Meer financiële middelen voor GOK-scholen, meer gelijke onderwijskansen?

Antwoord: Nee, zo eenvoudig blijkt het helaas niet te zijn. In hun reviewstudie komen Franck en Nicaise (Steunpunt Onderwijsonderzoek) tot de ontnuchterende vaststelling dat het uitdelen van meer financiële middelen aan scholen met relatief veel sociaal kwetsbare leerlingen geen eenduidig positieve effecten heeft op het verhogen van gelijke onderwijskansen.

Daarvoor zien de onderzoekers een aantal redenen:

Het belang van de bredere context: De problematiek van ongelijke onderwijskansen heeft met veel meer te maken dan met onderwijs alleen. Ze is vaak onderdeel van een bredere kansarmoedeproblematiek, wat maakt dat het effect van maatregelen op school kan geneutraliseerd worden door factoren buiten de school.

Matteüseffecten in de basisfinanciering van scholen: Scholen met veel kansarme leerlingen zijn vaak armer, bijvoorbeeld omdat ze minder financiële middelen kunnen putten uit bijdragen van ouders. Deze scholen hebben ook vaak te kampen met een gebrekkige infrastructuur en minder (leer)middelen. Bovendien hebben vele van deze scholen het moeilijker om ervaren of de meest deskundige leerkrachten aan te trekken.

Onduidelijke doelstellingen van het ondersteuningsbeleid: Het is vaak onduidelijk wat de scholen precies met de extra middelen zouden moeten verwezenlijken. Onduidelijkheid qua doelstellingen en doelgroep kan ertoe leiden dat (een deel van) de middelen niet direct worden aangewend voor het verhogen van gelijke onderwijskansen.

Ontbreken van monitoring- en evaluatiemechanismen: Veel onderwijssystemen en scholen controleren te weinig of de bijkomende middelen goed besteed worden en of ze een effect hebben op gelijke onderwijskansen. Daardoor kan er ook niet bijgestuurd worden.

Te weinig specifieke opleiding en navorming voor leerkrachten en schoolteams: Leraren maken een cruciaal verschil. Maar daarvoor moeten ze wel beschikken over specifieke expertise met betrekking tot gelijke onderwijskansen, omgaan met diversiteit en kansarmoede. Er bestaan vooralsnog te weinig expertopleidingen, postgraduaten of doorgedreven coachingstrajecten die schoolteams echt vooruithelpen. Of, als ze al bestaan, maken schoolteams er onvoldoende gebruik van.

Geen inclusief beleid naar alle leerlingen: Het inzetten van de middelen komt soms maar een deel van de doelgroepleerlingen ten goede, waardoor een ander deel van de doelgroepleerlingen in de kou blijft staan.

Wat levert dit aan aanbevelingen voor de overheid op?

  1. Verbind het verstrekken van bijkomende financiële middelen aan scholen met duidelijke doelstellingen. Maak extra GOK-financiering afhankelijk van bepaalde voorwaarden. Maak duidelijk waarvoor de middelen kunnen worden ingezet en waarvoor niet.
  2. Voer evaluatie- en monitoringmechanismen in: Verplicht scholen (of help scholen) om de effecten van hun GOK-maatregelen te evalueren. Help scholen om een leerlingvolgsysteem in te voeren: zo stelde het Rekenhof in 2017 vast dat basisscholen met een goed uitgebouwd leerlingvolgsysteem beduidend effectiever waren in hun gelijke-onderwijskansenbeleid.
  3. Moedig leraren aan om in scholen met veel kansarme leerlingen te komen werken: Geef hen incentives zoals extra loon, betere omkadering, minder lesuren…
  4. Geef schoolteams meer kansen om navorming en coaching op het vlak van gelijke onderwijskansen te volgen: Geef leraren bijvoorbeeld een persoonlijk opleidingskrediet dat ze kunnen inzetten om hun deskundigheid te verhogen. Financier expertopleidingen rond gelijke onderwijskansen. Stimuleer uitwisseling tussen scholen met een gelijkaardige leerlinginstroom.
  5. Voer voortvarend beleid in diverse domeinen: Vul beleidsmaatregelen binnen het domein van onderwijs aan met beleidsmaatregelen binnen domeinen als welzijn, gezondheid, cultuur en huisvesting. Al die maatregelen worden bij voorkeur goed op elkaar afgestemd.

 

Conclusie: GOK gedijt niet bij wilde gokken. Eens te meer blijkt dat zomaar extra geld uitdelen niet volstaat. Het draait er, zoals altijd, om wat er precies met dat geld wordt gedaan…

 

Meer lezen?

Franck, E., & Nicaise, I. (2017). Equity funding of schools: what do we learn from the literature about its effectiveness ? Leuven: Steunpunt Onderwijsonderzoek/KU Leuven, research paper SONO/2017/1.3/2.  Zie http://www.steunpuntsono.be

 

 

Advertenties

Alarmeer, Informeer, Reageer: Scholen strijden voor betere luchtkwaliteit!

Wist u dat:

  • een mens gemiddeld per dag 2 liter drinkt, 1 kilo voedsel opeet en 11.000 liter lucht inademt?
  • kinderen die leven en naar school gaan in buurten met sterk vervuilde lucht significant meer kans hebben op astma, longproblemen, ademhalingsstoornissen en meer afwezigheid door ziekte op school?
  • jonge kinderen (zo toont een studie van Sunyer) het gevaar lopen dat hun cognitieve ontwikkeling en de ontwikkeling van hun werkgeheugen vertraagd worden als gevolg van regelmatige blootstelling aan vervuilde lucht?

Wist u ook dat sommige scholen in Vlaanderen en Brussel het voortouw nemen in het verbeteren van de luchtkwaliteit in hun buurt? Bijvoorbeeld, de meer dan 120 Brusselse en Vlaamse scholen die zich aansloten bij de actiegroep Filter Café Filtre sensibiliseren ouders om hun kinderen minder met de auto naar de school te brengen en ijveren voor verkeersluwe schoolstraten, terwijl de leerlingen samen met hun leerkrachten op straat komen en acties buiten de school ondernemen om hun gemeentebesturen te sensibiliseren rond schonere lucht.

Zulke scholen passen als het ware het AIR-principe toe:

  1. Alarm: Ze wijzen hun leerlingen op gigantische problemen (op het vlak van milieu, leefomgeving, armoede, duurzame ontwikkeling…) en slaan alarm.
  2. Informatie: Ze geven hun leerlingen de kans om zich breed, kritisch en doelgericht te informeren over de oorzaken van zulke maatschappelijke problemen (en bevorderen zo hun geletterdheid), en zetten hun leerlingen ook aan om via studie, lectuur, creatief denken en gezamenlijke discussie op zoek te gaan naar mogelijke oplossingen en acties die kunnen worden ondernomen.
  3. Reactie: Onder begeleiding van hun leerkrachten gaan de leerlingen daadwerkelijk tot actie over. Die actie kan in de school zelf plaatsvinden, maar evenzeer buiten de muren van de school. De kinderen gaan de straat op, stappen naar het gemeentehuis, sensibiliseren hun ouders of grootouders, verfraaien hun buurt….

In de duurzame scholen van de 21ste eeuw leren kinderen niet alleen over duurzame ontwikkeling, ze doen er ook iets aan. Ze lezen niet alleen over de gigantische gevaren die het leven op deze planeet bedreigen, maar zetten hun creatief, intellectueel en sociaal potentieel in om het gevaar een klein beetje te bezweren. In de duurzame scholen van de 21ste eeuw is een les over een betere wereld geen gebakken lucht….

 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20181001_03799952