Waarom de Centra Basiseducatie voortaan “Ligo” heten

In Esperanto betekent “Ligo” verbinden. De 13 Centra Basiseducatie in Vlaanderen, die zich richten tot laaggeletterde volwassenen, zijn verbonden door een gemeenschappelijke visie op leren en onderwijs.

Centraal staat de idee dat ze volwassenen willen helpen om sterker te staan in het leven. Daartoe worden onderwijsactiviteiten bewust verbonden met het echte leven. Lesgevers trekken met hun cursisten naar buiten en trekken de echte wereld binnen in de klas. Lesgevers zoeken bewust verbindingen met levensechte partners in de levensechte buitenwereld. In de basiseducatie wordt “taak” niet op een krijtbord geschreven, maar in het zand van een strand, dichtbij de zeerand, waar het kan aangetast worden door wind en regen en overspoeld door het opkomende tij.

Een cursist die zich inschrijft voor een cursus NT2, leert niet alleen NT2. Idem voor een cursus rekenen of starten met computers. In alle LIGO-cursussen worden bewust verbindingen gelegd met de sleutelcompetenties van de 21ste eeuw. Er wordt bewust en geïntegreerd gewerkt aan leren leren, leren omgaan met moderne technologie, leren samenleven in diversiteit, zelfredzaam worden, kritisch met informatie leren omgaan…. Ligo wil mensen versterken als ouders, burgers en werknemers in de hedendaagse, hooggeletterde, snel veranderende, hoogtechnologische wereld.

Ligo is de nagel op de kop. Want in essentie is leren verbinden. Cognitief is leren een verbinding maken tussen iets nieuws en datgene wat je al weet of kan. Motivationeel is leren een verbinding maken tussen wat je doet en wat je wilt bereiken: we investeren allemaal meer energie in leeractiviteiten als we daarmee een waardevol doel kunnen bereiken. Emotioneel gaat leren beter als er een warme verbinding ontstaat tussen de lerende en degene die de lerende onderwijst of ondersteunt. Daarom investeert Ligo in gecontextualiseerd leren, leren op maat en leren in een veilig, warm klimaat.

Leren is Ligo. En als onderwijs Ligo wordt, dan wordt het sterk en duurzaam onderwijs.

https://www.ligo.be/

De kracht van tutoring: een interview met Pedro De Bruyckere

Onderzoek toont systematisch aan dat “tutoring” positieve effecten op leren heeft. Om er meer over te weten te komen, stellen we een aantal prangende vragen over tutoring aan een expert: Pedro De Bruyckere, pedagoog en onderzoeker aan Arteveldehogeschool en de Universiteit van Leiden. Veel van het onderzoek dat hij met zijn collega’s uitvoert in Leiden gaat immers over tutoring.

Wat is tutoring precies? Is het een synoniem van “peer tutoring”?

Pedro: We zien dat er veel termen door elkaar gebruikt worden: tutoring, mentoring, bijles,… Als we het hebben over de effectieve vorm van tutoring, gaat het over een persoon die daarvoor opgeleid is en die kinderen doelgericht extra hulp biedt bij het leren. Bij peer tutoring zijn dit andere leerlingen die even oud of ouder zijn. Peer tutoring kan ook wel degelijk helpen, tenminste als het strak geleid wordt door de leraren. Bij mentoring ligt de nadruk op het helpen bij het mentale en is leren bijvangst, terwijl dit bij tutoring net omgekeerd is. Uit onderzoek blijkt dat tutoring het best helpt om ongelijkheid weg te werken en mentoring spijtig genoeg nauwelijks.

Op welke aspecten van leren op school heeft tutoring positieve effecten? Hoe robuust zijn die effecten?

Pedro: Als je de verschillende onderzoeken en meta-analyses naast elkaar legt, zie je dat vaak vakken als rekenen en taal opduiken. Zo is er bijvoorbeeld “High Dosage Tutoring”, een zeer effectieve aanpak die vanuit de VS onder andere naar Nederland overwaaide en waar Bo Paulle onderzoek naar doet aan de UVA. In die aanpak is er echter enkel aandacht voor rekenen, maar valt op hoe alle andere vakken ook vooruitgaan. De net overleden Robert Slavin werkte nog net voor zijn dood mee aan twee review studies die de robuuste resultaten voor taal en rekenen in de verf zetten. Tegelijk weten we ook wel dat het – zoals alles in onderwijs – niet altijd even goed werkt.

Moet tutoring aan bepaalde voorwaarden voldoen om goed te werken? Wanneer werkt het niet?

Pedro: Er zijn verschillende zaken die het leereffect kunnen beïnvloeden. Het is onmogelijk om volledig te zijn, maar enkele belangrijke elementen zijn de volgende:

  • Hoe beter opgeleid de tutor is, hoe beter de resultaten. Dit betekent niet dat vrijwilligers zonder opleiding niet kunnen helpen, maar voor hen is een goede opleiding én begeleiding nodig.
  • Het aantal leerlingen dat samengenomen wordt, heeft ook een bepalende invloed. Boven de 6 à 7 leerlingen daalt het effect zeer snel. 1 op 1 werkt meestal best, behalve voor taal, maar het verschil met 3 à 4 kinderen is relatief klein. Daarom is het slimmer om met een dergelijke groepsgrootte te werken.
  • Goede afspraken met de school en de leraren zijn onontbeerlijk zodat er doelgericht kan gewerkt worden en de tutoren nauw kunnen aansluiten bij bijvoorbeeld de methode en de leerstof.
  • Momenteel lijkt volgens onderzoek online tutoring niet zo effectief.

Profiteert de tutor evenveel als de tutee?

Pedro: We hebben hierover zelf onderzoek gedaan en mijn collega Demet Yazilitas merkte dat de visie van de tutoren op onderwijs positief evolueerde. We werken in Leiden met studenten binnen het Honors programma en deze topstudenten bleken nu met een veel positievere blik naar leraren en de school te kijken. Sommigen willen zelfs nu zelf voor de klas gaan staan.

Kan tutoring helpen om gelijke onderwijskansen te bevorderen?

Pedro: Het is een van de belangrijkste opties die we hebben, blijkt uit de meta-analyse van Jens Dietrichson en collega’s uit 2017. Het is een investering, dat klopt, maar het loont de moeite.

Kunnen scholen er zomaar aan beginnen? Valt het makkelijk in te voeren?

Pedro: Er zijn veel mooie initiatieven in Vlaanderen en ik weet van verschillende steden ondertussen die hierop willen inzetten, maar soms kan het voor een school toch behoorlijk verwarrend zijn om te starten. Momenteel speelt het Leerbuddy-project hier een ondersteunende rol in om scholen en tutoren en organisaties met elkaar te verbinden. Goed bepalen welke leerlingen hulp nodig hebben, welke hulp ze nodig hebben en een goede afstemming met de tutor maakt het verschil.

Meer lezen?

Check voor veel onderzoek rond tutoring de blog van Robert Slavin: https://robertslavinsblog.wordpress.com/?s=tutor

Meer info over het Leerbuddy-project: https://leerbuddy.vlaanderen/

Het team in Leiden maakte een website voor en door tutoren met praktische tips: https://www.leidsetutorprogramma.nl/