Zelfregulerend leren = beter leren = een nieuwe leidraad van Leerpunt

In een nieuwe leidraad van Leerpunt wordt zelfregulering gedefinieerd als “een bre­de set van strategieën waarmee leerlingen hun denken, gedrag en motivatie of emoties gericht aansturen zodat ze op die manier beter hun doelen bereiken” (p. 8). De verwijzing naar gedrag, kennis, attitudes en vaardigheden toont aan dat zelfregulering een competentie is. Meer zelfs, het is een sleutelcompetentie voor schoolsucces. Nog meer zelfs, het is in de Teaching & Learning Toolkit van de Education Endowment Foundation een van de maatregelen met de allergrootste impact op de prestaties en de ontwikkeling van leerlingen. Gemiddeld liefst 8 maanden leerwinst boeken leerlingen die systematisch zelfregulerende competenties inzettten in vergelijking met leerlingen die dat niet (kunnen) doen. Niet slecht voor een sleutelcompetentie, als je weet dat sommige onderwijsexperts het werken aan sleutelcompetenties weinig productief vinden. En vroeg begonnen is meteen gewonnen: “Metacognitie is een krachtige motor voor leerwinst. Maar kunnen jonge kinderen vanaf drie jaar dit al leren? Absoluut!” (p. 24)

In de leidraad geven de auteurs zes aanbevelingen die onderwijsprofessionals kunnen inzet­ten om zelfregulerend (ZRL) en metacognitie bij hun leerlingen te bevorderen:

  1. Begin met gezamenlijke reflectie (in het team) over wat je denkt en weet over ZRL: Leraren krijgen de raad om hun eigen professionalisering op het vlak van zelfregulerend leren actief in handen te nemen. Dat betekent reflecteren over wat ze zelf al weten over ZRL en over het onderwijs ervan, en zoeken naar manieren om hun deskundigheid te vergroten. Dat kunnen leraren best in teamverband doen, zodat er een schoolbrede visie kan ontstaan. Door zich goed te informeren stijgt de kans dat lerarenteams geloven dat ze via het werken aan zelfregulerende competenties de ontwikkeling en onderwijsprestaties van al hun leerlingen gevoelig kunnen bevorderen, en zo kan collective teacher efficacy (ook al een kenmerk van krachtig onderwijs) groeien.
  2. Geef expliciete instructie in metacognitieve strategieën: De expliciete instructie  van zelfregulering wordt best opgehangen aan de uitvoering van concrete taken (zoals ik in 2015 al schreef). Met andere woorden, algemene sessies ‘leren leren’ werken veel minder goed. Onderzoek toont aan dat in een eerste fase de leraar het best werkzame strategieën modelleert tijdens de uitvoering van concrete (wiskunde-, wetenschaps-, taal-)taken. In een tweede fase laat de leraar de leerlingen de strategieën begeleid inoefenen (opnieuw bij de uitvoering van betekenisvolle taken), om vervolgens de ondersteuning geleidelijk weg te trekken en de leerling kansen te geven om zelfstandig het eigen werk te reguleren. Het befaamde GRIMM-model, inderdaad…
  3. Modelleer: Leraren doen er goed aan om in een eerste fase te tonen hoe zij zelf een bepaalde leerstrategie toepassen (bv. het activeren van voorkennis of het gebruiken van een geheugenstrategie om iets beter te onthouden). Dit werkt het best bij taken die voor de leerlingen moeilijk zijn, zodat ze kunnen zien hoe de gedemonstreerde strategieën echt kunnen helpen. Leraren kunnen bij zulke taken bijvoorbeeld hardop denkend voordoen hoe zij het concrete probleem zouden aanpakken. Ook het modelleren van affectieve zelfregulering is belangrijk: recent onderzoek toont aan dat leraren die hun emoties her­kennen, gepast reguleren en hierop bewust reageren (door bijvoorbeeld hun impulsiviteit of negatieve gevoelens te onderdrukken) een positieve invloed hebben op het leerklimaat, de betrokkenheid van leerlingen én hun eigen welzijn.
  4. Werk met uitdagende, doch haalbare taken: Té moeilijke taken zijn voor veel leerlingen demotiverend (er moet uitzicht blijven op succes!), maar om makkelijke taken uit te voeren, hebben leerlingen vaak weinig metacognitieve strategieën nodig. De taak moet dus uitdagend, maar toch haalbaar zijn. Fouten zijn kansen tot leren, en de leraar moet de leerling helpen om dat in te zien: onderzoek toont aan dat een open houding tegenover fouten, gecombineerd met gerichte reflectie, bijdraagt aan diepgaand leren en sterkere ZRL-vaardigheden.
  5. Stimuleer metacognitieve gesprekken binnen een motiverend leerklimaat: Leerlingen moeten tijdens klasinteractie nog te vaak uitsluitend gesloten vragen beantwoorden, terwijl meer open vragen die hen aanzetten tot hardop redeneren, verantwoorden, verklaren, discussiëren en verkennen veel spontaner leiden tot metacognitief denken. Het is ook goed dat leraren leerlingen expliciet vragen hoe ze een bepaalde taak hebben aangepakt en of er alternatieve manier is om tot een oplossing te komen. Bij schrijfopdrachten kunnen leerlingen elkaar ook voedende feedback geven, vooral als ze criteria voor het succesvol uitvoeren van de schrijftaak op voorhand aangereikt krijgen. Meer zelfs, het is een goed idee om leerlingen vaak te laten samenwerken aan uitdagende taken en hen aan te zetten om samen exploratieve gesprekken te leren voeren over hoe ze de taak het best aanpakken.
  6. Speel in op de context: moedig flexibel ZRL-strategieëngebruik aan: Zelfregulerend leren moet vaak aan bod komen in de klas, in diverse vakken en activiteiten. Daardoor stijgt de kans dat leerlingen het uitproberen van een werkwijze, het bijstellen ervan, het nadenken over kleine foutjes, het rechtveren na een mislukte taakuitvoering als een natuurlijk kenmerk van leerprocessen en klasinteractie zullen beschouwen. Het is ook een goed idee om leerlingen regelmatig keuzes te geven bij het uitvoeren van taken, zodat ze voortdurend uitgedaagd worden om hun eigen leerprocessen te plannen, monitoren en aansturen. Het is ook belangrijk dat zowel leerlingen als leraren inzien dat zelfregulering een competentie is die geleidelijk groeit, met vallen en opstaan.

Hoe overtuigend het onderzoeksmateriaal ook is, toch geraken deze werkzame principes vaak moeilijk tot op de klasvloer. De leidraad bevat gelukkig een resem tips die schoolteams kunnen inspireren bij de implementatie van zelfregulerend leren. Zo mogen schoolteams “klein beginnen”: samen starten met één aspect van ZRL en daar samen (in het team) dingen rond uitproberen, erop reflecteren en geleidelijk een gezamenlijke visie ontwikkelen.  Hoeveel “zelf” er ook zit in zelfregulerend leren, werken aan ZRL in de school is teamwerk. En net als ZRL zelf, is de implementatie ervan een geleidelijk groeiproces.

Zelf lezen?

https://leerpunt.be/leidraden/metacognitie-en-zelfregulerend-leren

Plaats een reactie