In het basisonderwijs draait ‘muzische vorming’ om de ontwikkeling van kinderen op het vlak van expressieve beweging, muziek, drama, dans en beeld. Een vergelijking van de nieuwe minimumdoelen en de vorige eindtermen toont een opzienbarend verschil.
| vroegere eindtermen einde 6de leerjaar | nieuwe minimumdoelen einde 6de leerjaar | |
| ‘genieten’ | 6 x vermeld | 0 x vermeld |
| ‘ontwikkelen’ | 2 x vermeld | 0 x vermeld |
| ‘improviseren’ | 3 x vermeld | 1 x vermeld |
| ‘experimenteren’ | 1 x vermeld | 0 x vermeld |
| ‘praten’ | 3 x vermeld | 0 x vermeld |
| ‘kennen’ | 0 x vermeld | 15 x vermeld |
Het accent is duidelijk verlegd, tot grote bezorgdheid van 76 hogeschooldocenten muzische vorming die vorige week in een open brief de uitholling van muzische vorming in de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs aanklaagden. De kern – kinderen die zich creatief en expressief uiten via beeld, media, drama en muziek – is ver te zoeken. Weg is blijkbaar de basisidee dat kinderen zich breed kunnen ontwikkelen vanuit het opgaan in, en beschouwen van kunstzinnige ervaringen, dat kinderen kunnen leren van experimenteren en artistiek creëren, dat het kinderen helpt om hun emoties te verwerken als ze samen genieten van dansen, musiceren en beeldend vormgeven. ‘Improviseren’ komt in de nieuwe minimumdoelen eenmaal voor: als een term die ze moeten kennen. Dat spreekt (cognitieve) boekdelen.
Alles moet blijkbaar herkneed worden in de mal van het kennisgerichte curriculum. De formulering van kennisgerichte doelen en de alomtegenwoordigheid van terminologie-gerichte doelen impliceert een didactiek die stoelt op ‘eerst kennis vergaren, daarna de rest’. Natuurlijk is het zo dat sommige aspecten van de taal-, wiskunde- en wetenschapsgerichte ontwikkeling van jonge kinderen gebaat zijn bij de expliciete instructie van kennis, maar beweren dat alle leren van jonge kinderen via ‘kennis eerst’ loopt, is in strijd met wat we weten over kinderontwikkeling. In sommige gevallen is er eerst tactiele, zintuiglijke, fantasierijke ervaring in waardevolle, betekenisvolle contexten nodig. In sommige gevallen moet er door kinderen eerst duchtig met materiaal, geluid, beeld of beweging geprobeerd en geëxperimenteerd worden. In sommige gevallen moet het proberen, prutsen, improviseren, en het plezier dat dat oplevert, eerst komen. In sommige gevallen voeden het ervaren, genieten, waarderen en experimenteren de honger naar latere kennis, niet omgekeerd. Het moment dat ik als een bezetene expliciete kennis begon te vergaren over het leven en de muziek van The Beatles lag jaren nadat ik tonnen plezier, troost, verstrooiing, emotionele en creatieve verrijking had verkregen dankzij het genieten, nazingen en naspelen van hun grandioze muziek en het herkauwen van hun magische teksten.
In het boek ‘Onderwijs voor de 21ste eeuw’ schreef ik tien jaar geleden over het vormen van jonge mensen tot ‘mensen in balans’. Mensen die niet alleen cognitief, maar ook emotioneel, sociaal en fysiek goed in hun vel zitten en goed functioneren. Mensen die niet alleen cognitieve leer-kracht, maar ook veerkracht hebben. Mensen die persoonlijke belangen kunnen verzoenen met de belangen van anderen en de omgeving om hen heen. Daarvoor is een curriculum in balans nodig: “Een curriculum waarbij de kwaliteit van onderwijs niet alleen wordt afgemeten aan de hand van pure leerwinst, maar ook aan het persoonlijk welbevinden, het zelfvertrouwen, de autonomie en motivatie die leerlingen hebben, én aan de warmte van het sociale klimaat dat leerlingen en schoolteams samen creëren. (…) Een curriculum dat de zin voor het onverwachte, het kunstzinnige en het afwijkende omarmt terwijl gevestigde waarden worden doorgegeven. (…) Een curriculum dat inspireert, motiveert, verwondering opwekt en passioneert. (p. 41)
Het valt dus maar te verhopen dat leerplan- en methodemakers de kern van waar muzische vorming bij jonge kinderen écht om draait, naar waarde schatten. En dat leraren voldoende autonomie behouden om muzische vorming te implementeren als de volwaardige vorming van de totale persoonlijkheden van hun leerlingen.