Wat als groepswerk niet goed werkt?

Leerlingen kunnen veel van mekaar leren als ze samenwerken in groepen. Maar leerlingen gewoon in groepen zetten geeft geen garantie dat er hard gewerkt en veel geleerd zal worden. Drie vaak vernoemde gevaren van groepswerk zijn:

  1.  het off-task effect: de leerlingen zijn bezig, maar niet met de taak;
  2.  het dominantie-effect: een van de leerlingen doet al het werk en de rest laat betijen.
  3. het geringe leereffect: de leerlingen zijn wel actief, maar leren niets nieuws bij.

Vallen die effecten te vermijden? 100% wellicht niet, maar het internationale onderzoek naar samenwerkend leren levert gelukkig veel interessante tips voor leerkrachten op:

  1. Geef groepen een uitdagende én interessante opdracht. De combinatie van een interessante vraag en een pittige uitdaging zet groepen aan het werk. Als de opdracht te makkelijk of te saai is, dan houden groepsleden zich al gauw met andere dingen bezig.
  2. Geef de groepen een opdracht die naar een duidelijk doel of product toewerkt. Het groepswerk moet een concreet product opleveren, bijvoorbeeld een antwoord op drie vragen, een ingevuld schema, een poster met drie milieutips of de tekst voor een rapsong. Duidelijke eindproducten geven richting aan het werk van de groepen en dagen de groepsleden ook uit om doelgericht en efficiënt met hun tijd om te gaan.
  3. Geef heldere instructies. Het off-task effect loert om de hoek als leerlingen niet goed weten wat ze moeten doen. Leerkrachten nemen dus best rustig de tijd om de opdracht (en het verwachte eindproduct) duidelijk toe te lichten. Als de groepen starten, kunnen leerkrachten best meteen een rondje van de klas maken om te controleren of alle groepen de opdracht goed begrepen hebben.
  4. Maak leerlingen afhankelijk van elkaar. Om te vermijden dat één of twee leerlingen in een groep al het werk leveren, kan gewerkt worden met opdrachten waarbij leerlingen mekaar echt nodig hebben. Dat kan op allerlei manieren:
    1. Verdeel de informatie over verschillende leden: geef elk lid van de groep een eigen stuk informatie en laat de groepen vervolgens een opdracht uitvoeren waarbij de informatie van alle leden moet gecombineerd worden.
    2. Geef opdrachten waarvoor verschillende vaardigheden en kennis nodig zijn: zet leerlingen met verschillende talenten, meningen, creatieve ideeën of voorkennis bij elkaar en geef de groep een opdracht waarbij die gecombineerd moeten worden. Dergelijke opdrachten kunnen niet alleen binnen een klas opgezet worden, maar ook over klassen, leerjaren en zelfs studierichtingen heen.
    3. Werk in opeenvolgende fasen: laat leerlingen in een eerste ronde in verschillende groepjes werken en laat elk groepje expertise opbouwen rond een bepaald aspect van de taak. Herverdeel vervolgens de groepjes zodat vertegenwoordigers van de verschillende groepen nu bijeen komen zitten en samen aan de slag gaan.
  1. Werk met wisselende samenstellingen. Varieer de groepssamenstelling. Werk regelmatig met heterogene groepen waarbij leerlingen van verschillende vaardigheidsniveaus samenzitten. Zo kunnen de ‘sterkere’ leerlingen de anderen helpen (dat is ook voor de sterkere leerlingen interessant omdat die kunnen leren van het ‘uitlegeffect’). Maar werk op andere momenten met een homogenere groepssamenstelling, zodat alle leerlingen opdrachten kunnen uitvoeren die net boven hun niveau liggen.
  2. Zorg voor een veilig klimaat. Een van de grote troeven van groepswerk is dat leerlingen zich in vergelijking met de grote klas veiliger voelen om hun mening te uiten of hun wilde ideeën op tafel te gooien. Maar dat veilige klimaat moet bewaakt worden. De leerkracht kan dus best bij groepswerk een positief-stimulerende rol spelen door aan te moedigen, mee probleemoplossend te denken, open te staan voor de ideeën van de groep, en (mee) te bewaken dat alle leerlingen aan bod kunnen komen.
  3. Maak leerlingen zelf verantwoordelijk voor het welslagen van het groepsgebeuren. Groepen die samenwerken krijgen best niet alleen een inhoudelijke taak, maar ook een sociale taak, namelijk streven naar een goede, constructieve samenwerking binnen de groep. Het is daarom een goed idee om groepsleden een rol te geven in het reguleren van het groepsgebeuren: bijvoorbeeld, de voorzitter waakt erover dat iedereen aan bod komt, de mediator bemiddelt bij moeilijke geschillen, de tijdsbewaker bewaakt of de groep op tijd klaar zal zijn, de materiaalmeester zorgt ervoor dat alle materialen netjes verdeeld worden…
  4. Leg een milde tijdsdruk op. Als groepen teveel tijd krijgen, gaan ze leuteren. Geef vooraf duidelijk aan hoeveel tijd de leerlingen krijgen en zorg ervoor dat de groepen goed moeten doorwerken om hun eindproduct binnen de voorziene tijd af te leveren.
  5. Bespreek het proces en product van groepswerk. Leerkrachten doen er goed aan om achteraf niet alleen het product, maar ook het proces van het groepswerk te bespreken. Hoe hebben de groepen hun werk georganiseerd? Is iedereen voldoende aan bod gekomen? Hoe zijn de conflicten binnen de groep aangepakt? Leerlingen kunnen veel leren van hoe andere groepen bepaalde taken aanpakken of van de strategieën (bijvoorbeeld voor conflictoplossing) die de leerkracht aanreikt. Succes mag beloond worden: Als groepen goed hebben samengewerkt, mag dat succes expliciet benoemd worden.
  6. Geef leerlingen een zekere mate van autonomie. Als groepen zelf bepaalde keuzes mogen maken, verhoogt dat hun motivatie om aan de slag te gaan. Ook als leerkrachten (bij het geven van de instructies) expliciteren wat de criteria voor een succesvolle uitvoering van de taak zijn, dan krijgen groepen meer kansen om hun eigen proces te evalueren en bij te sturen en dus meer controle over hun werk.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s