20 miljoen euro, te verdelen over 512 scholen (basis- en secundair onderwijs onderwijs): zoveel geld pompte de Vlaamse minister van Onderwijs recent als extra injectie in het onderwijsveld. Scholen van wie minstens 50% van de leerlingen een taalachtergrond “thuistaal niet Nederlands” hebben, krijgen een smak geld, die ze naar eigen goeddunken mogen besteden aan taalonderwijs Nederlands.
Dat schept opportuniteiten om de besteding te verankeren in de lokale werking en noden, maar evenzeer gevaren. Het grootste gevaar is uiteraard dat het geld de leerlingen onvoldoende bereikt. Mogelijkheden om het budget snel te besteden zat: een school hoeft in principe niet lang te zoeken om 50.000 euro te besteden. Precies daarom is stilstaan, nadenken en dan pas beslissen de beste raadgever.
De Taalraad (een panel van taalonderwijsexperts uit Vlaanderen en Nederland) publiceerde prompt een korte adviesnota. “Kiezen voor kwaliteit”, heet die. En eigenlijk is de boodschap helder: veranker de besteding van het geld in een visie op taalonderwijs en in een structureel taalbeleid, dat doelgericht is, gericht op duurzame verankering, doordacht, en intensief. Morrel niet aan de marge, zegt de Taalraad: stel bijvoorbeeld geen extra leerkracht aan die buiten de gewone lesuren een paar leerlingen extra uren Nederlands geeft. Werk eerder vanuit de criteria van een duurzaam taalintegratietraject, waarbij er gedacht en gewerkt wordt vanuit een meerlagig ondersteuningsmodel.
Alles moet beginnen en eindigen op de reguliere klasvloer: daar gebeurt het immers. Daar is de impact van de leraar op de leerlingen het grootst. Zoek dus naar een manier om het extra budget versterkend te laten zijn voor de reguliere klaspraktijk van de reguliere leerkrachten. Gebruik de 50.000 euro om het team samen te brengen, samen de bestemming te laten bepalen, en samen de gekozen acties uit te voeren en te evalueren.
Mag mijn school met een deel van dat budget rijke teksten (bv. rijke prentenboeken en leesboeken?) aankopen? Tuurlijk wel, maar denk dan vooral na over hoe alle leraren met die boeken gaan werken. Ontwikkel bijvoorbeeld samen een visie rond thematisch werken in wereldoriëntatie, ontwerp samen een thema en koop boeken (fictie en non-fictie) aan die in de uitwerking van dat thema passen. Evalueer samen de taal- en woordenschatverwerving waartoe het thema aanleiding gaf. Gebruik een ander deel van het geld om een expert/nascholer binnen te halen die veel ervaring heeft met zulk thematisch WO-onderwijs. Financier een uitstap van het team naar een school die al jaren zo werkt. Laat het budget van 50.000 euro met andere woorden de pasmunt zijn voor een veel groter project.
Laat het extra budget dus renderen: het moet intrest opbrengen, zowel naar de leerlingen als naar de professionalisering van de leraren. Als het geld op is, mag het absoluut niet op zijn.
Naar de tekst van de Taalraad?