Velen zijn het erover eens dat ons onderwijs meer evidence-informed zou moeten werken. Als dat zo is, dan lijkt het me wenselijk dat schoolteams in het secundair onderwijs ook rekening houden met de evidence die uit de Grote Scholierenbevraging (2026) van de Vlaamse Scholierenkoepel komt. Dit zijn rijke data die niet over leerlingen gaan, maar van de leerlingen zelf komen. Op de vraag welke aspecten van het onderwijs volgens hen het meest prioritair moeten aangepakt/verbeterd worden, is het topantwoord: het mentaal welzijn van scholieren. De bevraging toont aan dat er op dat vlak enige reden tot bezorgdheid is: 43% van de bevraagde scholieren voelt zich niet gemotiveerd op school, 21% geeft aan niet goed in zijn/haar vel te zitten op school, 31% ervaart de sfeer op school niet echt als positief en een kwart is niet tevreden met de aanpak van de school rond welbevinden. Liefst 47% van de scholieren geeft aan dat ze ‘veel’ tot ‘zeer veel’ stress ervaren door school.
Balans is een woord dat herhaaldelijk bij mij opkwam terwijl ik het rapport van de Scholierenbevraging doornam. Terwijl het huidige onderwijsbeleid primair inzet op een versterking van de cognitieve dimensies van leren (o.a. via een kennisrijk curriculum), vormen de socio-affectieve aspecten van leren op school een cruciaal aandachtspunt voor de leerlingen. Scholen die al hun leerlingen tot duurzaam leren willen brengen, kunnen volgens mij best, in alles wat ze doen, een positieve symbiose van de cognitieve en socio-affectieve dimensies van leren nastreven. Want uiteindelijk is het de leerling die leert, en de leerling die presteert op schooltoetsen, centrale toetsen, internationale vergelijkende toetsen (zoals PISA) en eindexamens. Een boost op de cognitieve aspecten van leren komt sneller tot stand, en is duurzamer, als leerlingen zich goed, veilig, gerespecteerd en gemotiveerd in de leeromgeving voelen. “Gevoel en verstand maken onlosmakelijk deel uit van elke leerervaring. Gevoel drijft verstand, en verstand drijft gevoel als we proberen te leren.” (Onderwijs voor de 21ste eeuw, p. 66).
Het is daarom nog maar de vraag of het signaal van de leerlingen in de eerste plaats voor de beleidsmakers op centraal niveau is bedoeld. Zoals Maarten Vansteenkiste (UGent) opperde, valt er veel te zeggen voor het ontwikkelen en implementeren van een motivatie/welzijns-monitor op alle scholen (naast centrale toetsen), en daar kan een centraal onderwijsbeleid een drijvende rol in spelen, maar toch lijken de leerlingen aan te geven dat het bevorderen van hun mentaal welzijn en hun motivatie vooral op school zelf gebeurt: het krijgt vorm in de directe relaties en interacties tussen leraren en hun leerlingen. Een opeenstapeling van kleine maatregelen kan op dat niveau wel degelijk een verschil maken, zo toont ook een ander recent advies van de Scholierenkoepel rond het bevorderen van lezen en leesplezier op school (10 februari 2026). Zo is er niets mis met het bieden van een duidelijke structuur en een heldere discipline op school, maar daarbinnen willen leerlingen ook een zekere mate van autonomie (bv. keuzevrijheid) ervaren. Leerlingen regelmatig laten samenwerken en overleggen bevordert hun verbondenheid, en dat is op haar beurt motivatiebevorderend. Zoals het rapport rond lezen illustreert, kan de structuur en disciplines die taken en hun bijhorende deadlines bieden, ook averechts werken: een teveel aan deadlines, te strakke deadlines, of een snelle opeenstapeling van deadlines leidt tot negatieve stress en demotivatie bij veel leerlingen. Overleg en afspraken tussen leraren (die aan dezelfde leerlingengroep lesgeven) kunnen in dit verband sterk preventief werken. Leerlingen cognitief uitdagen en hoge verwachtingen koesteren rond hun intellectuele vermogens is een kenmerk van effectieve didactiek, maar tevens geven de leerlingen aan dat ze een schouderklop of een expliciete uiting van waardering appreciëren als ze er daadwerkelijk in geslaagd zijn om die uitdaging tot een goed einde te brengen.
Het valt dus te verhopen dat de resultaten van deze Grote Scholierenbevraging, en de geformuleerde adviezen, niet op een koude steen vallen: de scholieren maken overduidelijk dat ze meer inspraak wilen op alle niveaus van het onderwijsbeleid. Gelijk hebben ze: het gaat over hun toekomst en hun leven.
Zelf de rapporten lezen?
https://www.scholierenkoepel.be/kennisbank/pb-grotescholierenbevraging26