Tien jaar geleden koos de Zweedse overheid radicaal voor de digitalisering van het onderwijs. In alle klassen werden hand- en invulboeken vervangen door computers en tablets, zelfs in de kleuterklas. Zweden had de steile ambitie om voorop te lopen op het vlak van technologie-gebaseerd onderwijs. Sinds kort waait er een andere wind. Onder andere omdat de leesprestaties van de leerlingen achteruitgingen, kiest de nieuwe regering resoluut voor pen en papier in de klas. Weg met alle smartphones en de computer. Is dat terecht?
Mmmm, ja en neen. Het is niet of – of. Onderwijs is geen paardenrace: je verbetert de onderwijskwaliteit niet door al je geld op één paard te verwedden.
Eerst de voorzichtige ja: er zijn meta-analyses die aantonen dat de leesprestaties van leerlingen iets beter zijn als ze op papier lezen dan wanneer ze dezelfde tekst op scherm lezen. De verschillen zijn niet spectaculair, maar ze zijn er. We weten niet helemaal hoe dat komt. Misschien heeft het iets met geconcentreerd en volgehouden lezen te maken. Kinderen ontwikkelen buiten de school een schermmodus: die is snel, flitsend, gevarieerd, beeldrijk. Aandachtsspannes verengen. In de Standaard der Letteren stelt Lize Spit dat de aandacht van mensen verhakkeld is in steeds kleinere stukjes – een voor een inwisselbaar voor een ander stukje. Daarom pleit ze voor suspense en spannende plots in hedendaagse literatuur. Anders loopt de lezer weg en ben je die kwijt.
In de klas mag je lezende kinderen niet kwijtspelen. De verhakkeling van aandacht is niet goed voor begrijpend-leesprocessen. Om een tekst te begrijpen, moet een lezer zelf actief betekenis verlenen aan de tekens in de tekst. Soms moet de lezer leesstrategieën inzetten en actief de betekenis van ontcijferde grafemen koppelen aan achtergrondkennis. Op een scherm gaat alles razendsnel (en moet dat blijkbaar ook zo), maar om een informatieve of literaire tekst te begrijpen, moet je net vertragen. Slow cooking. En volhouden, ook als het moeilijk wordt. Niet meteen swipen. Inzoomen, niet meteen wegzoeven. Met teksten op papier lukt het leraren misschien iets beter om hun leerlingen in die aandachtsrijke modus te krijgen: een papieren modus. Met rijke, boeiende, interessante teksten op papier lukt dat wellicht nog meer.
Maar toch mag dat niet betekenen dat alle schermen volledig uit de klas moeten worden verbannen. Want onze kinderen groeien nu eenmaal op in een digitale wereld: ze moeten leren omgaan met de kenmerken, verlokkingen, misleidingen, leugens én troeven van moderne technologie. We mogen daarbij niet uit het oog verliezen dat een steeds grotere proportie van teksten die mensen in het dagelijkse leven moeten kunnen begrijpen om volwaardig aan het maatschappelijk leven te participeren, digitale teksten zijn. En steeds meer taken zijn digitale taken. Daarbij moeten we erkennen dat voor sommige deelaspecten van schrijf- en rekenprocessen moderne technologie wel degelijk een positieve rol kan spelen. We moeten jonge mensen dus leren hoe ze op een verantwoorde, menswaardige en productieve manier moderne technologie – inclusief GenAI- kunnen inzetten tijdens schrijf-, lees- en andere taken, en hoe ze daarbij meerwaarde van minwaarde kunnen onderscheiden, en ondergraving van ondersteuning.
Hedendaagse onderwijssystemen doen er dus goed aan om zowel met pen en papier als met schermen te werken. Het hedendaagse onderwijs kan maar beter multimodaal zijn. Kritisch leren omgaan met moderne technologie is een sleutelcompetentie. Van kindsbeen af. Wanneer een leraar wat precies inzet, hangt af van het doel van de les en de focus van die leraar. En in beide gevallen – scherm of papier – is een krachtige didactiek nodig om het gekozen leermiddel echt tot een meerwaarde voor leerprocessen te laten uitgroeien. Een louter instrumentele beleidskeuze (schermen of niet) leidt immers niet an sich tot betere prestaties.
