Waarom peer tutoring zo leerrijk is, ook voor de tutor

In een nieuwe meta-analyse bevestigen Chang e.a. (2025) de positieve effecten van peer tutoring. Ze keken met name naar de effecten van cross-age tutoring (waarbij de tutor ouder is dan de tutee) op leesvaardigheid en wiskundecompetenties. Het effect bleek positief voor beide participanten. Opvallend is dat het effect zowel optreedt bij kinderen in de basisschool, leerlingen in het secundair onderwijs als bij studenten van het hoger onderwijs. Het positieve effect kent blijkbaar ook geen geografische grenzen.

De tutee krijgt van de tutor hulp, uitleg, ondersteuning en scaffolding, en dat helpt de eerste om leertaken beter uit te voeren en beter te begrijpen. De tutor fungeert daarbij vaak als rolmodel. In die zin sluit peer tutoring aan bij Vygotsky’s Zone van Naaste Ontwikkeling, waarin leerders leertaken die ze nog niet zelfstandig aankunnen wel kunnen uitvoeren met de hulp van een meer competente partner. Opvallend is dat de positieve effecten van peer tutoring zowel optreden bij tutees met functionele beperkingen als bij andere leerlingen (bv. anderstalige leerlingen): “The broad applicability suggests that cross-age tutoring can support diverse learning needs and promote inclusive education across different educational settings.”

Ook voor de tutor blijkt peer tutoring lonend. Om dit te verklaren, wijzen Chan e.a. erop dat tutoring ertoe kan leiden dat impliciete kennis wordt omgezet in expliciete kennis, wat retentie (onthouden) en begrip van kennis en inzichten kan verhogen. Dat sluit aan bij het ICAP-framework van Chi & Wylie: “According to this framework, constructive learning occurs when learners go beyond passive reception or active engagement by generating new explanations, inferences, or connections.” Eerder wezen Brown and Palincsar er al op dat tutoring tot het “uitlegeffect” kan leiden: door iets aan een ander uit te leggen, krijgen we zelf nog meer cognitieve vat op wat we moeten uitleggen, omdat we kennis/inzicht goed moeten structureren en helder onder woorden brengen. Zoals taalkundigen maar al te goed weten, heeft taal een conceptualiserende functie: het structureert ons denken, precies omdat taal zelf structuur is: woorden categoriseren de fenomenen in de wereld, zinnen leggen orde aan een voorstelling van de wereld op. Bovendien kunnen de vragen of de feedback van de tutee ertoe leiden dat de tutor onduidelijkheden of onvolledigheden in het eigen kennisbestand op het spoor komt, en kan de tutee de tutor ook aanzetten om de eigen positie te beargumenteren of verdedigen. Op haar beurt kan dat ertoe leiden dat de tutor tot diepere inzichten komt. “When tutors engage in dialogue and reciprocal interactions with tutees, responding to their questions and adjusting explanations accordingly, they could move into the interactive mode of learning, which represents the highest level of cognitive engagement” (Chi & Wylie, 2014). Er is ook een socio-emotionele dimensie: tutoring brengt de tutor in de expertrol, en dat kan diens zelfbeeld en zelfvertrouwen verhogen. Het kan de tutor ook aanzetten om empatisch vermogen te ontwikkelen of verdiepen.

Peer tutoring kan volgens de auteurs van de meta-analyse een zeer waardevolle bijdrage leveren tot de ondersteuning van leerlingen, en dat lijkt hen in tijden van lerarentekort een onmiskenbare troef. Eén belangrijke voorwaarde is wel dat de tutoren enige training vooraf moeten krijgen om hun rol volwaardig te kunnen opnemen.

Bron?

Chan, A., Mauer, E., Wanzek, J., Kim, S, Scamacca, N., & Swan, E. (2025). Examining the academic effects of cross‑age tutoring: A meta‑analysis. Educational Psychology Review, 37/19. https://doi.org/10.1007/s10648-025-09997-z

Plaats een reactie