Dertig jaar geleden definieerde de Nederlandse beleidswetenschapper Hoogerwerf beleid als het streven naar het bereiken van bepaalde doelstellingen door het inzetten van gepaste middelen binnen een bepaalde tijdsspanne. De partijen die momenteel onderhandelen over het vormen van een nieuwe Vlaamse regering hebben het uiteraard ook over onderwijs. In hun onderhandelingsnota staat “Nederlands” met stip gemarkeerd en wordt de maatregel besproken om ouders die geen voldoende bereidheid tonen om Nederlands te leren te sanctioneren: ze zouden de extra toeslag op het Groeipakket (de vroegere kinderbijslag) verliezen.
Ik ga ervan uit dat de beleidsdoelstelling die wordt nagestreefd het verhogen van de onderwijskansen van niet-Nederlandstalige leerlingen is. Een bijkomende doelstelling kan het bevorderen van de communicatie tussen schoolpersoneel en niet-Nederlandstalige ouders zijn. Dat lijken me twee doelstellingen die binnen een Vlaams onderwijsbeleid wel degelijk het nastreven waard zijn, en die stroken met doelstellingen die schoolteams zichzelf stellen. De vraag is echter of het financieel sanctioneren van gezinnen de meest geschikte beleidsmaatregel is om die doelen na te streven. Ik denk het niet, en wel om 3 redenen.
Ten eerste hebben vele van de gezinnen waarover we het hebben het financieel moeilijk. Vele niet-Nederlandstalige ouders (denk aan ouders van nieuwkomers) zijn laaggeschoold, hebben een slecht betaalde job of zijn op zoek naar werk. Van hun Groeipakket een Krimppakket maken, dreigt hen verder in de kansarmoede te drijven. Dat komt hun kinderen absoluut niet ten goede. Armoede is nefast voor de onderwijskansen van jonge kinderen, daarover is het wetenschappelijk onderzoek staalhard.
Ten tweede is van sommige stimulerende maatregelen, eerder dan sanctionerende maatregelen, aangetoond dat ze de bovenvermelde doelstellingen goed dienen. De stad Antwerpen financiert bijvoorbeeld al jaren het KAAP-project: dat is een project waarbij niet-Nederlandstalige ouders (op vrijwillige basis) een cursus Nederlands volgen in de school van hun kinderen. De cursus focust op de communicatie (in het Nederlands) tussen ouders en schoolteams: ouders leren rapporten en mails van de school begrijpen, bezoeken de klasjes van hun kinderen, leren praatjes slaan met andere (Nederlandstalige) ouders van de school, leren hoe ze in het Nederlands kunnen melden dat hun kind ziek is. De cursus zet ook in op de integratie van de ouders in de bredere oudergemeenschap en in het wegnemen van drempels voor communicatie tussen ouders en leraren. Taalverwerving Nederlands en integratie komen geïntegreerd aan bod. Onderzoek van de KU Leuven heeft aangetoond dat de motivatie van de deelnemende ouders om het Nederlands te leren en te gebruiken dankzij deze behoeftengerichte taalcursus verhoogt. Stimuleren in plaats van sanctioneren: dat werkt veel beter om de motivatie van ouders om een nieuwe (lastige) taal te leren, op te krikken.
Ten derde is het ondersteunen van schoolteams bij het vormgeven van een krachtig taalbeleid in de klas nog steeds de krachtigste maatregel om jonge kinderen zo snel en effectief mogelijk Nederlands te doen leren: de leraar maakt het grootste verschil. Ik kijk dus uit naar de maatregelen die de nieuwe Vlaamse regering zal nemen om lerarenteams concreet te ondersteunen in hun verdere professionalisering rond onderwijs aan taaldiverse groepen.
Ik hoef het hierbij niet eens te hebben over de grondwettelijke vrijheid van ouders om thuis de taal van hun keuze te gebruiken of over het feit dat de voorgestelde sanctiemaatregel uiterst moeilijk valt te controleren. Hoe gaat een regering in godsnaam de “bereidheid van ouders om Nederlands te leren” controleren? De maatregel zou ouders dus leerplichtig maken, net als hun kinderen, maar dat maakt hen niet schoolplichtig (net als hun kinderen). Heel veel volwassenen, in alle uithoeken van de wereld, leren een nieuwe taal op informele wijze, bijvoorbeeld door te werken in die taal, vrienden te maken, naar tv te kijken. Telt dat dan niet meer mee bij deze maatregel, en moeten mensen ook verplicht naar een cursus NT2? De onderhandelingsnota verwijst zelfs naar een kwalificatiebewijs dat ouders aan de school moeten presenteren: wat houdt dat precies in? Een inschrijvingsbewijs van een cursus (terwijl volwassenen dus niet schoolplichtig zijn) of een certificaat van een schooltest (op A2-niveau) waarvoor mensen moeten slagen? Een test is echter een prestatie, terwijl de maatregel het enkel over bereidheid heeft. Gaat de bewijslast (dat sommige ouders een te kleine bereidheid vertonen) bij schoolteams gelegd worden? Dat lijkt me absoluut niet wenselijk, want het dreigt de relaties tussen school en ouders te verzuren, en dus contraproductief te werken.
Ik hoop dus dat de Vlaamse overheid Hoogerwerf in gedachten houdt en naar geschikte (lees: stimulerende) maatregelen op zoek gaat. Er is nog onderhandelingsmarge.
Hopelijk lezen de onderhandelaars dit bericht ook…
Gaan we die kinderen uit Nederlandsonkundige gezinnen (of waar Nederlands zo goed als afwezig is) helpen door zoveel argumenten aan te halen tegen assertieve aansporingen om Nederlands te leren, dat ze, op het einde van de dag quasi eindeloos kunnen blijven aanmodderen in de gekende, problematische talige en sociale semi-segregatie?
En gaan we de leerkrachten in klassen met veel van deze kinderen terug redelijke werkomstandigheden waarborgen wanneer de last voor de taalverwerving zo onevenredig zwaar op hun schouders blijft en dat zoveel van die ouders daarvoor nauwelijks inspanningen leveren, evenredig met hun mogelijkheden? Ieder naar eigen vermogen en kunnen, ….
Dag Rudy
Ik snap jouw reactie, maar toch denk ik niet dat dit de juiste aanpak is. Ik vind dat eigenlijk niet assertief, wat het beleid voorstelt. Las je dat stukje over dat voorbeeld in Antwerpen? OK, dat is arbeidsintensiever en duurder, maar zoveel motiverender. Ik geloof echt eerder in motivatie dan in straffen. En er zijn zoveel losse eindjes in dit voorstel: wie moet bv. zeggen dat ouders ‘hun best niet doen’? Als ouders weten dat de school hen kan ‘verklikken’, dat is toch verschrikkelijk? Dan heb je toch geen vertrouwensbasis meer? Onderzoek laat steeds duidelijker het belang zien van de samenwerking tussen ouders en onderwijs, van ouderbetrokkenheid. Dat staat daar haaks op.
En wat als je deze redenering begint door te trekken: moeten ouders van kinderen met obesitas bij wie het duidelijk is dat er thuis geen gezond voedingspatroon bestaat, dan bijvoorbeeld ook gestraft worden?
Soit, ik heb er geen goed gevoel bij, vooral niet omdat het om kinderen in kwetsbare posities gaat. Je hebt natuurlijk wel gelijk dat enkel op school Nederlands bijleren, niet kan, zeker niet wanneer alle kinderen in de klas Nederlandse taalleerders zijn. Maar ik pleit toch voor een meer uitnodigende wijze om dat aan te pakken, zoals werken met brede scholen en zo.
Groetjes
Marlies
Uw voorstelling van zaken lijkt me toch wel heel verschillend van wat nu op tafel ligt: het gaat niet over enkel sanctioneren en niet meer sterk motiveren, maar wel over redelijke en evenredige sancties als laatst redmiddel, wanneer al de rest (waaronder het motiveren én professioneel lesgeven als grote voorkeur) manifest niet pakt.
En net omdat die kinderen kwetsbaar zijn, is het onze morele plicht om de zware verwaarlozing die ze kennen vanwege ouders die véél minder doen dan wat ze horen te doen, ‘elk naar eigen vermogen en kunnen’, dat we ook moeten kunnen sanctioneren. Kinderen in talige en/of sociale semi-segregatie houden, dat is een ernstige vorm van kinderverwaarlozing, een misdrijf dus.
Dag Rudy
Fijn dat je redeneert vanuit de bescherming van de kinderen. Uiteindelijk willen we hetzelfde! Ik hoop van ganser harte dat je volledig gelijk krijgt.
Ik onderschrijf deze tekst volledig. Ik ben nu gepensioneerd en werkte 30j. geleden als PMS medewerker in de Limburgse mijngemeenten.
Destijds werd al van in de kleuterschool intensief aan taalonderwijs gedaan.
De faculteit van letteren onder leiding van Koen Jaspaert gaf zeer veel navorming NT2 aan kleuterleidsters, leerkrachten en PMS medewerkers. Er is niets mis mee om thuis de eigen moedertaal te spreken en op school Nederlands. Ouders die thuis een gebrekkig Nederlands spreken bevorderen een goede taalverwerving niet. Het betrekken van ouders met het schoolgebeuren door initiatieven van o. a. schoolopbouwwerk zijn zinvol voor een succesvolle schoolloopbaan. Ik geloof in empowerment in plaats van sanctionering.
Is het hier alleen maar een misverstand? Of antwoordt u naast de kwestie?
Het gaat immers helemaal niet over OF empowerment OF sanctionering, maar wel over de vraag of men ouders die zwaar blijven tekort schieten (beoordeeld naar eenieders eigen vermogen en kunnen) daarom wel of niet gesanctioneerd wogen worden, als laatste maatregel wanneer al het andere manifest blijft falen.
Analoog voor uw stelling ” Er is niets mis mee om thuis de eigen moedertaal te spreken … “. Zoals we in De Standaard al schreven – maar wat De Standaard héél lelijk misvormde in de publicatie! – mogen ouders gerust thuis hun moedertaal blijven spreken, wanneer ze tegelijk er wel voor zorgen dat ze OOK Nederlands leren, een redelijk Nederlands dus en geen karikatuur ervan, én dat een redelijke plaats geven zodat hun kinderen niet gehandicapt worden door een thuisomgeving met meer of minder door de ouders gekozen talige en/of sociale segregatie!
Als u echt zo goed bezig was met NT2, dan weet u toch ook dat er uit alle groepen migranten best veel ouders zijn die wel een redelijk vlot tot zeer goed Nederlands leerden, maar andere net niet. Het kan dus, voor quasi iedereen!
En misschien ook een kritisch nadenken over het gebruik van die uitgesproken negatieve term ‘verklikken’. Wanneer gaat het over een misdrijf ten nadele van een zwakkere persoon, dat dan gemeld wordt? En wanneer is het klikken?
In dat laatste zit de idee van ‘verraden’, iemand schaden in zijn vrijheid of zijn legitieme belangen. Ik zie, weerom met de legitieme belangen van die kinderen als primordiaal beoordelingscriterium, geen enkele grond om dat begrip hier te gebruiken; integendeel.
Beste Rudi Dierick,
Ik heb een vraag bij jouw insteek.
Je schreef:
…. En net omdat die kinderen kwetsbaar zijn, is het onze morele plicht om de zware verwaarlozing die ze kennen vanwege ouders die véél minder doen dan wat ze horen te doen, ‘elk naar eigen vermogen en kunnen’, dat we ook moeten kunnen sanctioneren. …
Welke zouden de objectieve beoordelingscriteria kunnen zijn om tot sanctioneren over te gaan? Wie zou verantwoordelijk zijn voor deze evaluatie?