De techniek van techniek op school

Een paar dingen die we kunnen leren uit het doctoraatsonderzoek van Jan Ardies (Universiteit Antwerpen) over lessen techniek op school:

  • Het is niet omdat je van iets een apart vak maakt, dat leerlingen er het nut of belang van zullen inzien. Een structuurhervorming of een aanpassing aan het lessenrooster zijn niet allesbepalend. Het gaat er uiteindelijk om wat leerkrachten ervan maken. Wie meent dat de afsplitsing van het leergebied “techniek” uit het geheel van de wereldoriëntatie in het basisonderwijs automatisch voor meer interesse en motivatie voor techniek zal zorgen, is ietsje té goedgelovig. Het onderzoek van Ardies toont aan dat de interesse voor techniek bij leerlingen zelfs kan dalen als het vak techniek niet boeiend genoeg wordt ingevuld.
  • Het is niet omdat een vak wordt geïntroduceerd, dat leerlingen meteen een zware brok theorie over zich heen moeten krijgen. Theorie over abstracte principes kan maar beklijven als de leerlingen die theorie kunnen verbinden met concrete ervaringen en praktische toepassingen. Te veel theorie demotiveert en verdampt heel vlug. Maar het is ook niet zo dat als je leerlingen zomaar allerlei praktische dingen laat doen, dat de interesse of de kennis van leerlingen automatisch zal groeien. Onderwijs is de kunst om complexe dingen boeiend en toegankelijk te maken, en om leerlingen te willen doen leren. Techniek onderwijzen is daarom een kwestie van eerst en vooral interessante vragen losweken over het gebruik van techniek. Die vragen kunnen van de leerkracht of van de leerlingen komen. Rond die interessante vragen kunnen leerlingen vervolgens aan het denken én doen gezet worden. Theorie en praktijk hebben mekaar nodig: ze kunnen mekaar, in de zoektocht naar antwoorden op interessante vragen, voortdurend verrijken, en moeten dat ook doen om theoretische inzichten te doen beklijven en praktische vaardigheden te verdiepen.
  • Het is niet omdat we techniek in 2015 onderwijzen dat ons onderwijs eigentijds is. Techniek onderwijzen kan voor jongeren een extra dimensie krijgen als ze het gevoel hebben dat ze een bijdrage kunnen leveren of eigen ideeën kunnen inbrengen. Jongeren consumeren moderne media niet zomaar, ze willen zelf een bijdrage leveren, en via die bijdrage reacties van anderen losweken. Ze willen hun eigen informatie aan beschikbare informatie toevoegen. Ze willen een verschil maken, hoe klein ook. Technologische opvoeding is uitermate geschikt om jongeren te laten aanvoelen dat ze een bijdrage kunnen leveren. Jonge mensen voelen dagelijks dat techniek een verschil in hun leven maakt. Technologische opvoeding kan hen helpen om dat verschil te begrijpen, en om via techniek een verschil in het leven van andere mensen te maken. Ook hier kunnen levensechte vragen en problemen van mensen buiten de school het startpunt zijn voor een technologisch ontwerp, en een boeiende les techniek.
  • Het is niet omdat een competentie in een vak wordt behandeld, die competentie in dat vak moet worden opgesloten. In het hedendaags onderwijs moeten we de kansen die de wetgever biedt om vakdoorbrekend te denken en handelen, met beide handen grijpen. De hedendaagse wereld heeft immers geen hokjesmensen nodig, maar mensen die verbindingen kunnen leggen tussen verschillende domeinen en competenties om in authentieke situaties te functioneren. Technologische opvoeding biedt daarvoor uitstekende springplanken: wie een clevere gadget op zonne-energie wil ontwerpen (zoals de leerlingen die meededen aan de Solar Olympics), moet in de natuurwetenschappen duiken om te begrijpen hoe een cel op zonne-energie werkt, kan uitgedaagd worden om die gadget aan andere leerlingen of de buitenwereld voor te stellen (taal), kan via wiskundige berekeningen de kracht van de cel of de winstmarge op verkoop van de cel berekenen (economie!), en leert tegelijkertijd samenwerken met anderen en probleemoplossend denken….

De manier waarop techniek gegeven wordt, maakt een cruciaal verschil volgens Jan Ardies. Maar dat weten heel veel leerkrachten al heel lang….

Advertenties

4 thoughts on “De techniek van techniek op school

  1. De kern van het verhaal voor het promoten van techniek. Natuurlijk is theorie belangrijk en kan niet zonder de praktijk. Het gaat om de dosering en de volgorde. Weet je jonge mensen te triggeren met een aansprekend praktisch voorbeeld, dan zullen diezelfde jongeren openstaan voor die soms taaiere abstracte theorie. Het succes van die praktische ervaring doet wonderen! Bekend en tegelijk jammer dat er tegenwoordig minder gelezen wordt; dat de taal een ten onrecht ondergeschoven kindje is; toch is daarvoor iets in de plaats gekomen: men is meer visueel ingesteld….m.a.w. eerst zien dan geloven. Van dit gegeven kan iedereen, die met techniek bezig is in het onderwijs of in het bedrijfsleven gebruik maken. Met enthousiasme laten zien hoe mooi, uitdagend inspirerend en interessant techniek eigenlijk wel is. In deze tijd waarin veel specialismen zijn, is het juist van belang dat we elkaars taal spreken, dat technici en niet-technici elkaar kunnen begrijpen, aanvullen en inspireren. Ik hoop dat het werk van Jan Adries uitwerking zal hebben op politici in Europa; dat het bij hen niet alleen bij woorden blijft maar ook bij daden. Het zou een verdienste zijn voor de werkgelegenheid, het bedrijfsleven, het onderwijs voor jong en oud!
    Jan Adries bedankt voor deze voorzet!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s