Nederlands is een sleutel tot schoolsucces. Maar hoe brengen schoolteams taalcompetenties Nederlands breed in kaart? In opdracht van het Vlaamse Departement Onderwijs en Vorming hebben KU Leuven en UGent de online toolkit voor het breed evalueren van de taalcompetenties Nederlands van hun leerlingen geactualiseerd. Een interview met Fien De Malsche (CTO-KU Leuven) en Iris Vandevelde (TDL-UGent) zet de meerwaarde van deze vernieuwde website in de kijker.
Schoolteams in het basis- en secundair onderwijs vragen zich vaak af hoe ze de taalcompetentie Nederlands van hun leerlingen kunnen evalueren. Vinden ze in de vernieuwde toolkit daarop het antwoord?
Fien en Iris: Ja. De website biedt wetenschappelijk onderbouwde informatie en concrete, praktijkgerichte handvatten rond allerlei vragen die leerkrachten Nederlands en schoolteams hebben over het breed evalueren van taalcompetentie Nederlands. We hebben ook een zelfscan ontwikkeld die leerkrachten helpt om te reflecteren over wat ze al goed doen en waar er nog groeikansen liggen voor hun eigen evaluatiepraktijk. De website biedt ook een database met evaluatie-instrumenten die schoolteams kunnen gebruiken om taalcompetentie Nederlands breed in kaart te brengen.
Hebben jullie bestaande taaltoetsen aan een kwaliteitstoets onderworpen?
Fien en Iris: Ja, dat hebben we inderdaad gedaan. In de database met evaluatie-instrumenten vind je 39 instrumenten die werden geselecteerd op basis van inclusie- en kwaliteitscriteria rond de wetenschappelijke onderbouwing van het instrument. Elk instrument werd een label toegekend: ‘gedeeltelijk wetenschappelijk onderbouwd’ of ‘volledig wetenschappelijk onderbouwd’, met een toelichting van wat dit exact betekent. Instrumenten die niet wetenschappelijk onderbouwd zijn of waar we geen wetenschappelijke informatie over konden vinden, werden niet opgenomen in de database. Als je de database doorzoekt, zal je helaas merken dat er nog hiaten zitten in het aanbod. Dit is meteen een warme oproep aan toetsontwikkelaars om sterker in te zetten op evidence-based evaluatiemateriaal.
Waarop slaat “breed” in “breed evalueren”?
Fien en Iris: ‘Breed’ kan in dit verband veel betekenen. In het blokkenschema dat centraal staat op onze website, zie je dat ‘breed’ nog steeds verwijst naar het feit dat schoolteams verschillende soorten instrumenten en evaluatiemethoden gebruiken, dat ze evalueren op veel verschillende momenten en dat ook leerlingen in de evaluatie actief betrokken worden.

Wat houdt de zelfscan precies in?
Fien en Iris: De zelfscan is een vragenlijst die gebaseerd is op de inhoud van het blokkenschema. Er zijn verschillende vragen over elk van de 15 onderwerpen. Het doel van de zelfscan is dat leraren reflecteren over hun eigen evaluatiepraktijk: welke aspecten van breed evalueren zitten al goed en waar liggen nog groeikansen, zowel op korte als lange termijn? De vragenlijst is in de eerste plaats bedoeld voor individuele leerkrachten, maar in een ideaal scenario worden de resultaten ook besproken in team. Door de directe link tussen de opbouw van de vragenlijst en het blokkenschema kunnen leraren daarna gericht op zoek gaan naar ondersteuning over aspecten waar ze nog groeikansen zien.
Gaat de vernieuwde toolkit ook in op de vraag: wat na de toets?
Fien en Iris: Zeker. Hoe je aan de slag gaat met de resultaten van breed evalueren maakt deel uit van de essentie van je brede evaluatiepraktijk. In de rechterkolom van het blokkenschema (“En daarna?”) vinden schoolteams informatie over hoe ze evaluatieresultaten kunnen gebruiken om hun leerlingen te ondersteunen en versterken, om beslissingen over hun schoolloopbaan te maken, en hoe ze erover kunnen rapporteren en communiceren met de leerlingen zelf, hun ouders, en hun collega’s.
Is dit een toolkit voor individuele leraren of voor schoolleiders?
Fien en Iris: De toolkit en het blokkenschema zijn in de eerste plaats ontwikkeld voor leraren (Nederlands) in het basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen, maar de verantwoordelijkheid voor breed evalueren ligt niet enkel bij de individuele leerkracht. Om een brede evaluatiepraktijk zo effectief en duurzaam mogelijk in te zetten, is die idealiter ingebed in een overkoepelend evaluatiebeleid op schoolniveau dat gedragen wordt door het hele team. Daarom hebben we ook drie pagina’s ontwikkeld voor schoolleiders. Zij vinden daar meer informatie over de professionalisering van een schoolteam, het opstellen van een evaluatiebeleid, en het inbedden van het evaluatiebeleid in een breder taalbeleid.
Wat is er precies vernieuwd aan de toolkit? Hoe zijn jullie tot die vernieuwing gekomen?
Fien en Iris: De vernieuwing is zowel inhoudelijk als vormelijk. Qua inhoud zijn we vertrokken vanuit de originele toolkits uit 2013, maar we hebben een grondige update doorgevoerd. Op basis van een literatuuronderzoek hebben we recenter onderwijsonderzoek rond learning-oriented assessment verwerkt. Het concept van taalcompetentie Nederlands werd bijvoorbeeld opgebouwd rond het kader uit ‘Iedereen Taalcompetent!’ van de Taalraad. We voerden ook een behoefteanalyse bij onderwijsprofessionals uit waaruit bleek dat er meer informatie nodig was over specifieke onderwerpen, zoals verplichte gestandaardiseerde toetsen. Andere zaken, zoals de rol van leerlingen in het evaluatieproces via zelf- en peer-assessment, werden aangevuld. Vormelijk zijn we overgestapt van een lijvige doorklikbare PDF naar een interactieve, toegankelijke website. We hebben de inhoud ook anders gestructureerd: waar de originele toolkits eerder lazen als een boek met verschillende hoofdstukken zonder overkoepelende structuur, is de website helder opgebouwd rond het blokkenschema. Daarnaast hebben we ook een aparte ingang voorzien met informatie voor schoolleiders. Zo vindt iedereen gemakkelijker z’n weg in de wondere wereld van het breed evalueren.
Niet getalmd dus, surfen naar https://www.nederlandsevalueren.be/