Voorbij het curriculum? Scholieren bedenken creatieve oplossingen voor levensechte problemen

Laurence Kemball-Cook ontwierp voor zijn oude secundaire school in Canterbury een gang die bestaat uit energie-opwekkende tegels. De energierekening van de school kan meteen een pak omlaag. Het is geen toeval dat het om deze leerling gaat en om deze school: de school roostert ongeveer een derde van het curriculum vrij om de leerlingen de kans te geven om buiten de school en buiten het ‘gewone’ curriculum innovatieve projecten rond levensechte problemen te ontwerpen (The Independent, 14/9/2013). Hoeveel tijd krijgen Vlaamse leerlingen om creatieve oplossingen te bedenken voor levensechte problemen?

Image

Elke school barst van het creatief potentieel. Kinderen en jongeren kunnen als geen ander ‘out of the box’ denken. Maar de goudader lijkt maar weinig aangeboord te worden. Het is nochtans niet moeilijk om levensechte problemen op te sommen die jongeren kunnen uitdagen om er hun creativiteit op los te laten. Dit leverde 2 dagen lezen in de krant op:

– Elk jaar wordt 1,2 miljard voedsel weggegooid.

– De energierekening van scholen bedreigt hun financiële gezondheid

– Pesten op school blijft een pest

– Hoe kan de VN-veiligheidsraad het best functioneren om echt vrede te handhaven?

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om het soort “naïeve” en vrijblijvende creativiteit waarbij kinderen even een kwartiertje mogen brainstormen en dan snel, net voor de bel gaat, een voorstel in de lucht gooien. Het gaat hier om een overdachte cyclus, die begint bij het ontdekken van een echt probleem (liefst door de leerlingen zelf), het grondig analyseren van het probleem (wat is precies het probleem? hoe is het ontstaan? welke factoren spelen mee?), het verzamelen van relevante informatie, het bedenken van mogelijke oplossingen, het aftoetsen van die oplossingen aan allerlei criteria (kosten? haalbaarheid? sociale wenselijkheid? ongewenste neveneffecten?), het ontwerpen van modellen of prototypes en het bediscussiëren ervan. Het gaat dus om ruimte en tijd in een curriculum, om samenwerking tussen leerkrachten (bijvoorbeeld leerkrachten die een aantal van hun lesuren aan mekaar ‘klikken’), om de durf van scholen om leerlingen de wereld in te sturen, om een heel ander soort huiswerk dan oefeningen maken en lesjes leren…

Moeten we ‘voorbij het curriculum’ om dit soort onderwijs te realiseren? Deugt ons curriculum dan wel? Durven we innovatief genoeg denken over ons Vlaams onderwijs om het innovatieve potentieel van de jeugd niet domweg verloren te laten gaan? Wordt de kwaliteit van onderwijs niet grotendeels bepaald door de wijsheid die van onderen mag komen? Van de leerlingen? Investeren we op die manier niet tegelijkertijd in betere leerlingen en een betere omgeving?

‘Run, don’t walk’, krijgen de leerlingen te horen die in Canterbury door de schoolgang lopen. Dan wekt de vloer immers meer energie op. Durven we met ons Vlaams onderwijs eindelijk lopen? Of blijft het onderwijs liever de fakkel van de creativiteit overgeven aan bedrijven die in innovativiteit investeren of aan de media die programma’s als “De bedenkers” in de ether moeten gooien om onze creatieve vermogens weer los te schudden?

De bedenkers, wie bedenkt het? Onze scholen zitten vol bedenkers. Moeten we niet dringend een scholencompetitie organiseren rond creatieve oplossingen voor levensechte problemen?

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s