Begrijpend lezen in alle vakken van het secundair onderwijs: een krachtig praktijkvoorbeeld

Wat hebben de volgende vragen gemeenschappelijk?

  • Hoe werkt Spotify achter de schermen?
  • Wat heeft ons alfabet met economie te maken?
  • Hebben we nog maar vier jaar te leven als de bij sterft?
  • Hoe win je de lotto?

Antwoord: het zijn allemaal vragen die door het Leonardo College van Denderleeuw (secundair onderwijs) werden gebruikt in een vakoverschrijdend project rond begrijpend lezen. Het opzet van de “leescarrousel” was vrij eenvoudig. De leerlingen van het derde jaar gaan tijdens 1 voormiddag naar vier themakamers: STEM, talen, cultuur en economie, geest en lichaam. In elke kamer krijgen ze een lijstje te zien met fascinerende weetvragen zoals hierboven. De leerlingen kiezen 1 vraag die zij interessant vinden en lezen er een informatieve tekst over waarin ze het antwoord op hun vraag kunnen vinden. Daarna bespreken ze hun bevindingen met andere leerlingen; ze worden ook ondersteund door de leerkracht. Na ongeveer 40 minuten trekken ze naar de volgende kamer en herhalen ze deze werkwijze.

Het project groeide uit een wild idee van de talenleerkrachten en werd door hen aangedreven. Leraren van andere vakken sprongen op de kar. Het project werd door de leerlingen flink gesmaakt, én leidde tot teambuilding en professionalisering rond begrijpend lezen bij de niet-taalleerkrachten. Zowel leerlingen als leerkrachten ontdekten het belang van écht lezen: niet zomaar een tekstje lezen om er nadien wat schoolse invulvragen in het werkboek over op te lossen, maar lezen om interessante vragen beantwoord te zien en tegelijk relevante (vakgebonden) kennis op te doen. De nabespreking onder leerkrachten leverde het inzicht op dat het belangrijk is dat leerlingen stil lezen én hardop praten over wat ze gelezen (en menen begrepen te) hebben. En dat elke leerkracht voor ondersteuning bij begrijpend lezen kan zorgen, bijvoorbeeld door expliciet stil te staan bij moeilijke, maar cruciale woordenschat.

Dit “uitgelezen” project sluit wonderwel aan bij de aanbevelingen van de Taalraad en bij het rapport van de VLOR over krachtig leesonderwijs: beiden pleiten immers onomwonden voor een curriculumbrede aanpak van begrijpend lezen. Beiden pleiten ook voor een krachtige leesdidactiek waarbij leerlingen leeskilometers maken aan de hand van motiverende, functionele leesopdrachten en diepgaande interactie over tekst en leesdoel. Dit “uitgelezen” project verhoogt dus niet alleen de leestijd en het leesengagement van leerlingen, maar zorgt ook voor toegenomen engagement voor leesbeleid, en talenbeleid, in een team. En dat terwijl de vakdoelstellingen er niet onder lijden, integendeel.

Bovendien toont het Leonardo College met dit voorbeeld ook aan dat je om curriculumbrede impulsen te geven aan leesbevordering geen revolutionaire projecten moet opzetten. Begin klein, maar fijn! Bouw met het team vanuit die basis gestaag verder. Dat levert wellicht duurzamere resultaten op dan grootse plannen die wild ontvlammen en snel een stille dood sterven omdat iedereen meteen overbelast geraakt.

Bron:

Peter Van Damme, Marieke Van der Schueren & Daan Van de Pitte (2021). Een leesvoormiddag in het Leonardo College. Tijdschrift Fons, nr. 14, Rubriek Aan de slag.

Zorg goed voor beginnende leraren: oproep aan alle directies

De eindexamenmaand is weer aangebroken. Ook aan de lerarenopleidingen. Binnen een maand behalen honderden studenten aan de hogescholen en universiteiten hun diploma van leraar. Iets later zal u hun sollicitatiebrieven in uw mailbox vinden. Geloof ons vrij (want we spreken uit ondervinding): ze staan te popelen om met uw leerlingen aan de slag te gaan. Wij, lerarenopleiders, hebben hen tijdens de afgelopen maanden zien uitgroeien tot zelfzekere, bekwame, zorgzame, bezielde leerkrachten die hun vak met passie willen onderwijzen. Wij, lerarenopleiders, hebben een vraag aan u: draag goed zorg voor hen. Zorg er niet alleen voor dat ze kunnen starten, maar ook willen blijven.

We weten uit onderzoek van het Steunpunt Onderwijsonderzoek, en uit internationaal onderzoek, dat schoolleiders een uitermate belangrijke rol spelen in het terugdringen van het aantal jonge leraren die het onderwijs na minder dan drie jaar verlaten. We weten dat een aantal maatregelen die schoolleiders kunnen nemen voor jonge leraren een groot verschil kunnen maken. Ten eerste, omring hen goed. Jonge leraren zijn sterker geneigd om in het onderwijs te blijven als ze niet alleen kunnen genieten van een goede aanvangsbegeleiding op school, maar ook dagelijks omringd worden door collega’s bij wie ze terecht kunnen voor morele, praktische en inhoudelijke steun. Elke maatregel die schoolleiders nemen om de collegiale samenwerking en teambuilding op school te verhogen, draagt niet alleen bij tot de algehele onderwijskwaliteit, maar ook tot het welbevinden van starters. Daar zijn niet altijd ingewikkelde maatregelen voor nodig. Bijvoorbeeld, door het vrijroosteren van een graad-collega, parallelcollega of leraar van hetzelfde vak of hetzelfde jaar stijgt de kans dat de jonge leraar binnen de schooluren en binnen de schoolmuren overleg kan plegen met meer ervaren naaste collega’s.

Ten tweede, betrek jonge leraren in het samenstellen van hun lessenpakket. Probeer een evenwichtige, aantrekkelijke, haalbare opdracht voor hen samen te stellen, en besef dat zeker een jonge leraar nog heel wat opstarttijd nodig heeft om te wennen aan de administratieve verplichtingen en bijkomende taken van het lerarenberoep. Zoek naar manieren om de administratieve overlast voor jonge leraren binnen de perken te houden en geef hen ondersteuning van meer ervaren collega’s bij het opstellen van jaarplannen en het organiseren van oudercontacten. Pols regelmatig hoe het met hen gaat, en doe dat informeel. Geef de jonge leraar vertrouwen en autonomie in de eigen klas, maar overweeg om vormen van co-teaching en intercollegiale observatie voor jonge leraren te organiseren zodat ze zich tijdens hun startjaren ondersteund voelen in het uitvoeren van hun complexe lesopdracht. Overigens kunnen ook de leerkrachten met meer onderwijskilometers op de teller veel opsteken van co-teaching met hun jongere collega’s. Ga aan het einde van een schooljaar het gesprek aan met de jonge leerkracht over de samenstelling van zijn lessenrooster tijdens het volgende jaar: luister naar zijn/haar noden, verwachtingen, wensen, en zorg voor transparantie en continuïteit.  

In een notendop: koester onze jonge talenten. Koester hun innoverend vermogen en frisse ideeën, en erken hun nood aan ondersteuning. Investeer in hun groei, en daardoor in de groei van onderwijskwaliteit op heel uw school. Ga voluit voor het behoud van de glunder die op hun gezicht prijkt als ze straks, begin juli, met heel veel trots hun lerarendiploma in ontvangst nemen. Wij, als lerarenopleiders, zullen u er eeuwig dankbaar voor zijn.

Kris Van den Branden, Peter Van Damme en Gino Bombeke

Lerarenopleiders Educatieve Master Talen, Faculteit Letteren, KU Leuven