Vijf fundamenten voor het onderwijs aan kleuters: een VLOR-advies

Vlaanderen heeft een sterk uitgebouwd kleuteronderwijs. Maar heeft het ook een sterk kleuteronderwijs? Voortbouwend op haar strategische verkenning van het onderwijs aan jonge kinderen (VLOR, 2022), brengt de VLOR nu een advies uit dat wil bijdragen aan “een sterke start” voor elk kind in Vlaanderen. In 5 fundamenten beschrijft de VLOR de kenmerken van hoogkwalitatief kleuteronderwijs en raakt het de “systeemfouten” aan die destijds in de strategische verkenning werden beschreven.

1. Onderwijs aan jonge kinderen verzekert een brede toegang.  Dit gaat niet alleen over een lage instapdrempel. Het gaat er vooral om dat het kleuteronderwijs tegemoetkomt aan de eigenheid van het individuele kind en diens eigen persoonlijke, grillige ontwikkelingslijn. Diversiteit (op alle vlakken) wordt daarbij benaderd als een realiteit en een kracht. In de strategische verkenning werd in dit verband de vraag geopperd of kleuteronderwijs wel zo gebaat is met de opdeling van kinderen in vaste leeftijdsgroepen. Er werd vastgesteld dat in veel landen met heterogene groepen (qua leeftijd) wordt gewerkt, wat oudere leerlingen de kans geeft jonge kinderen te helpen. Is ons onderwijs niet te veel bezig met het inpassen van jonge kinderen in bestaande structureren, eerder dan kindgericht te handelen en hun ontwikkeling flexibel en gedifferentieerd te benaderen?

2. Onderwijs aan jonge kinderen integreert leren, zorgen en spelen. In de Vlaamse context worden zorgfuncties, leermomenten en speelmomenten vaak nog los van elkaar gezien; buitenschoolse kinderopvang, voorschoolse zorg en schoolparticipatie worden apart van elkaar georganiseerd. Met een concept als “educare” wordt benadrukt dat, vanuit het kindperspectief, die schotten hoogst kunstmatig zijn: zorgmomenten kunnen bijzonder speelse én leerrijke momenten zijn, ook kindverzorgers spelen een cruciale rol in het opzetten van leerrijke interacties (bv. tijdens routines). Er is nood aan een holistische benadering, waarbij rijke inhouden en kwaliteitsvolle interacties door alle kindondersteuners worden aangeboden binnen een zorgzame speelleeromgeving: dat vertrekt vanuit een open blik op de interesses en bezigheden van het kind, en vanuit het basisidee dat ieder moment (hoe banaal ook) een rijk interactie- en leermoment kan zijn.

3. Onderwijs aan jonge kinderen bevat warme en zachte overgangen: Voor veel kinderen verlopen de overgangen van thuis naar school, van school naar kinderopvang en van kleuter- naar lager onderwijs erg abrupt. Dat moet zachter. De communicatie en inbreng van ouders in het schoolgebeuren (tot op de klasvloer) kan bijvoorbeeld voor een zachtere transitie zorgen. Het benutten van speeltijden en maaltijden als leerrijk interactiemoment kan voor continuïteit in de interacties zorgen. Het benaderen van leren als spelen (en omgekeerd) is nog zo’n zachte overgang: er moet voldoende ruimte zijn voor verbeeldingskracht, ondernemingszin, humor, vrije kindgestuurde activiteiten met aandacht voor zelfregulatie, en zulke activiteiten moeten als even volwaardig gezien worden als de zogenaamde echte instructiemomenten.

4. Onderwijs aan jonge kinderen biedt een krachtige taalleeromgeving. Jonge kinderen zijn bijzonder ontvankelijk voor het impliciet leren van taal vanuit betekenisvolle, motiverende en leuke interacties rond onderwerpen die hen interesseren. Taalonderwijs is in het kleuteronderwijs geen apart vak. Het is een kwestie van taalstimulering integreren in de rijke interacties van de hele klasdag. Het is een kwestie van het aaneenrijgen van duizenden kleine, deugddoende interacties met kinderen, waarin woordenschat herhaald terugkeert en zich telkens verbindt met andere woordcombinaties. Een krachtige taalleeromgeving doet ook recht aan het volledige linguïstisch repertoire waarover een kleuter beschikt en start bij elke kleuter van hoge verwachtingen.

5. Onderwijs aan jonge kinderen zet wederkerig partnerschap tussen school en ouders centraal. Om het leer- en ontwikkelingsproces van elk jong kind maximaal te ondersteunen vanuit een holistische kijk op dat kind, is een sterk partnerschap tussen school en ouders nodig. Het schoolteam neemt dus best initiatieven om de band met ouders aan te halen en ouders op een laagdrempelige manier in het schoolleven te betrekken.

Dit VLOR-advies zet aan tot nadenken: hoe kan ons kleuteronderwijs nog volwassener worden?

Zelf lezen?

https://www.vlor.be/adviezen/fundamenten-van-onderwijs-aan-jonge-kinderen

Vlaamse Onderwijsraad (2022). De toekomst van het onderwijs aan jonge kinderen. Een strategische verkennig. Politeia.

Een gedachte over “Vijf fundamenten voor het onderwijs aan kleuters: een VLOR-advies

Plaats een reactie