Een wetenschappelijke commissie onder leiding van professor Becky Francis heeft een uitgebreide, evidence-based evaluatie uitgevoerd van de implementatie van het kennisrijk curriculum in Engeland tijdens het afgelopen decennium. De Engelse leerlingen blijken het meer dan behoorlijk te doen voor begrijpend lezen en wiskunde op internationale peilingen als PIRLS en PISA; dat is overigens een van de redenen waarom onze Vlaamse minister van onderwijs de nieuwe minimumdoelen basisonderwijs op Engelse leest liet schoeien en aan het hoofd van de ontwikkelcommissie een Engelse onderwijsexpert (professor Daniel Muijs) aanstelde.
Hoewel het rapport de prima resultaten op PIRLS en PISA onderstreept en benadrukt dat er veel krachtige ingrediënten in het huidige curriculum zitten, geven de onderzoekers ook aan dat er stevige punten van zorg zijn.
- Wellicht de meest zorgwekkende vaststelling is dat het Engelse onderwijssysteem nog steeds worstelt met een koppige sociale kloof in de onderwijsprestaties, en dat die er zelfs groter op wordt. “Our curriculum and assessment system is working well in many respects, but it is not delivering high standards for all, and some gaps are widening rather than narrowing. In particular, a stubborn attainment gap remains between those that are socio-economically disadvantaged and their peers (Figure 4), while children and young people with special educational needs and disabilities (SEND) make less progress in comparison to those without SEND.” (p. 25). De sociale kloof manifesteert zich voor begrijpend lezen, schrijven én wiskunde, en wordt groter naarmate de leerlingen ouder worden. Het onderzoeksteam van Becky Francis geeft terecht aan dat de ongelijke-kansenproblematiek complex is en met veel diverse factoren heeft te maken. Hoe dan ook betekent dit dat we kritisch moeten omgaan met gratuite beloften dat het invoeren van een kennisrijk curriculum automatisch voor gelijkere onderwijskansen zal zorgen en gegarandeerd democratiserend zal werken voor alle leerlingen. Of het curriculum competentiegericht, taakgericht of kennisgericht is, mechanismen met betrekking tot ongelijke beurtverdeling in de klas, verlaagde leraarverwachtingen, sociale bias in studiekeuzebegeleiding, sociale bias in evaluatie- en feedbackpraktijken, en segregatie van leerlinggroepen via studierichtingen kunnen zich in elk curriculum manifesteren. Precies daarom schreef ik destijds een apart hoofdstuk over gelijke onderwijskansen in mijn boek “Onderwijs voor de 21ste eeuw” (een boek over een competentiegericht curriculum). De onderzoekers doen tal van aanbevelingen om de leerkansen van kansarme leerlingen en leerlingen met beperkingen te maximaliseren, onder andere rond formatieve assessment, meer differentiatiemogelijkheden binnen de reguliere onderwijspraktijk (zodat iedereen de basisstof kan verwerven) en het creëren van een bijkomende route naar het hoger secundair onderwijs. Er moet volgens de onderzoekers sowieso een beter evenwicht gevonden worden tussen de breedte en diepgang van het kennisrijke curriculum enerzijds en de ruimte die er is om in te spelen op de interesses en persoonlijke aspiraties van leerlingen anderzijds: “We need to strike the right balance between offering young people choices that allow them to follow their interests or pursue a particular future path, and making sure every young person has access to a broad and balanced curriculum that does not close off avenues.” (p. 30)
- Een opvallende vaststelling van het onderzoeksteam is dat door de invoering van het kennisrijk curriculum in Engeland de aandacht voor een aantal cruciale sleutelcompetenties van de 21ste eeuw verslapt. De onderzoekers vragen dan ook meer ruimte en aandacht in het curriculum voor “the applied knowledge areas (frequently referred to as ‘life skills’) of financial literacy, digital literacy and media literacy; education on climate change and sustainability; and the skill of oracy.” (p. 34). In Vlaamse publicaties wordt wel eens betoogd dat de recente aandacht voor sleutelcompetenties (bijvoorbeeld in de minimumdoelen secundair) de aandacht voor kennis heeft weggeduwd. In het Engelse rapport wordt nu precies het tegenovergestelde vastgesteld, én betreurd. Kennisrijk curriculum en werken aan sleutelcompetenties sluiten elkaar niet uit. Polarisering werkt, zoals zo vaak, niet goed.
- Een derde aandachtspunt volgt diezelfde lijn. Om het met groenten te zeggen: als het slaplantje doorschiet, is het beste eraf. De commissie stelt vast dat in sommige scholen het kennisrijk curriculum te veel onderwijstijd inneemt en te sterk het pedagogisch project van de school domineert. De commissie pleit dan ook voor het herstellen van de tijd en aandacht die naar kunst- en muzische vorming gaan (arts education). Ook moet er meer aandacht naar mondelinge vaardigheden gaan: ook al is het vak “Engels” een topprioriteit in het kennisrijke curriculum, toch haalt meer dan een vijfde van de leerlingen in het basisonderwijs de doelen voor communicatieve vaardigheden en taal niet. Er lijkt een te eenzijdige focus op lezen en schrijven te liggen.
- Ten vierde geven veel leerlingen aan dat ze zichzelf te weinig herkennen in de onderwijsinhouden. “… we have heard compelling arguments, some directly from young people in our roundtables, that the curriculum needs to reflect society, support equality of opportunity, and challenge discrimination. Vooral jongeren uit kansarme milieus lijden eronder dat ze negatief of helemaal niet worden voorgesteld in het lesmateriaal. De onderzoekers pleiten ervoor dat in diverse vakken van het curriculum meer lokale, levensechte voorbeelden en buitenschoolse activiteiten worden opgenomen om lesinhouden te verbinden met de realiteit van het multiculturele, bonte leven buiten de schoolmuren. De commissie waardeert in dit verband de holistische aanpak van het basisonderwijs.
Ondanks de bovenstaande zorgpunten straalt het rapport veel hoop en optimisme uit. De onderzoekers zijn duidelijk niet over één nacht ijs gegaan: ze hebben bijzonder veel empirische data verzameld, rondetafelconferenties georganiseerd, veel verschillende partijen (inclusief leerlingen) in hun dataverzameling betrokken. In het licht van dit genuanceerde en inspirerende rapport zou ik onze Vlaamse onderwijsjournalisten ook willen aanmoedigen om tijdens hun volgende onderwijsreis naar Engeland niet alleen de zorgvuldig geselecteerde “modelscholen” te bezoeken, maar ook de lokale, multiculturele school die worstelt met het implementeren van het kennisrijke curriculum en het bieden van maximale leerkansen aan al haar leerlingen. Ook van die scholen kunnen Vlaamse scholen veel leren. En verder hoop ik dat onze basisscholen brede en diepgaande ondersteuning krijgen bij de implementatie van hun nieuwe kennisrijke curriculum.
Bron: