20 jaar GOK-decreet: de lat hoog genoeg voor alle leerlingen?

“De lat hoog voor iedereen” was de titel van een conferentie die het toenmalige Steunpunt GOK in september 2008 organiseerde. De centrale boodschap van die conferentie resoneert sterk met een aantal vaststellingen in het syntheserapport dat Juchtmans e.a. in 2020 voor het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO) schreven. In dat rapport wordt gereflecteerd op twee onderzoeken waarin wordt geanalyseerd hoe basis- en secundaire scholen in Vlaanderen hun gelijke-onderwijskansenbeleid vormgeven.

In de meerderheid van de scholen gaat het GOK-beleid tegenwoordig op in het zorgbeleid. Die ontwikkeling kwam in een stroomversnelling nadat vanaf het schooljaar 2012-13 de “GOK-uren” werden vervangen door SES-lestijden die integraal deel uitmaken van de reguliere omkadering en de verplichting voor scholen wegviel om een apart GOK-aanwendingsplan te schrijven. Het is de directeur die finaal beslist over de aanwending van de extra SES-lestijden, maar in de meeste scholen hebben leraren veel inspraak en wordt de aanwending ook gedragen door het lerarenteam, ondersteund door de pedagogische begeleidingsdiensten. Het merendeel van de extra lestijden wordt in de meeste scholen aangewend om klasinterne differentiatie en buitenklas-remediëring mogelijk te maken. Klasinterne differentiatie krijgt vaak vorm door het inzetten van extra leerkrachten in de klas of het organiseren van co-teaching. In sommige scholen worden klasoverstijgende groepen met flexibele leerwegen gecreëerd of worden klassen gesplitst voor bepaalde vakken (bv. om niveaugroepen te creëren) om zodoende leerlinggerichter te werken. Remediëring buiten de klas is ook een gangbare praktijk, maar wordt vooral aangewend bij specifieke doelgroepen voor wie de brede basiszorg ontoereikend blijkt. In het secundair onderwijs blijken de middelen vaker algemeen ingezet te worden, eerder dan ten bate van specifieke doelgroepen.

De onderzoekers wijzen erop dat sommige scholen in het basisonderwijs hun (SES-)lestijden inzetten om leerlingen voor te bereiden op 1B of een soort van ‘tracking’ via homogene niveaugroepen te organiseren. Dat druist volgens de onderzoekers echter in tegen de regelgeving die het behalen van de eindtermen als norm vooropstelt. Hier stoten we op een trend die ook in internationaal onderzoek rond “equity in education” al herhaaldelijk werd opgemerkt: de lat wordt voor sommige leerlingen met een bepaald (achtergrond)profiel te laag gelegd (soms vanuit een zorg om het welbevinden van de leerlingen), waardoor op langere termijn de ontwikkelingskansen van de leerlingen benadeeld worden en het “plus est en vous” principe niet sterk genoeg wordt nagestreefd. In de openingstoespraak die ikzelf op de Steunpunt GOK-conferentie van 2008 gaf, had ik het daarom over “maximale ontwikkelingskansen voor alle leerlingen”: haal het allerbeste en het allermeeste uit al je leerlingen! Internationaal onderzoek toont steevast dat dat begint bij geloof in leerlingen en hoge verwachtingen. Die hebben op hun beurt een systematische, dagelijkse impact op het soort opdrachten dat aan leerlingen wordt gegeven, de vragen die aan hen worden gesteld, de teksten die ze te lezen en verwerken krijgen, de kansen tot taalproductie en hoger-orde-denken die ze in alle vakken krijgen, en dus de leer-kansen die ze krijgen. Onderwijs moet voor elke leerling (geen renkele uitgezonderd) knetteren van de rijke impulsen tot leren. De GOK van onderwijs is dat er rijk wordt ingezet op het leerpotentieel van iedere leerling.

Het syntheserapport van Juchtmans e.a. bevat twee opvallende aanbevelingen. Ten eerste wordt aanbevolen om scholen met veel SES-leerlingen maar een fragiel schoolbeleid intensief te ondersteunen. En ten tweede pleiten de onderzoekers voor het opzetten van meer schooloverstijgende samenwerkingsverbanden: scholen zouden bij elkaar inspiratie kunnen vinden om hun extra lestijden effectiever in te zetten en zouden expertise en professionaliseringsinspanningen (en zelfs middelen) rond maximale, gelijke onderwijskansen kunnen delen met elkaar. Scholen leren met andere woorden nog te weinig van elkaar, en te veel naast elkaar.

 Bron?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s