Scholieren vragen meer inspraak

De Vlaamse Scholierenkoepel en Martha Nussbaum hebben één ding gemeenschappelijk: ze vragen meer inspraak voor scholieren. Ze stellen beiden, op hun manier, de hamvraag: hoe kunnen scholieren leren hoe een democratie werkt, en hoe kunnen ze voorbereid worden om de democratie in de toekomst levend en echt democratisch te houden, als hun eigen school te weinig kenmerken van een echte democratie vertoont?

De VSK en Martha Nussbaum hebben nog wat gemeenschappelijk: ze geven veel voorbeelden van het soort beslissingen die op een school moeten genomen worden en waarbij de leerlingen zouden kunnen betrokken worden. Eerst de voor de hand liggende voorbeelden die vele scholen zullen herkennen: de herinrichting van de speelplaats, de inhoud van de automaten op de speelplaats, de 100-dagen-viering, het gebruik van schoollokalen voor fuiven, het gamma aan buitenschoolse activiteiten en uitstappen, de klasinrichting. Maar er zijn ook meer gewaagde, en meer verregaande voorstellen volgens VSK en Nussbaum denkbaar. Als de inspectie een doorlichting doorvoert, zouden ook de leerlingen uitvoerig gehoord moeten worden. Als het tuchtreglement van de school ter sprake komt, moeten ook de leerlingen gehoord worden. Als er een nieuwe taalmethode moet worden gekozen, waarom niet de leerlingen consulteren? Als leerkrachten moeten geëvalueerd worden, waarom geen feedback vragen aan de leerlingen? Als het team nadenkt over de verbetering van het zorgbeleid, het taalbeleid of haar evaluatiebeleid, waarom niet uitvoerig inspraak geven aan degenen op wie dat beleid zich richt? Idem voor het pestbeleid op school, de invulling van de vrije ruimte (en dus het gamma aan keuzevakken), het gelijkekansenbeleid, de kledijvoorschriften….

Nussbaum benadrukt dat een volwaardige democratie nood heeft aan kritische, waakzame, assertieve, empatische, en goed geïnformeerde burgers. Werken aan inspraak en democratische waarden betekent dus ook dat leerlingen leren – in alle lessen – om informatie niet zomaar klakkeloos over te nemen, maar bronnen en boodschappen kritisch te benaderen; dat ze leren op een beschaafde manier in debat te gaan; dat ze leren om hun eigen mening te onderbouwen met argumenten én tevens leren luisteren naar de mening van anderen, en zich zelfs proberen in te leven in het standpunt van de andere. Dat ze hun mening mogen uiten, maar ook leren beseffen dat beleid maken een kwestie is van compromissen sluiten op basis van genuanceerd denken. Volgens Popper is de kern van een democratie dat mensen kunnen opkomen tegen dictatoriaal gezag en machtsmisbruik, en dat ze de macht hebben om het machtsmisbruik te stoppen. Dat basisgevoel, dat basisgeloof in de democratie kunnen jongeren maar opbouwen als de democratische instellingen waarin ze zelf functioneren, dat basisprincipe belichamen. En liefst zoveel mogelijk.

Inspraak begint en eindigt dus niet bij een leerlingenraad. Inspraak begint en eindigt bij de kans die aan leerlingen, klein en groot, wordt gegeven om bij allerlei beslissingen die hen aanbelangen, hun stem te kunnen laten horen, en deel te kunnen nemen aan minstens een deel van het debat dat leidt tot een beslissing. Inspraak begint en eindigt bij de veelheid van beslissingen – klein en groot – die niet boven de hoofden van de leerlingen worden genomen, maar in de hoofden van leerlingen tot leven mogen komen.

Lees het standpunt van VSK:

http://scholierenkoepel.be/info/standpunten/memorandum2014

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s