Service-learning: de samenleving als krachtige leeromgeving

Studenten ingenieurswetenschappen die samen met thuislozen mobiele woonunits ontwerpen, studenten van de lerarenopleiding lager onderwijs die bij kansarme kinderen thuis voorlezen om hun taalontwikkeling te stimuleren… Het zijn twee voorbeelden van service-learning: een onderwijsmethode waarbij studenten zich engageren in dienst van de samenleving, kritisch reflecteren op hun ervaringen en daaruit leren op sociaal, maatschappelijk en academisch vlak. De activiteiten richten zich op actuele humane, sociale en ecologische noden en uitdagingen: kansarmoede, woningnood, duurzaam leven, klimaatverandering… Voor alle duidelijkheid: service learning is in de bovenstaande voorbeelden een deel van het reguliere curriculum voor de studenten en wordt dus (bij slagen) erkend met studiepunten. Dat is in Vlaanderen overigens het geval in een toenemend aantal universiteiten en hogescholen.

Kaat Somers, Nicolas Standaert en Maaike Mottart hebben een erg heldere gids geschreven over service-learning in het hoger onderwijs, die ook inspirerend kan zijn voor het leerplichtonderwijs. De auteurs benadrukken dat studenten niet zomaar doen (ook al wordt service-learning vaak omschreven als een ervaringsgerichte methode), maar veel reflecteren op hun ervaringen en daardoor tot leren komen. Ze doen ook geen dienstverlening voor bepaalde partners in de maatschappij, maar samen met hen. Solidariteit en wederkerigheid lopen door de activiteiten als een rode draad.

De praktijkervaring trekt studenten letterlijk uit de aula, en uit hun comfortzone, en laat hen kennismaken met nieuwe werelden (en vooral, met de echte, complexe wereld). Die confrontatie daagt hen uit om hun eigen stereotiepe beelden en vooroordelen in vraag te stellen en sociale problemen te analyseren vanuit diverse standpunten. Service-learning is per definitie interdisciplinair (kaders uit diverse academische disciplines zijn nodig om complexe “wicked problems” te analyseren) en transdisciplinair (ook grenzen met het niet-academische milieu moeten doorbroken worden). Het echte leven wordt zo een krachtige leeromgeving.

De kracht van het boek is dat het een aantal abstracte (en goedklinkende) concepten concreet invult. “Reflectie”, bijvoorbeeld, wordt in hoofdstuk 3 concreet gemaakt in het DEAL-model van Ash en Clayton: studenten schrijven eerst een ervaring op objectieve en gedetailleerde wijze neer (Describe), analyseren de ervaring vervolgens door die naast theoretische raamwerken of criteria te leggen (Examine), concretiseren daarna wat er uit de analyse kan geleerd worden (Articulate Learning), en testen tot slot het geleerde opnieuw uit in een nieuwe ervaring. Ook de formatieve en summatieve evaluatie van service-learning krijgt concrete aandacht: met heldere rubrics wordt geïllustreerd hoe de leeruitkomsten op persoonlijk, sociaal en academisch vlak op transparante wijze kunnen beoordeeld worden.

Service-learning heeft de ambitie om transformatief te zijn: het transformeert het onderwijs door de band met het echte leven te versterken en het kan bijdragen tot de transformatie naar een inclusievere, meer duurzame en rechtvaardige samenleving. Zoals de auteurs het zelf stellen: Service-learning “helpt studenten om dat wat ze leren te koppelen aan de samenleving waarin ze leven, én geeft maatschappelijke actoren een stem in het onderwijs.” (p.16)

Bron:

Somers, K., Standaert, N., & Mottart, M. (2025). Service-learning in het hoger onderwijs. De samenleving als krachtige leeromgeving. OWL Press.

Plaats een reactie