Eendracht maakt macht: Educatieve uitgeverijen engageren zich voor beter begrijpend-leesonderwijs

Kent u de website “samenvoorlezen.be”?

Het is een initiatief van de GEWU, de vereniging van de Educatieve en Wetenschappelijke uitgeverijen. Samen engageren ze zich om de begrijpend-leesaanpak in hun taalmethodes te actualiseren en optimaliseren. Dat doen ze door de 5 didactische sleutels die uit de VLOR-reviewstudie naar begrijpend-leesonderwijs naar voor kwamen, in hun methodes te integreren: (1) functionele, doelgerichte, uitdagende leesopdrachten; (2) diepgaande interactie over de inhoud van de tekst; (3) expliciete instructie van leesstrategieën; (4) concrete acties rond leesbevordering; en (5) een curriculumbrede aanpak van begrijpend lezen. Op de website bieden uitgeverijen Averbode, Die Keure, Plantyn, Van In en Zwijsen concrete voorbeelden van hoe ze de sleutels in hun methodes (zullen) integreren.

Dit initiatief sluit mooi aan bij het urgentiebesef waartoe ook de Taalraad opriep in haar rapport met aanbevelingen rond begrijpend-leesonderwijs. Het illustreert ook wat duidelijk werd op de recente studiedag over de peiling Nederlands die in het Departement Onderwijs werd georganiseerd: namelijk, dat er onder onderzoekers en vele andere onderwijspartners eensgezindheid heerst over de maatregelen die moeten genomen worden om ons leesonderwijs nieuw leven in te blazen en over de urgentie waarmee dat moet gebeuren.

Het initiatief voedt ook de hoop dat de verschillende partijen die bij onderwijsverbetering een rol spelen, elkaar vinden en wederzijds kunnen versterken. Kennedy (2013) noemt dit het “ecologische model” van onderwijsvernieuwing: alle partijen (overheid, uitgeverijen, schoolteams, onderwijsondersteuners en lerarenopleidingen) gaan in overleg met elkaar over werkzame maatregelen en ingrepen, geven elkaar feedback, en nemen elk hun deel van de verantwoordelijkheid op. De onderzoekers van de VLOR-reviewstudie brachten niet alleen het internationale onderzoek naar begrijpend-leesdidactiek samen, maar consulteerden ook leraren om de haalbaarheid en wenselijkheid van hun 5 didactische sleutels af te toetsen. Onderwijsondersteuners en uitgeverijen tekenden ondertussen een engagementsverklaring om actief bij te dragen tot beter begrijpend-leesonderwijs.

Natuurlijk lossen goede taalmethodes niet alles op. Flankerende maatregelen (zoals nascholing en professionaliseringskansen) die ervoor zorgen dat leraren de principes van effectief begrijpend-leesonderwijs onder de knie krijgen en met de verbeterde taalmethodes kunnen werken, zijn evenzeer nodig. Evenzeer kan een campagne rond leesbevordering waarbij ook buitenschoolse partners worden gesensibiliseerd om voor te lezen en leesmotivatie aan te wakkeren, een stevige bijdrage leveren. Ook lerarenopleidingen worden bij voorkeur versterkt en ondersteund om hun studenten zo goed mogelijk te scholen tot bekwame “leesinstructeurs” en ambassadeurs van leesplezier.

Samen voor lezen: de naam van de website is alvast goed gekozen. Er groeit in Vlaanderen duidelijk een draagvlak om gezamenlijk, met veel ambitie, en vanuit gedeelde principes het begrijpend-leesonderwijs te versterken!

 

Meer lezen?

http://www.samenvoorlezen.be

http://www.vlor.be/publicaties  (voor VLOR-reviewstudie en de 5 didactische sleutels)

http://taalunieversum.org/inhoud/begrijpend-lezen  (voor rapport van de Taalraad)

 

Zijn digital natives mediawijs? Over de ontnuchterende resultaten van ICILS 2018…

Nee, België deed helaas niet mee, maar toch kunnen er interessante lessen getrokken worden uit de International Computer and Information Literacy Survey 2018 waaraan 46.000 14-jarigen uit 21 verschillende landen (waaronder buurlanden als Duitsland en Frankrijk) deelnamen. De volgende citaten uit de persboodschap verspreid door de organisatoren van de studie spreken boekdelen:

“Young people do not develop sophisticated digital skills just by growing up using digital devices.”

“Providing students or teachers with ICT equipment alone is not enough to improve their digital skills.”

In de studie werden 4 niveaus van computer- en informatieverwerkingsvaardigheden (in digitale omgevingen) onderscheiden. Vanaf niveau 3 is er sprake van jongeren die in staat zijn om kritisch met informatie in digitale omgevingen om te gaan, de betrouwbaarheid van bronnen te checken, de gepaste bronnen en informatie te selecteren die bij hun doel passen, en vrij zelfstandig en flexibel allerlei computerprogramma’s en –toepassingen te gebruiken.

Opvallend is dat in zowat alle landen de meerderheid van de scores binnen niveau 2 vallen. Op dat niveau hebben leerlingen nog vrij expliciete, eenduidige instructies nodig, kunnen ze slechts informatie terugvinden die expliciet gegeven wordt en enkel redelijk basale wijzigingen aanbrengen aan digitale teksten en producten. Globaal behaalden slechts 21% van de jongeren niveau 3, en slechts 2% het hoogste niveau 4. Verontrustend is dat 25% van de jongeren niet hoger dan het laagste niveau 1 uitkwamen. Er zijn op dit vlak verschillen tussen landen, maar in de meeste landen scoort 1 op de 5 leerlingen lager dan niveau 2. De verschillen tussen leerlingen binnen landen is in deze survey overigens groter dan de verschillen tussen de landen: zoals in vele andere onderzoeken heeft de socio-economische status van de leerlingen een impact op de scores. Meisjes deden het globaal wat beter dan jongens.

Het ziet er dus naar uit dat de hedendaagse jongeren op snelheid worden gepakt: ze zijn er als de kippen bij om met moderne technologie aan de slag te gaan, maar velen van hen missen de kennis, vaardigheden en attitudes om er efficiënt, kritisch, mediawijs en effectief mee te werken. Of, in de woorden van Considine, Horton en Moorman (2009):

In regard to media and technology, it can be said that Millennials are self-taught but not well-taught.”

Computers in de klas binnenbrengen volstaat niet om leerlingen deze cruciale 21ste-eeuwse sleutelcompetentie bij te brengen. Jongeren hebben kwaliteitsvol onderwijs in mediawijsheid nodig. Gelukkig is dit geen vakoverstijgende eindterm, maar een vakkendoordringende sleutelcompetentie: in alle vakken van het curriculum kan er immers aan gewerkt worden. Alle leerkrachten moeten hier dus hun verantwoordelijkheid opnemen. Hier is duidelijk nog marge ter verbetering, want in de ICILS-landen bleek slechts 32% van de leerkrachten met digitale lesinhouden in het eigen vak aan de slag te gaan. Leerkrachten blijken het meest geneigd te zijn om aan deze competenties te werken als (a) ze vertrouwen hebben in hun eigen ICT-vaardigheden; (b) ze positief staan tegenover ICT in het onderwijs; (c) als hun school samenwerking tussen leerkrachten op het vlak van ICT aanmoedigt en ondersteunt.

De conclusie is duidelijk: zowel leerlingen als leerkrachten gerichte ondersteuning nodig op het vlak van computer- en informatieverwerkingsvaardigheden. In tijden van voortschrijdende digitalisering en fake news mogen we deze trein van de tijd niet langer missen…

Meer lezen?

https://www.iea.nl/studies/iea/icils/2018

 

Wat alle leraren moeten weten en kunnen: een raamwerk met 8 evidence-informed standaarden

Aan het begin van 2020 niet alleen de beste wensen aan alle lezers van deze blog, maar meteen ook een must-read voor alle lerarenopleiders, onderwijsondersteuners en iedereen die begaan is met de kwaliteit van ons onderwijs. Het Initial Teacher Training Core Content Framework beschrijft wat alle (startende) leraren zouden moeten weten en kunnen om kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden. Het document wordt verspreid door het Britse Ministerie van Onderwijs en werd gereviewd door de Education Endownment Foundation op basis van recent wetenschappelijk onderzoek naar effectief onderwijs. Interessant is dat de auteurs het een “entitlement” noemen voor studenten van de lerarenopleiding: ze hebben het basisrecht om dit te leren. Dat betekent niet alleen dat zij het recht hebben om een initiële lerarenopleiding van zeer hoge kwaliteit te volgen, maar ook dat zij intensief worden begeleid door ervaren collega’s tijdens de eerste jaren van hun beroepsuitoefening en dat zij gedurende hun hele carrière kansen krijgen om samen met hun collega’s hun deskundigheid als leraar verder uit te breiden.

Het raamwerk is opgebouwd aan de hand van 8 standaarden. Voor elke standaard wordt beschreven wat de leraar zou moeten weten (‘learn that…’) en zou moeten kunnen (‘learn how to …’). De dia onderaan dit blogbericht illustreert hoe zo’n standaard er uitziet. De 8 standaarden zijn de volgende (en daarbij doe ik telkens een kleine greep uit de beschrijving ervan):

  1. Set high expectations: Hier wordt onder andere benadrukt dat leraren moeten weten dat de doelen en verwachtingen die zij stellen een sterke impact hebben op de ontwikkeling van hun leerlingen hebben en dat ze hoge verwachtingen moeten koesteren voor alle leerlingen, ook voor sociaal kwetsbare leerlingen. Wat vaardigheden betreft, moeten leraren o.a. uitdagende taken kunnen ontwerpen en introduceren, een klasklimaat leren creëren waarin fouten maken mag en waarin leerlingen aangemoedigd worden om vol te houden en van hun fouten te leren.
  2. Promote good progress: Leraren moeten o.a. weten dat nieuwe kennis maar kan beklijven als die wordt verbonden met reeds aanwezige voorkennis. Bijgevolg moeten leraren nieuwe inhoud in hun lessen leren doseren en de voorkennis van de leren leren oproepen. Ze moeten hun lessen ook goed leren structureren zodat het werkgeheugen van de leerlingen niet wordt overladen met een overdosis aan nieuwe informatie.
  3. Demonstrate good subject and curriculum knowledge: Leraren moeten een diepgaande kennis van hun vakgebied hebben, alsook van de inhouden die in het curriculum aan bod komen. Ze moeten weten welke cruciale basiskennis leerlingen zeker moeten verwerven en welke misconcepties die daarover soms opbouwen. Leraren moeten in dit verband o.a. de vaardigheid bezitten om kernconcepten op een heldere, begrijpelijke en motiverende manier aan te brengen, abstracte begrippen met concrete voorbeelden te verbinden, en belangrijke concepten herhaaldelijk te laten terugkeren doorheen de cursus.
  4. Plan and teach well structured lessons: Hier wordt benadrukt dat leraren de kracht moeten kennen van o.a. modelling, coöperatief leren, rijke interactie, gevarieerde vraagstelling, feedback en betekenisvolle, uitdagende taken; leraren moeten ook weten dan leren een proces is dat tijd, herhaling en gespreide oefening/ taakuitvoering vraagt. Leraren moeten in dit verband de interactievaardigheden en klasmanagementvaardigheden opbouwen om rijke interactie in de klas vorm te geven, groepswerk constructief te begeleiden, een heldere uitleg te geven en expliciete verbindingen te leggen tussen verschillende taken en lessen.
  5. Adapt teaching: Leraren moeten weten dat leerlingen verschillen en dat ze niet allemaal hetzelfde leren van hetzelfde onderwijsaanbod. Leraren moeten dus de vaardigheid ontwikkelen om hun lesaanbod, didactische methode en wijze van ondersteuning gedifferentieerd aan te passen aan de voorkennis, vragen, vaardigheid en motivatie van verschillende leerlingen. Ze moeten leren om groeperingsvormen te hanteren die voor alle leerlingen – ook de sociaal kwetsbare leerlingen en de leerlingen met beperkingen – voldoende leerrijk en uitdagend blijven.
  6. Make accurate and productive use of assessment: Leraren moeten weten dat kwaliteitsvolle assessment hen cruciale informatie kan bezorgen over het leerproces, de leernoden van leerlingen alsook over de kwaliteit van hun onderwijs, en dat feedback (die verder gaat dan alleen maar punten geven) een sterk effect op leren kan hebben. Ze moeten o.a. de vaardigheid ontwikkelen om de prestaties en ontwikkeling van hun leerlingen breed te observeren en evalueren en daarbij gebruik te maken van een variatie aan methodes en instrumenten, en om de leerlingen van voedende feedback te voorzien.
  7. Manage behaviour effectively: Leraren moeten o.a. weten dat een warme, constructieve relatie met hun leerlingen het leren ondersteunt, dat alle leerlingen nood hebben aan succeservaringen, een goed gestructureerd en veilig klasklimaat, en een omgeving waarin ze gerespecteerd en begrepen worden. Leraren moeten in dit verband leren krachtdadig op te treden tegen pestgedrag, duidelijke instructies te geven, rechtvaardig en consequent met ordeverstoring om te gaan, en leerlingen helpen om zelfsturend en zelfregulerend te worden.
  8. Fulfil wider professional responsibilities: Leraren moeten weten dat iedere leraar beter kan worden door met collega’s te overleggen, samen te werken en samen voor de klas te staan; dat goede banden met ouders de leerprocessen van de leerlingen kan bevorderen. In dit verband moeten leraren dus o.a. leren om open en constructieve gesprekken met ouders en onderwijspartners aan te gaan; leren openstaan voor advies en feedback van collega’s; en de kans krijgen om de hulp van een mentor in te roepen, rijke netwerken met andere leraren op te bouwen, en structureel kansen te krijgen om een nog betere leraar te worden.

Niemand, aldus de auteurs, wordt als topleraar geboren. Niemand heeft het bovenstaande volledig verworven op het moment dat hij of zij een diploma van de initiële lerarenopleiding in handen krijgt. Topleraren blijven leren, en ze blijven hun collega’s ondersteunen om ook topleraar te worden.

ITT snapshot.png

Het volledige raamwerk consulteren?

https://assets.publishing.service.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/843676/Initial_teacher_training_core_content_framework.pdf