief-begrijpend-lezen

https://www.lezen.nl/nl/persberichten/sterk-actieplan-taalunie-voor-begrijpend-lezen-en-leesmotivatie

https://taalunie.org/publicaties/19/iedereen-taalcompetent

Een gedachte over “7 werven voor het onderwijs Nederlands

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s