Gaan de gespreksvaardigheden van jonge kinderen achteruit?

Vanochtend was ik te gast in het radioprogramma De Wereld Van Sofie (Radio 1).  Aanleiding was een rapport van de Nederlandse onderwijsinspectie waarin op basis van een landelijke peiling werd vastgesteld dat de gespreksvaardigheden van leerlingen einde basisonderwijs zijn achteruitgegaan in vergelijking met de peiling van 7 jaar eerder. Geldt dat ook voor Vlaanderen, werd mij gevraagd. En wat kunnen we leren uit die peiling in Nederland?

Op de eerste vraag luidt het korte antwoord: dat weten we niet. Er zijn immers geen objectieve data beschikbaar die gebaseerd zijn op een betrouwbare en valide meting van spreekprestaties van leerlingen in Vlaanderen. Dat komt niet alleen omdat lezen prioritaire aandacht kreeg, maar ook omdat het gestandaardiseerd toetsen van gespreksvaardigheden bijzonder arbeidsintensief is.

Wat kunnen we leren uit de Nederlandse peiling? Heel veel. Ten eerste, op toetstechnisch vlak werd een onderscheid gemaakt tussen spreekvaardigheid en gespreksvaardigheid. Spreekvaardigheid verwees naar het uitvoeren van monologische spreektaken: (a) bekijk een fragment uit het jeugdjournaal en vertel het samenhangend én in detail na aan iemand die het fragment niet zag; (b) hou een kort betoog waarbij je een virtuele leraar tracht te overtuigen (met goede argumenten) om een specifiek schoolreisje te organiseren. Gespreksvaardigheid verwees naar de uitvoering van interactieve gesprekstaken per twee: (a) speel samen met een andere leerling een probleemoplossend spel waarbij je moet overleggen om zoveel mogelijk vissen te vangen; (b) los een raadsel op door samen met een andere leerling hardop te denken en te overleggen. Voor alle taken werd een uitgebreide beoordelingswijzer opgesteld die erop gericht was de prestaties van de leerlingen op diverse aspecten te evalueren.

De resultaten tonen dat liefst 30% van de leerlingen de minimumlat voor gespreksvaardigheid niet haalde; dat is iets meer dan 7 jaar geleden. Die leerlingen slaagden er onvoldoende in om samenhangend te spreken, hun bijdragen af te stemmen op hun gesprekspartner en op het doel van de taak. Ze gebruikten ook een te beperkte woordenschat die hen verhinderde hun gedachten duidelijk onder woorden te brengen. Ook al zagen de onderzoekers niet dezelfde achteruitgang voor (monologische) spreekvaardigheid, toch haalde 20% van de leerlingen het vereiste minimumniveau niet; ook hiervoor bleek het creëren van samenhang (via het gebruik van verbindings- en voegwoorden), het ondersteunen van een eigen mening met argumenten en het hanteren van een gepaste woordenschat moeilijk voor de leerlingen die het minimumniveau niet haalden.

Goede prestaties van leerlingen/klassen bleken onder andere samen te hangen met de mate waarin een schoolteam een gezamenlijke visie op het onderwijzen van mondelinge vaardigheden had ontwikkeld. Dat bleek niet op alle scholen het geval. In veel scholen staan mondelinge vaardigheden niet op de agenda van personeelsvergaderingen of nascholingen. Voor het bevorderen van spreek- en gespreksvaardigheden zeggen leraren dat ze meestal terugvallen op hun taalmethode en vaak “geïntegreerd” aan spreekvaardigheden werken, namelijk terwijl ze leesactiviteiten begeleiden of zaakvakken geven. Er wordt veel minder echt gericht aan spreekvaardigheid gewerkt, en op dat vlak signaleren veel leraren een nood tot professionalisering; ook met betrekking tot het evalueren van spreek- en gespreksvaardigheden signaleren leraren diezelfde nood.

In dit verband bevat het inspectierapport ook een aantal interessante didactische tips van experts die reflecteren op de resultaten van de Nederlandse peiling, waaronder:

  • Steun niet eenzijdig op de jaarlijkse spreekbeurt: die is eenmalig en wordt meestal door ouders voorbereid. Daag leerlingen doorheen het schooljaar meermaals uit om iets kort te presenteren (bv. vertel in 1 minuut wat je net gelezen hebt), en geef hen daarop feedback.
  • Daag leerlingen veelvuldig uit om in alle lessen te antwoorden op een vraag als “ik ben het eens/oneens omdat….” Geef feedback en laat leerlingen daarbij ook luisteren naar goede voorbeelden. Zo leren ze beargumenteren.
  • Creëer een veilig spreekklimaat voor alle leerlingen: uit de peiling blijkt dat leerlingen die in de klas spreekangst ervaren, minder goed presteren.
  • Voer in het kleuter- en lager onderwijs in alle lessen échte gesprekken met leerlingen waarbij (a) de leraar een rolmodel van rijk taalaanbod en gespreksconventies is, (b) leerlingen uitgebreid aan het woord kunnen komen om hun mening te verkondigen en die van argumenten te voorzien, en (c) leerlingen feedback op hun output krijgen. Bewaak daarbij bewust dat alle leerlingen aan het woord kunnen komen.
  • Durf af te wijken van de methode: ga in een denkstimulerend gesprek met leerlingen (aan de hand van uitdagende vragen) over onderwerpen die hén interesseren of die aansluiten bij de actualiteit binnen en buiten de school.
  • Moedig ouders aan om thuis veel gesprekken te voeren met hun kinderen. In het onderzoek scoorden leerlingen beter als ze opgroeien in gezinnen waar er (met de ouders) veel gesprekken worden gevoerd over school, televisieprogramma’s, activiteiten….

Het onderzoek van Marieke Vanbuel naar taalbeleid op Vlaamse scholen toont aan dat ook Vlaamse schoolteams nood hebben aan professionalisering op het vlak van mondelinge vaardigheden. Het is dus tijd om de mondelinge vaardigheden duidelijker op de professionaliseringsagenda te plaatsen, op alle niveaus van het onderwijssysteem. Lokaal binnen de professionaliseringsinspanningen voor leraren (en laat die vooral samen – in team – gebeuren), op het mesoniveau van lerarenopleidingen en onderwijsondersteuningsdiensten, en op het macroniveau van de overheid. Wat dat laatste betreft, zijn inspirerende en ondersteunende initiatieven op het vlak van de evaluatie van spreekvaardigheid en de professionalisering van lerarenteams meer dan welkom.  

Conclusie: het is tijd om de kracht van het rijke gesprek te opwaarderen, zowel thuis als op school. Het rijke gesprek waarin leerlingen niet alleen gespreksvaardigheden en algemene taalvaardigheden kunnen ontwikkelen, maar ook kunnen leren hoe je respectvol met elkaar leert communiceren en hoe je elkaars ideeën kunt verrijken. Het rijke, respectvolle gesprek is voor jonge kinderen immers niet alleen de basis van waaruit hun taal- en cognitieve vaardigheden zich ontwikkelen, maar ook een groter mentaal welzijn en – uiteindelijk – een meer vredevolle samenleving.  

De link naar het rapport van de onderwijsinspectie in Nederland

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderzoeken/peil-onderwijs/nederlandse-taal/mondelinge-taalvaardigheid

Plaats een reactie