De rode draad in de leidraad van Leerpunt over wetenschappen in het secundair onderwijs: interactie, interactie, interactie

De leraar die een “kennisrijk curriculum” associeert met monologisch doceren, kan zich best even beter informeren. Het is opvallend hoe sterk de nieuwe, onderzoeksgebaseerde leidraad van Leerpunt over wetenschapslessen in het secundair onderwijs draait om het cruciale belang van rijke interactie tussen leraar en leerlingen.

Neem nu de eerste aanbeveling: “Bouw voort op de ideeën die leerlingen hebben.” Dat moet een pak verder gaan dan even snel vragen aan de leerlingen wat ze al over het lesonderwerp weten. De leidraad raadt een uitgebreide eerste fase aan, waarin de intuïties van leerlingen over een wetenschappelijk onderwerp tijdens een ware socratische dialoog worden opgeroepen en bevraagd. Zo kan de leraar misconcepties bij de leerlingen op het spoor komen en via een uitgekiend vraag-antwoord-spel door elkaar schudden. Pas daarna wordt de kern van het wetenschappelijk idee geïntroduceerd en interactief geconfronteerd met de intuïtieve ideeën van de leerlingen.

En zo surft de hele leidraad op de interactieve golf door. Concrete ervaringen die leerlingen opdoen tijdens practica worden in interactieve leergesprekken aan de wetenschappelijke theorie afgetoetst. Er is een aparte aanbeveling rond het bevorderen van zelfregulerend leren bij leerlingen: de leerlingen leren zelf een leerdoel te stellen, hypotheses rond een wetenschappelijk vraagstuk te verwoorden en manieren te zoeken om – in interactie met andere leerlingen – hun hypothesen te testen. De leerlingen moeten ook via metacognitieve gesprekken leren hoe ze op een constructieve wijze een groepsgesprek over een wetenschappelijk vraagstuk kunnen voeren (met respect voor elkaars ideeën) . De aanbeveling rond feedback sluit daar sterk bij aan: de leraar geeft de leerlingen constructieve feedback op hun pogingen om een stukje nieuwe kennis te vergaren, neer te schrijven of door te zenden aan andere leerlingen.

Ik denk dan: slaat “kennisrijk” in deze krachtige didactiek eigenlijk niet in de eerste plaats op de leraar? Je moet qua domeinkennis stevig in je schoenen staan om de intuïtieve ideeën van leerlingen te kaderen, counteren, weerleggen, om een wetenschappelijk model op een begrijpelijke manier over te brengen en met veel levensechte voorbeelden te contextualiseren, en “on the spot” met leerlingen over de levensechte toepassingen van wetenschappelijke inzichten te praten en debatteren.

De echo’ van “Taalgericht vakonderwijs” vliegen je om de oren. De hele leidraad lijkt wel een onderzoeksbasis voor die krachtige didactiek. En wat was ook al weer een van de drie kerningrediënten van taalgericht vakonderwijs? Juist, interactie. We gaan dus tijdens de komende jaren niet alleen moeten investeren in de interactievaardigheden van onze kleuterleraren, maar ook van onze wetenschapsleraren….

Bron?

https://leerpunt.be/leidraden/wetenschappen-secundair-onderwijs

Plaats een reactie