Dichter bij een analyse van de kwaliteit van het daadwerkelijk gegeven onderwijs in Vlaamse klassen komen we niet: de inspectie levert op basis van haar doorlichtingen voor het eerst “praktijkpublicaties” voor het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Inspirerend zijn die praktijkgidsen zeker, omdat ze zowel inspecteurs aan het woord laten die over effectieve schoolpraktijken getuigen, alsook een aantal werkpunten voor de school- en klaspraktijk blootleggen.
- Zo blijkt dat de meeste basis- en secundaire scholen een duidelijke schoolvisie hebben en een algemene visie op hun schoolbeleid, maar dat ze in hun onderwijskundig beleid heel wat moeilijkheden ervaren om dat beleid en die visie tot op de klasvloer te krijgen.
- In het basis- en secundair onderwijs is het doelgerichter werken aan gelijke onderwijskansen een duidelijk werkpunt. Veel scholen slagen er onvoldoende in om op dit vlak heldere doelen voorop te stellen, concrete acties binnen een duidelijk tijdsbestek uit te voeren en te evalueren of het GOK-beleid iets oplevert voor de betrokken leerlingen. Remediëring spitst zich voor taal vooral toe op technisch lezen en spelling, en veel minder op de functionele vaardigheden. Het GOK-beleid is in veel scholen onvoldoende verbonden met het taalbeleid, het zorgbeleid en het preventief creëren van een krachtige leeromgeving voor alle leerlingen. Ook bij het werken rond het zorgcontinuüm blijven leerlingen vaak te statisch in een bepaald niveau hangen (bv. verhoogde zorg) en vertrekken veel scholen van een probleemgerichte, eerder dan een oplossingsgerichte aanpak.
- Voor taal zouden veel kleuterleraren nog meer kansen moeten grijpen om betekenisvolle en rijke interacties aan te gaan tijdens routine- en speelmomenten. Bij begeleide activiteiten en in de speelleerhoeken kan er nog meer gewerkt worden met authentieke en realistische basismaterialen. In het lager onderwijs zou meer aandacht moeten gaan naar de integratie van functionele taalvaardigheden binnen een betekenisvol geheel. Idem dito voor de eerste graad secundair onderwijs. De inspectie geeft scholen het advies om voldoende (lees: meer) tijd te spenderen aan de vaardigheden en taalleerstrategieën. “Leraren kunnen de samenhang tussen spreek-, schrijf-, luister- en leesvaardigheden, taalstrategieën en de kenniscomponenten versterken. Ze kunnen leerlingen de kenniscomponenten (zoals grammatica en spelling) nog meer functioneel laten toepassen. Leraren kunnen bovendien nog meer afspraken maken over de samenhang van de doelen over de verschillende leerjaren heen.” (so, p. 16). De bewering (die op sociale media welig tiert) dat er tegenwoordig in Vlaamse klassen alleen maar aandacht gaat naar vaardigheden, wordt hier dus stevig onderuitgehaald. Het is een mythe.
- Voor wiskunde ziet de inspectie in veel scholen nog potentieel ter verbetering qua differentiatie. Ook wiskundetaal zou in het basisonderwijs wat meer aandacht moeten krijgen. Veel leraren proberen wiskunde-onderwijs in te bedden in authentieke contexten, wat door de inspectie gewaardeerd wordt. Zowel in basis- als in secundair onderwijs zou echter meer moeten worden ingezet op wiskundig redeneren en probleemoplossend denken binnen uitdagende, authentieke situaties.
- Binnen het wetenschaps- en technologie-onderwijs verdienen het onderzoekend en ontwerpend leren, alsook de STEM-doelen meer aandacht, en dat vanuit een multidisciplinaire aanpak. Competentieversterkend technologieonderwijs moet gericht zijn op het oplossen van problemen in betekenisvolle en realistische contexten en niet louter op kennisreproductie of op uitvoering. Leraren kunnen bij het wetenschapsonderwijs nog bewuster werkelijkheidsnabije leermiddelen naast abstracte voorstellingswijzen gebruiken. De beschikbare infrastructuur en leermiddelen zijn niet altijd aangepast en worden ook niet altijd optimaal ingezet.
- Al het bovenstaande wijst er voor de inspectie op dat veel schoolteams sterker zouden moeten inzetten op gezamenlijke professionalisering, die hen kan helpen om (a) meer evidence-informed in de klaspraktijk te werken, en (b) een gezamenlijke, evidence-informed onderwijsvisie te ontwerpen en implementeren.
In de Onderwijsspiegel 2025 vat de inspectie een en ander als volgt samen:
“Heel wat basis- en secundaire scholen kunnen een krachtigere leeromgeving uitbouwen. Verbeterpunten zijn, zo blijkt uit de doorlichtingen, hoge verwachtingen stellen voor alle leerlingen, een activerende, samenhangende en taalontwikkelende aanpak gebruiken, inzetten op de metacognitieve vaardigheden, de leerdoelen verduidelijken aan de leerlingen, differentiatie en remediëring effectiever vorm te geven, de diversiteit van de leerlingengroep aangrijpen om leerlingen van elkaar te laten leren en feedback ook richten op het proces en de zelfregulatie.” (p. 9)
Voor alle duidelijkheid: voor de bovenstaande werkpunten bevatten deze praktijkpublicaties ook positieve getuigenissen van inspectieleden op basis van scholen waar zij inspirerende en effectieve praktijken vonden. Desondanks maken deze praktijkgidsen één ding erg duidelijk: we hebben nog een lange weg te gaan alvorens het kennisrijk curriculum en de nieuwe minimumdoelen geïmplementeerd zal zijn.
Bron:
https://www.vlaanderen.be/onderwijsinspectie/onderwijsspiegel