In opdracht van het Vlaams Departement Onderwijs werd het KOALA-screeningsinstrument door het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) opgefrist. Het vernieuwde instrument bevat voor schoolteams veel vertrouwde elementen, maar ook nieuwigheden, waarvan sommige op hun vraag werden aangebracht.
Waarom was een vernieuwing van het instrument nodig?
Daarvoor waren er 3 redenen:
- Ten eerste moet ieder centraal screeninginstrument na verloop van tijd voorzien worden van nieuwe toetsitems. Als dat niet gebeurt, wordt het gevaar op teaching to the test te groot. Dan springen, bij wijze van spreken, alle 5-jarige kleuters in september door een hoepel omdat leraren weten dat het screeningsinstrument zulk een opdracht bevat. Bovendien raken leraren na verloop van tijd zo vertrouwd met de toetsvragen dat sommigen de neiging hebben om de handleiding minder nauwkeurig te volgen.
- Ten tweede zijn er sinds de ingebruikname van KOALA nieuwe minimumdoelen ingevoerd: het was dus nodig om de toetsvragen goed af te stemmen op die nieuwe minimumdoelen.
- Ten derde vroegen een aantal scholen om meer differentiatie in de groene zone, zodat ook de allersterkste kleuters op het vlak van taalvaardigheid konden geïdentificeerd worden. Daarvoor moesten dus een aantal moeilijkere toetsitems in KOALA geïntegreerd worden.
Wat blijft hetzelfde?
Zeer veel. KOALA blijft een screeningsinstrument dat de luistervaardigheid van 5-jarige kleuters in kaart brengt en dat tot doel heeft kleuters die nood hebben aan extra taalstimulering te identificeren. De kleuters krijgen in de vernieuwde KOALA nog steeds een zestal taken en een dertigtal vraagjes op basis van mondelinge boodschappen. De kleuters moeten via een non-verbale handeling, of door iets te kiezen of aan te wijzen, duidelijk maken dat ze de instructie, het verhaal of de mededeling hebben begrepen. Ook de keuze tussen digitale afname of afname op papier blijft. Met andere woorden, kleuterleraren die vertrouwd zijn met de ‘oude’ KOALA zullen snel aan de slag kunnen met de vernieuwde KOALA.
Wat is er dan wél nieuw?
Er komen 5 zones in plaats van 3. Rood en oranje blijven, maar de ‘oude’ groene zone wordt verder onderverdeeld in geel, groen en donkergroen. In de gele zone belanden kinderen die vroeger slechts met de hakken over de sloot in de groene zone zouden zijn beland: hier is de boodschap dat die kinderen toch best goed in het oog worden gehouden, want ze zouden op bepaalde vlakken een te geringe taalvaardigheid Nederlands kunnen hebben. In de groene zone zitten de kinderen wiens taalontwikkeling Nederlands vlot verloopt. Als alles verder normaal verloopt, zullen die kleuters voldoende taalvaardig zijn om vlot in het eerste leerjaar mee te draaien. Bij kinderen in de donkergroene zone verloopt de taalontwikkeling supervlot. Voor hen kan de leraar overwegen om hen regelmatig extra uit te dagen, bijvoorbeeld met een moeilijker verhaal, een complexe instructie of door ze bijvoorbeeld zelf iets ingewikkelds te laten uitleggen.

Wordt de KOALA adaptiever?
Ja, om kleuters in de juiste zone onder te brengen, wordt de toets iets adaptiever. De oorspronkelijke KOALA was slechts in beperkte mate adaptief: Iedereen startte met een beperkte set eenvoudige opdrachten, en enkel bij een erg zwakke score kreeg een kind de ‘sterretjesversie’ met makkelijke items. In de vernieuwde KOALA zijn er 2 beslissingsmomenten. Die leiden telkens naar een andere set vragen, op maat van de kleuters. Zo komt elke kleuter in 3 ronden in een bepaalde kleurzone terecht.

Hoe kwamen de moeilijkste items tot stand?
De moeilijkste toetsitems, die dus kunnen dienen om de meest taalvaardige leerlingen te identificeren, hebben met verhaalbegrip te maken. Verhalen lenen zich immers erg goed tot het creëren van moeilijkere items, bijvoorbeeld door te kiezen voor iets langere verhalen met meer acties en personages of complexe verhaallijnen. Het is in verhalen ook mogelijk om complexere zinnen en woordenschat op te nemen. Het bijkomende voordeel is dat de vernieuwde KOALA zo ook goed aansluit bij de nieuwe minimumdoelen: daarin heeft verhaalbegrip immers een sterkere plaats gekregen. Door die verhaalitems komen er ook nieuwe soorten opdrachtjes in het screeningsinstrument: aan de kleuters kan gevraagd worden om een stukje verhaal na te spelen of om prentjes te ordenen (bijvoorbeeld in de juiste volgorde op basis van een beluisterd verhaaltje).
Wordt het voor de toetsafnemers lastiger om de KOALA af te nemen?
De ontwikkelaars van het CTO hebben er alles aan gedaan om de belasting voor de scholen dezelfde te houden. Ook de afnametijd blijft nagenoeg dezelfde: alleen zijn sommige verhaaltjes iets langer geworden. De scholen krijgen ook heel duidelijke instructies, scoretabellen, en een heldere handleiding. En op de website van het Centrum voor Taal en Onderwijs vinden ze ook alle informatie over veelgestelde vragen en infomomenten.
Meer weten?