Liefst 26 meta-analyses die een periode van 70 jaar onderwijsonderzoek overspannen: qua empirische onderbouwing kan de reviewstudie van Emslander tellen. De resultaten zijn duidelijk: warme leraar-leerlingrelaties hebben een positief effect op de leerprestaties van leerlingen, hun onderwijssucces, hun executieve functies, hun motivatie en welbevinden op school. Warme leerling-leraar-relaties leiden ook tot een afname van ongewenst leerlinggedrag op school. De positieve effecten gelden onverkort en ongeacht gender (van leerlingen en leraren).
Wat kenmerkt zulke warme relaties? De leerling en leraar voelen zich positief verbonden met elkaar, de leerling voelt zich ondersteund door de leraar, kan bij hem/haar terecht, de leerling voelt zich veilig (bijvoorbeeld, veilig om een mening uit te drukken, fouten te maken, de wereld te verkennen). De leraar stelt hoge verwachtingen, geeft constructieve feedback, en reageert empathisch en consistent op de vragen en noden van de leerling. De leraar wordt door de leerling gezien als een veilige haven, waar troost, hulp, ondersteuning en aanmoediging kunnen worden bijgetankt.
Opvallend in deze reviewstudie is dat de bovenvermelde effecten van warme leraar-leerling-relaties (nog) groter zijn voor leerlingen van het secundair onderwijs dan voor jongere leerlingen. De onderzoekers vinden dit verrassend en suggereren mogelijke verklaringen. Misschien hebben de meeste jonge kinderen overwegend positieve percepties rond hun leraar en is er daarom minder variatie in de steekproeven. Het is ook mogelijk dat net in de periode van de puberteit (als veel jongeren worstelen met hun identiteit, pestgedrag of stress op school ervaren) de leraar een zeer belangrijke rol als (emotioneel) ondersteuner kan spelen. Het zou ook kunnen dat, omdat leerlingen in het secundair onderwijs veel verschillende leraren hebben, net de leraren met wie ze een warme relatie hebben extra veel indruk maken.
De onderzoekers zijn van oordeel dat de resultaten van hun studie belangrijke implicaties voor onderwijsbeleid hebben. Ze pleiten voor een schoolstructuur en -organisatie die warme, verbindende relaties tussen leraren en leerlingen bevorderen en centraal stellen. In het onderwijsbeleid moet ook voldoende aandacht gaan naar de socioemotionele en sociale aspecten van leren, en niet alleen naar de cognitieve aspecten ervan. In de lerarenopleiding en nascholingstrajecten moet voldoende aandacht gaan naar het uitbouwen van warme leraar-leerlingrelaties en het verhogen van de ‘sense of belonging’ van elke leerling. Er moet ook geïnvesteerd worden in wetenschappelijk onderbouwde monitoringsystemen voor het opvolgen van het welbevinden en vertrouwen van de leerlingen. Ook het versterken van verbindende relaties tussen leraren en ouders kan helpen.
Bron:
Emslander, V., Holzberger, D., Ofstad, S., Fischbach, A., & Scherer, R. (2025). Teacher–Student Relationships and Student Outcomes: A Systematic Second-Order Meta-Analytic Review. Psychological Bulletin, 151/3, 365-397.
