Over de intrinsieke waarde van kunst in de klas

De artistiek-creatieve vorming van leerlingen staat in het leerplichtonderwijs al jaren onder druk. De sterke nadruk op onderwijseffectiviteit bedreigt de ruimte voor kunst in het onderwijs aan jonge mensen. De waarde van kunstgerichte vorming wordt zelfs afgemeten aan haar “effect” op de verwerving van cognitieve skills: de zo geroemde Education Endowment Foundation stelt dat het effect van “arts education” op de verwerving van wiskunde-, wetenschappen- en taalcompetenties gering tot matig is. Methodologisch rammelt dat onderzoek langs vele kanten (zo stelt EEF zelf), waarschijnlijk omdat het indirecte effect van kunsteducatie zo moeilijk in kaart is te brengen.

We zouden haast vergeten dat artistiek-creatieve vorming van leerling een stevige intrinsieke waarde heeft en een onmisbaar onderdeel vormt van een brede persoonlijkheidsvorming van kinderen en jongeren die vandaag opgroeien. We zouden haast niet meer geloven dat artistiek-creatieve vorming een unieke dimensie toevoegt aan de cognitieve en affectieve vorming van leerlingen. Zoals het befaamde rapport van de Wallace Foundation aangeeft, is die intrinsieke waarde niet alleen puur persoonlijk (dus goed voor het individu in kwestie), maar ook publiek (goed voor de samenleving en het samen-leven):

– Artistiek-creatieve competenties geven mensen een taal, een uitlaatklep, een medium om emoties te verwerken en verwoorden; ze kunnen mensen helpen om hun emotionele balans te behouden: dat lijkt me geen luxe in tijden waarin steeds meer jongeren worstelen met angsten en depressieve gevoelens;

– Artistiek-creatieve competenties geven mensen kansen om “out of the box” te leren denken (juist, cognitief dus), creatieve oplossingen te bedenken voor kleine en grote problemen, en dingen vanuit een ander perspectief te bekijken: dat lijkt me geen luxe in tijden waarin we met fundamentele problemen worden geconfronteerd die om creatieve, innovatieve oplossingen vragen.

– Artistiek-creatieve ervaringen open onze ogen: ze prikkelen ons om voorbij de grenzen van onze eigen enge leefwereld te kijken en naar andere mensen, andere gebruiken, andere culturen te kijken. Ze zijn een ingangspoort tot nieuwe kennis. Ze helpen mensen om hun horizon te verbreden en zo empathie, interculturele competenties, verdraagzaamheid te ontwikkelen. Dat lijkt me geen luxe in een wereld die steeds sociaal-diverser wordt;

– Artistiek-creatieve ervaringen spelen een sleutelrol in de vorming van gemeenschappen. Lokale, regionale en nationale gemeenschappen ontlenen een deel van hun gemeenschapsgevoel aan de gedeelde artistieke ervaringen en geschiedenis, en gebruiken kunstige creaties om hun gemeenschapsgevoel (soms letterlijk) in de verf te zetten.

– Artistieke ervaringen kunnen mensen activeren: de thematieken die in kunstwerken aan bod komen of aan de kaak gesteld worden, kunnen mensen sensibiliseren, doen nadenken over onrecht en onverdraagzaamheid en hen activeren om er – samen – iets aan te doen.

Artistieke ervaringen en uitingen zijn – misschien – wel het meest unieke dat ons van andere levensvormen op aarde onderscheidt. Een fundamentele vraag voor elk onderwijssysteem is en blijft: welk soort mensen willen we vormen? Welke sleutelcompetenties moeten “rounded individuals” verwerven? Is artistiek-creatief denken écht een sleutelcompetentie van de waanzinnige 21ste eeuw?  

Meer lezen?

  

Een gedachte over “Over de intrinsieke waarde van kunst in de klas

Geef een reactie op Pedro Reactie annuleren