Naar een onderwijs van rede en vrede

Ik wens Vlaanderen een onderwijs van rede en vrede. “Rede” zoals in redeneren, redelijkheid, redenen en redevoering. “Vrede” zoals in vredelievend, vrede nemen met jezelf, in vrede samenleven met anderen, en je veilig en vredevol voelen in de klas.

Rede

Op school doen leerlingen in alle vakken voortdurend nieuwe kennis op. Kennis van losstaande feiten is echter als los zand: heel vluchtig. In uitstekend onderwijs voedt kennis rede. In uitstekend onderwijs verwerven leerlingen de vaardigheid om met kennis diepgaand te redeneren. Dat betekent dat leerlingen leren verbanden leggen, doelgericht nadenken, theorieën toepassen op concrete situaties/voorbeelden en omgekeerd, conclusies leren trekken uit de gedachtendraden die geweven worden rond samenhangende feiten in betekenisvolle gehelen.  

Leerlingen hoeven niet te wachten tot in het secundair onderwijs om te leren redeneren. Kleuters kunnen op hun niveau al redeneren. Uitstekend onderwijs zet kleuters aan het denken. Uitstekend onderwijs leert leerlingen om kennis toe te passen én vanuit toepassingen kennis op te bouwen en verdiepen. Uitstekend onderwijs doet recht aan de complexiteit van denk- en leerprocessen door de interactie tussen kennis en vaardigheid bewust op te zoeken. Bijvoorbeeld, hoe belangrijk achtergrondkennis ook is voor het begrijpend lezen van een tekst, begrijpend lezen is evenzeer belangrijk om nieuwe kennis op te doen (zo niet, dan zouden alle uitgeverijen van non-fictie de boeken mogen sluiten). Vaardigheid en kennis gedijen in uitdagende onderwijscontexten die de beredeneerde integratie van die vaardigheden en die kennis nastreven. Zo maakt uitstekend, duurzaam onderwijs alle leerlingen “rederijker”.

Rede, ook zoals in “reden”. Uitstekend onderwijs leert leerlingen begrijpen en onderzoeken waarom bepaalde feiten zijn wat ze zijn. Het graaft onder de feiten. Het stapelt niet zomaar feiten en vaktermen op, maar scherpt de kritische zin van kinderen aan: het stimuleert hen om systematisch de vraag stellen hoeveel redenen er zijn om aan te nemen dat een bewering juist of fout is en een feit echt een feit. Het leert hen zo met redelijkheid fake news en de sociale-media-terreur van ongefundeerde meningen van 75 karakters te ontmaskeren. In uitstekend, duurzaam onderwijs krijgen leerlingen ook niet zomaar punten, maar zien ze de redenen achter die punten: ze komen te weten waarom bepaalde aspecten van hun prestatie beter konden en hoe dat dan kan. En uitstekend onderwijs geeft leerlingen goede redenen om energie te investeren in leertaken: het motiveert en inspireert.

Rede, ook zoals in “redevoering”. Uitstekend onderwijs geeft een rijke woordenschat aan kinderen, leert hen hoe je oordelen met taal kunt onderbouwen, hoe je voorbij emotionele, impulsieve reacties kunt communiceren. Uitstekend onderwijs leert kinderen kennis omzetten in de vaardigheid om te argumenteren en daarbij de argumenten van anderen in overweging te nemen. Uitstekend onderwijs daagt leerlingen uit om, op basis van gegronde redenen en argumenten, in debat te gaan met andere leerlingen en bronnen. Het durft leerlingen zelfs uitdagen om in alle redelijkheid een mening te verdedigen die niet de hunne is en echt te willen begrijpen waarom mensen andere standpunten of perspectieven innemen.

Rede, zoals in redelijkheid dus. De redelijkheid om te wikken en wegen, de vaardigheid om het kaf van het koren te scheiden, de waarde van nieuwe kennis en informatie in te schatten voor de doelen die een leerling wil nastreven. De redelijkheid om kennis aan te wenden om authentieke, complexe problemen op te lossen. De redelijkheid om het eigen leerproces rationeel aan te sturen en te reguleren.

Vrede

Om de bovenstaande “rede” en “redelijkheid” te ontwikkelen, moeten leerlingen veel energie investeren in schoolse leertaken. Leerlingen genereren meer cognitieve energie als ze zich veilig en gerespecteerd voelen op school. Als er in hun ogen een vredevol klimaat in hun klas heerst. Als ze niet gepest worden, niet bang hoeven te zijn om hun mening te uiten, fouten mogen maken en daaruit kunnen leren. Welbevinden (“vrede” in het eigen gemoed) en cognitieve inspanning voeden elkaar, kunnen niet losgezien worden van elkaar, zijn beide cruciaal voor duurzaam, diepgaand leren.

Vrede, ook zoals in “vrede nemen met jezelf”. Uitstekend onderwijs voedt niet alleen de cognitieve ontwikkeling van leerlingen. Het voedt de hele persoon. Het voedt jonge mensen op tot mensen met veel zelfvertrouwen. Mensen die hun sterktes kennen en uitspelen, en ook weten hoe ze met bepaalde van hun beperkingen het best kunnen omgaan. Mensen die vertrouwen op hun leervermogen, gevoed door de hoge verwachtingen van hun leraren.

Uitstekend onderwijs helpt leerlingen ook om vredevol met anderen samen te leren, leven en werken. Het leert hen respect op te brengen voor andere zienswijzen, perspectieven, standpunten, religies of geaardheden. Het leert hen “vredeneren”: in gesprek gaan met anderen, luisteren naar andere meningen en die zelfs in overweging nemen. Uitstekend onderwijs leert kinderen van in het basisonderwijs hoe ze geschillen op een beschaafde manier kunnen beslechten, hoe ze werkzame compromissen kunnen uitwerken door naar verschillende argumenten te luisteren en die met respect te behandelen, en hoe uit de confrontatie van ideeën en informatiebronnen een deugddoende synthese kan ontstaan. Leerlingen ervaren zo dat in gesprek gaan meer is dan de eigen egelstelling innemen en het eigen gelijk te proberen halen, en dat samen vredeneren tot gezamenlijk leren en hoger-orde-denken kan leiden.

Vrede, zoals in een meer vredelievende wereld. Uitstekend, duurzaam onderwijs zet leerlingen aan om voorbij hun eigen selfie te kijken en bij te dragen tot een betere, duurzame, conflictvrije wereld. In hun onmiddellijke omgeving, in de Vlaamse samenleving, op wereldvlak. Wereldvrede.

Uitleiding

Een onderwijs van rede en vrede vindt weinig baat bij stellingenoorlogen in de trant van “kennis versus vaardigheden”, zoals die op sociale media over de hoofden van leraren heen worden gevoerd. Een onderwijs van rede en vrede heeft vooral nood aan een intensieve, doorgedreven ondersteuning van leraren, vanaf hun startfase tot aan het einde van hun loopbaan. Een onderwijs van rede en vrede kan immers maar groeien als leraren zich in meer dan redelijke arbeidsomstandigheden kunnen concentreren op de kern van hun job: in interactie gaan met jonge mensen, hun ontwikkeling voortstuwen. En ook als die leraren de tijd krijgen om zich tijdens hun hele loopbaan verder te professionaliseren door zich te verdiepen in onderzoek en samen met hun teamgenoten te redeneren over hoog-kwalitatief onderwijs. Uitstekend en duurzaam onderwijs drijft op de energie van leraren en hun leerlingen: die verdient het om krachtig gevoed en aangedreven te worden. Die verdient de waardering van de hele samenleving.

  • met dank aan Peter Van Damme en Gino Bombeke voor hun feedback op een eerste versie van deze nieuwjaarswens aan alle onderwijsgeven en leerlingen
Advertentie

Wat zijn de lievelingsvakken van Vlaamse 14-jarigen, en hoe komt dat?

Lichamelijke opvoeding, Engels, Wiskunde en Wetenschappen: dat zijn volgens het grootschalige Talent-onderzoek de lievelingsvakken van leerlingen van het tweede jaar secundair in het Vlaams onderwijs. Het onderzoek is vooral interessant omdat het inzicht biedt in de drijfveren achter die ranking. Drie factoren drijven boven: het interesseprofiel van de leerlingen (wat vindt een leerling intrinsiek interessant?), hun cognitieve capaciteiten (wat kan een leerling goed?), en de invloed van de omgeving, met name de leerkracht.

Interesseprofiel

De onderzoekers werkten met de RIASOC-vragenlijst. Daarin worden 6 interesseprofielen onderscheiden: (1) Realistisch (voor wie vooral houdt van praktische activiteiten), (2) Intellectueel (voor wie graag dingen onderzoekt), (3) Artistiek (voor wie geniet van kunstzinnige expressie), (4) Sociaal (voor wie graag met mensen omgaat), (5) Ondernemend (voor wie het fijn vindt anderen te overtuigen) en (6) Conventioneel (voor wie graag op een precieze, systematische manier zaken organiseert). Uiteraard kunnen mensen zich in meer dan 1 profiel herkennen. Er bleek een sterk verband te bestaan tussen het interesseprofiel van de leerlingen en hun voorkeuren voor bepaalde vakken op school. Zo bleken leerlingen met een sterke Realistische interesse aangetrokken te worden tot technische vakken, deden leerlingen met een sterke Intellectuele interesse graag wiskunde en wetenschappen en genoten Artistieke leerlingen vooral van kunstzinnige vakken (muziek, Plastische Opvoeding). Ook vakken met een sterke culturele component (Nederlands, geschiedenis) deden het goed bij Artistiek georiënteerde leerlingen. Leerlingen met een Sociale interesse kozen vaak voor taalvakken (Engels), terwijl Ondernemende leerlingen aangetrokken werden tot het vak economie. Leerlingen met een Conventionele interesse toonden dan weer een voorkeur voor wiskunde. De RIASOC-interessetypes bleken daarbij ook meer subtiele verschillen tussen vakken goed te voorspellen: terwijl leerlingen van het Intellectuele type graag wiskunde en wetenschappen deden, appelleerde het vak STEM, waarbij wiskundig-wetenschappelijke inhouden op een meer toegepaste manier worden aangeboden, net aan leerlingen met een sterke Realistische (praktische) interesse.

Cognitieve capaciteiten

Deze tweede factor sluit mooi aan bij een basisinzicht in veel hedendaagse motivatietheorieën, namelijk dat mensen graag doen wat ze goed kunnen. Het vooruitzicht succesvol te kunnen zijn bij het uitvoeren van leertaken, zet mensen aan om energie in de leertaak te investeren. In dit onderzoek werd gewerkt met het verschil tussen vloeiende intelligentie (gerelateerd aan abstract redeneren) en gekristalliseerde intelligentie (verbaal verworven kennis). Leerlingen met een hoge vloeiende intelligentie bleken zich vaak aangetrokken te voelen tot wiskunde, een vak waarin het abstract redeneervermogen sterk wordt aangesproken. Leerlingen met een hoge gekristalliseerde intelligentie hadden eerder een voorkeur voor verbaal-culturele vakken, zoals geschiedenis en Nederlands.

Omgevingsfactoren

Het bovenstaande lijkt te suggereren dat het interesseprofiel van leerlingen vastligt, maar dat is geenszins het geval. De leerkracht kan een sterke invloed uitoefenen op de energie die leerlingen investeren in een vak en de interesse die ze erin ontwikkelen. Interesse is met andere woorden “maakbaar”. Uit een deelonderzoek rond de vakken wiskunde en Frans bleek bijvoorbeeld dat als een leerkracht zelf enthousiast lesgeeft, de leerlingen ook enthousiaster worden. Het enthousiasme van de leerkracht is dus wel degelijk besmettelijk (in de zeer positieve zin van het woord). Uit de tweede factor kunnen we bovendien afleiden dat leraren die hun leerlingen goed ondersteunen om succeservaringen op te doen bij het uitvoeren van interessante, uitdagende leertaken ook bijdragen tot een groeiende, en hopelijk duurzame, interesse van leerlingen voor hun vak.

Bron?

Pesten op school bestrijden: wat kunnen leraren doen? Inzichten uit de Teachers4Victims studie

Aan de KU Leuven loopt de Teachers4Victims studie, een uitgebreid onderzoek naar pesten op de basisschool. De onderzoeksresultaten liegen er helaas niet om: pesten is nog niet uit onze Vlaamse basisscholen verdwenen. Gelukkig biedt het onderzoek inspiratie om er wat aan te doen. De belangrijkste inzichten worden hieronder samengevat door Fleur van Gils, een van de projectmedewerkers.

Hoe wijdverspreid is pesten in onze lagere scholen? Hoeveel kinderen worden in Vlaamse scholen gepest?

Fleur: Bij het begin van het schooljaar gaf één op de vijf leerlingen in het 4e tot 6e leerjaar aan minstens twee à drie keer gepest te zijn tijdens de voorgaande maanden. Gelukkig nam dit in de loop van het schooljaar wel duidelijk af. In april gaf 12% van de leerlingen aan in de voorgaande maanden gepest te zijn.

In een aantal projecten ter bestrijding van pesten krijgen klasgenoten een belangrijke rol toebedeeld? Staan jullie ook achter dat idee?

Fleur: Zeker! Klasgenoten kunnen een belangrijke rol spelen in het tegengaan van pesten. In de participant role benadering van Christina Salmivalli worden verschillende rollen geschetst die leerlingen naast pester en slachtoffer kunnen aannemen: assistent, bekrachtiger, verdediger en buitenstaander. Wanneer het grootste deel van deze leerlingen de verdedigerrol aanneemt en dus opkomt voor het slachtoffer, is de pester niet meer zo machtig en zal het pesten (sneller) stoppen.  

Wat is de rol van de leraar in het bestrijden van pesten? Hoe belangrijk is die rol?

Fleur: Ook voor de leerkracht is een belangrijke rol weggelegd. De leerkracht kan dienen als voorbeeld voor leerlingen in de klas. Enerzijds kunnen leerlingen van de leerkracht leren hoe zij positieve sociale relaties aangaan. Anderzijds kan de leerkracht laten zien dat pestgedrag niet wordt getolereerd door in te grijpen bij pesten. Ook leerlingen vinden dat leerkrachten een belangrijke rol hebben in het bestrijden van pesten. In onze studie gaf meer dan driekwart van de leerlingen aan dat leerkrachten volgens hen (heel) veel kunnen doen om pesten op school te verminderen.

Kan je concrete voorbeelden geven van manieren waarop leraren pestgedrag kunnen voorkomen?

Fleur: Proactief kunnen leerkrachten tonen hoe leerlingen op een respectvolle manier met elkaar omgaan. Hierdoor kunnen zij samen een goede klassfeer creëren. Daarnaast is het belangrijk om aandacht te geven aan het thema pesten en hier álle leerlingen bij te betrekken, zodat zij voor elkaar kunnen opkomen. Mocht er zich dan toch een (beginnende) pestsituatie voordoen is het goed wanneer leerkrachten tijdig (kleine) signalen opmerken, zodat ze de pestsituatie snel kunnen oplossen.

Wat weten we over de mate waarin leraren die rol al opnemen?

Fleur; Uit ons onderzoek blijkt dat leerlingen vinden dat zij vrij positieve (en weinig conflictueuze) relaties met hun leerkrachten hebben. Daarnaast gaven zowel leerlingen als leerkrachten aan dat leerkrachten vaker wél dan niet ingrijpen bij pesten. Iets minder dan de helft van de leerlingen gaf aan dat hun leerkracht (bijna) altijd goed reageert wanneer er gepest wordt. Toch gaf ook 36% van de leerlingen aan dat hun leerkracht (bijna) nooit goed reageert.

Kunnen leraren getraind worden op dit vlak? Zo ja, hoe ziet zo’n training er dan uit?

Fleur: Pesten is een complex probleem, maar gelukkig kunnen leerkrachten wel getraind worden om hier zo goed mogelijk mee om te gaan. Momenteel zijn we binnen ons team een dergelijke training aan het onderzoeken. De training is gebaseerd op psychologische theorieën en onderzoek en heeft als doel om leerkrachten te versterken in het opbouwen van positieve relaties met hun leerlingen en het gepast reageren op pestincidenten. Ook staat de groepsbenadering centraal in deze training.

Uit andere publicaties die rond dit onderzoek verschenen (zie de bronvermelding) blijkt dat de leraar een uiterst belangrijk rolmodel is voor jonge kinderen als het gaat om reageren op pesten. “Doe iets” was ooit de titel van een song van Frank Boeijen, maar in dit artikel is het een stevige oproep aan de leraar: als leraren reageren tegen pestgedrag, zullen ook leerlingen geneigd zijn om dat te doen als een van hun medeleerlingen gepest wordt.

Met dank aan alle projectmedewerkers: Karlien Demol, Isabel ten Bokkel, Fleur van Gils (doctoraatsstudenten) onder leiding van promotoren Hilde Colpin en Karine Verschueren.

Bronvermelding

Salmivalli, C., Lagerspetz, K., Björkqvist, K., Österman, K., & Kaukiainen, A. (1996). Bullying as a group process: Participant roles and their relations to social status within the group. Aggressive Behavior, 22(1), 1-15. https://doi.org/10.1002/(sici)1098-2337(1996)22:1<1::aid-ab1>3.0.co;2-t

https://www.fwo.be/nl/onderzoekers-in-beeld/onderzoekers-vertellen/rode-neuzen-dag-2021/kunnen-leerkrachten-pesten-op-school-en-de-gevolgen-voor-de-mentale-gezondheid-verminderen/