Differentiëren: hoe doe je dat? (1)

Leraren differentiëren vaker, meer en makkelijker dan ze denken. Differentiëren draait om het erkennen van, en inspelen op, verschillen tussen leerlingen. Dé uitdaging bestaat erin te differentiëren op een productieve wijze, namelijk zo dat het leren van zoveel mogelijk leerlingen zoveel mogelijk wordt bevorderd. Hieronder 6 manieren om productief te differentiëren die bereikbaar zijn voor elke leerkracht:

  1. Licht moeilijke en nieuwe concepten op verschillende manieren toe: Als je als leerkracht een nieuw begrip, concept of principe moet toelichten, geef dan diverse voorbeelden. Gebruik voorbeelden die uit het leven van de leerlingen kunnen komen of die ze zich concreet kunnen voorstellen, of gebruik visuele ondersteuning (bv. door de computer te gebruiken, door iets te demonstreren, door voorwerpen in de klas mee te brengen). Laat leerlingen ook diverse soorten oefeningen en toepassingen maken op het nieuwe concept. De leerkracht natuurwetenschappen die de wet van de traagheid aanbrengt en daarbij zowel van levensechte voorbeelden, proefjes, visuele voorstellingen als praktische oefeningen gebruikmaakt om de abstracte wet te concretiseren, zorgt er door die diversiteit niet alleen voor dat individuele leerlingen verschillende verbindingen met de voorkennis in hun hoofd tot stand kunnen brengen, maar verhoogt tevens de kans dat elke leerling in de klas tot minstens één werkende verbinding komt. Variatie doet leren. En variatie doet vooral meer leerlingen leren.
  2. Ga bewust om met je beurtverdeling tijdens klassikale gesprekken: Als leraren hun beurtverdeling tijdens klasgesprekken niet bewust bewaken, dan stijgt de kans dat enkel de meest assertieve, sterkste of meest bereidwillige leerlingen het woord krijgen, hardop hun ideeën mogen verwoorden en daarop feedback krijgen. Dat verhoogt hun activiteit en kans op leren, maar kan ertoe leiden dat anderen afhaken of passief worden. De automatische piloot moet af: door er bewuster op te letten dat alle leerlingen worden aangesproken, moeten meewerken en daarbij interessante vragen krijgen, verhoogt de kans dat iedereen tot leren komt. Een interessante strategie is de volgende: open een klasgesprek met een uitdagende vraag, en laat leerlingen hierover eerst kort in kleine groepjes van gedachten te wisselen. Kondig op voorhand aan dat na de groepsbespreking eender welk lid van de groep kan gevraagd worden om het groepsstandpunt te verwoorden. Dat houdt alle leerlingen actiever bij de les en is een goede manier om te vermijden dat alleen de meest praatgrage leerlingen aan het woord komen.
  3. Geef leerlingen meer keuzes: Als het handboek na een tekst of instructie 5 verschillende oefeningen voorschotelt, laat de leerlingen dan zelf kiezen welke van de 5 ze eerst maken, en welke daarna. Dat geeft hen meer autonomie, en dat is bevorderlijk voor leermotivatie. Observeer welke keuzes leerlingen maken en vraag hen die toe te lichten. Zo kan je beter inspelen op hun vragen, voorkennis, eigen aanpak en leerproces. Werk ook regelmatig met keuzehoeken of opdrachten waarvoor diverse soorten inbreng nodig zijn, en laat leerlingen ook hier zelf keuzes maken. Bewaak wel dat leerlingen voor uitdagingen gaan en het zichzelf niet te makkelijk maken.
  4. Loop rond tijdens individuele, duo- en groepstaken: Dit geeft je de uitstekende mogelijkheid om te observeren hoe specifieke leerlingen specifieke taken aanpakken, tegen welke obstakels ze aanlopen, en welke dingen ze al goed onder de knie hebben. Gebruik je observatie om leerlingen ondersteuning-op-maat te geven.
  5. Geef feedback na een evaluatie of toets: Geef leerlingen na een toets concrete feedback die hen helpt om hun fouten of onbegrip weg te werken. De feedback hoeft niet exhaustief te zijn en op elke slak zout te leggen, want die zou de feedback contraproductief kunnen worden. Feedback kan kort en krachtig zijn, schriftelijk of mondeling gegeven worden, en is humus voor leerprocessen als hij goed gedoseerd wordt. Fouten zijn niet erg, als we er maar uit kunnen leren, en feedback helpt jonge leerders enorm om uit fouten te leren.
  6. Laat leerlingen meer vragen stellen: We gebruiken invulbladen, schema’s, placemats, post-its, mondelinge vragen om leerlingen altijd maar weer antwoorden te laten geven. Maar hun (eigen!) vragen zijn minstens even belangrijk voor hun (eigen!) leerprocessen. Leren begint bij het stellen van vragen. Daag leerlingen dus uit om bij nieuwe concepten, bewerkingen, concepten hun eigen leervragen te stellen: laat hen die neerschrijven op invulbladen, schema’s, placemats, post-its of mondeling stellen. Leraren die dit aandurven zullen vaak verbaasd zijn hoe vaak leerlingen rake, interessante en pertinente vragen stellen over de onderwerpen die worden behandeld. Dit helpt je als leraar niet alleen om te weten te komen wat leerlingen willen te weten komen of wat ze nog niet begrijpen, maar ook om de les een pak boeiender te maken!

 

Meer lezen over differentiatie?

Castelein, E.,  Coens, J., De Witte, K., Houben, A., Lauwers, W., Segers, J., & Van den Branden, K. (2016). Binnenklasdifferentiatie. Een beroepshouding, geen recept. Leuven: ACCO.

Van den Branden, K. (2015). Onderwijs voor de 21ste eeuw. Een boek voor leerkrachten en ouders. Leuven: ACCO.

Advertenties

One thought on “Differentiëren: hoe doe je dat? (1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s