Is er een genderkloof in ons onderwijs? En zo ja, wat doen we eraan?

 

Presteren jongens beter voor wiskunde en meisjes beter voor taal? Halen meisjes betere schoolresultaten dan jongens? In zijn recente boek Diversities in education (2017) baseert David Mitchell zich op een resem meta-analyses van wetenschappelijke studies om een stand van zaken op te maken en aanbevelingen te doen rond hoe scholen (nog) beter met de verschillen tussen jongens en meisjes kunnen omgaan.

Is er een genderkloof? Qua leerprestaties en leerwinst in specifieke domeinen van het curriculum stelt Mitchell vast dat de verschillen tussen de geslachten, als die er al zijn, klein zijn. Zo blijken in een aantal meta-analyses jongens gemiddeld iets beter te presteren voor wiskunde en ruimtelijke oriëntatieproeven en doen meisjes het vaak iets beter voor taal. Dat mag echter geen aanleiding vormen tot stereotiepe zwart-wit beelden: de verschillen tussen meisjes onderling (en ook tussen jongens onderling) zijn immers veel groter dan de verschillen tussen meisjes en jongens. Met andere woorden, de variantie binnen de groepen (meisjes/jongens) is veel groter dan de variantie tussen de twee groepen. Meer verontrustend is het feit dat in veel westerse onderwijssystemen (inclusief België) de groep meisjes op een heel aantal indicatoren van schoolsucces gemiddeld betere globale resultaten haalt dan de groep jongens. Zo hebben jongens statistisch gezien een grotere kans om ongekwalificeerd uit te stromen, doorverwezen te worden naar het buitengewoon onderwijs, niet succesvol te zijn in het hoger onderwijs en achterstand op te lopen door zittenblijven.

Wat de oorzaken daarvan betreft, waarschuwt Mitchell voor eenzijdige, simplistische verklaringen. De bovenstaande verschillen rond schoolsucces zijn het gevolg van een zeer complex samenspel van biologisch/genetische factoren en allerlei omgevingsfactoren. Wie eenzijdig naar één bepaalde verklaring wijst (bijvoorbeeld, “er staan te weinig mannelijke leerkrachten voor de klas” of “dit wordt allemaal genetisch bepaald”) doet de waarheid geweld aan. Zo blijken jongens weliswaar vanuit biologisch-genetische factoren meer kans te maken om bepaalde leerstoornissen en functiebeperkingen te ontwikkelen (of ermee geboren te worden), maar dat verklaart lang niet de oververtegenwoordiging van jongens in het buitengewoon onderwijs. Die heeft ook te maken met bijvoorbeeld de neiging van sommige ondersteuners (ouders, schoolteams, hulpverleners…) om bepaald gedrag makkelijker te beoordelen als een stoornis of ongewenst gedrag als jongens dat gedrag stellen dan als meisjes dat doen. De variabele “geslacht” moet ook altijd bekeken worden in het samenspel met andere achtergrondvariabelen van leerlingen, zoals sociale status en etnische herkomst. Met andere woorden, bepaalde beslissingen (bv. rond doorverwijzing, studiekeuze of zittenblijven) zijn biased  in het voor- of nadeel van jongens/meisjes van een bepaalde etnische en sociale origine, en niet voor jongens of meisjes tout court.

Wat kunnen we eraan doen? Om de genderkloof in het onderwijs te minimaliseren en gelijke onderwijskansen voor jongens en meisjes te garanderen, kunnen volgens Mitchell diverse soorten maatregelen in overweging genomen worden, waaronder:

Individualiseer: Schoolteams mogen zich niet blindstaren op de factor “geslacht”, maar moeten met een open, onbevangen, onbevooroordeelde blik kijken naar individuen. Ze moeten elke leerling (ongeacht of die leerling jongen, meisje of X is) de allerbeste kansen op ontwikkeling geven en hoge verwachtingen koesteren omtrent diens groeipotentieel.

Monitor: Scholen moeten zichzelf monitoren op het vlak van hun eigen genderkloof. Als in meta-analyses (met duizenden leerlingen) de verschillen klein zijn, dan betekent dat dat op een school waar systematisch (en jaar na jaar) jongens beter of slechter scoren dan meisjes op cruciale indicatoren van schoolsucces, het schoolteam in de spiegel moet kijken. Dan zegt dat verschil tussen jongens en meisjes op die school vooral veel over de manier waarop op die school met genderverschillen wordt omgegaan, en moet het schoolteam zichzelf op dat vlak bijsturen.

Screen lesmaterialen en lesactiviteiten op genderstereotiepen: Ook al is er wel degelijk vooruitgang geboekt in Vlaanderen, toch blijven bepaalde genderstereotiepe boodschappen en afbeeldingen aanwezig in lesmethoden. Ook tijdens klasinteractie worden bepaalde stereotiepe rolpatronen en algemene uitspraken over de talenten en competenties van meisjes versus jongens doorgegeven. Jonge mensen hebben de neiging om zulke stereotypen te incorporeren, en dat kan vreten aan hun zelfbeeld en hun toekomstperspectieven. Roldoorbrekende voorbeelden zijn in dit verband van groot belang.

Bied alle leerlingen een krachtig, eigentijds, gevarieerd onderwijs: Mitchell verwijst onder andere naar de principes van Universal Design for Learning (UDL) om te benadrukken dat een interessant, zinvol, eigentijds onderwijs dat gebruik maakt van heel gevarieerde werkvormen de beste kansen biedt om leerlingen in al hun diversiteit tegemoet te komen. In dit verband zijn warme relaties tussen leraren en leerlingen van groot belang.

Ga bewust om met interactiepatronen en gendergerelateerde uitspraken in de klas: Het loont de moeite voor leerkrachten om zichzelf af en toe op te nemen (op video) en daarna samen met een collega specifiek te letten op hoe in de les werd omgegaan met verschillen tussen meisjes en jongens. Kregen meisjes andere soorten vragen dan jongens? Mochten jongens meer aan het woord komen dan meisjes? Kregen ze andere feedback? Welke boodschappen werden over genderverschillen geuit? Veel van deze mechanismen gebeuren immers vaak onbewust en ongewild, en zitten onder de radar van het bewustzijn. Daarom is het goed om die mechanismen via video-opnames boven water te krijgen.

Vermijd stereotiepe genderpatronen bij studiekeuzes: Ouders, schoolteams en leerlingen moeten beslissingen rond studiekeuzes en doorstroming in de eerste plaats maken op basis van een brede evaluatie van individuele leerlingen, en mogen zich niet laten leiden door vastgeroeste en stereotiepe ideeën over de zogenaamde typische interesses, competenties en beperkingen van jongens versus meisjes. Een studiekeuze moet gebaseerd zijn op een geïndividualiseerd, toekomstgericht traject: wat geeft leerling A energie-voor-leren? Waar wil hij/zij echt beter in worden? In welke studierichting krijgt deze leerling de meest maximale kansen op ontplooiing en positieve groei?

Treed streng op tegen pestgedrag op basis van gender of seksuele geaardheid: Schoolteams moeten actief strijden tegen pestgedrag dat gebaseerd is op seksuele geaardheid en geslacht, en moeten duidelijk maken dat er daarvoor geen plaats is op de school.

Communiceer openlijk over gender en rolpatronen:  Schoolteams mogen tijdens de reguliere lessen (doorheen het curriculum) niet onder stoelen of banken steken dat in de maatschappij nog vaak stereotypen heersen over de verschillen tussen mannen en vrouwen en er nog steeds genderongelijkheid is. Ze moeten de fundamentele gelijkheid van man en vrouw, het belang van universele mensenrechten en gelijke kansen voor iedereen benadrukken en systematisch proberen om die principes tijdens klasinteractie, bij het stimuleren van leerlingparticipatie aan het schoolbeleid, en in de dagelijkse omgang met leerlingen in de praktijk om te zetten.

Meer lezen?

David Mitchell (2017). Diversities in education. Effective ways to reach all learners. New York: Routledge.

Advertenties

One thought on “Is er een genderkloof in ons onderwijs? En zo ja, wat doen we eraan?

  1. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:
    Interessante samenvatting van een nieuw boek van David Mitchell met inzichten die we ook bespreken in ons mytheboek. Bij de vaak prima aanbevelingen zijn er wel een paar waar ik bedenkingen bij wil maken.
    Zo ben ik zelf zeker niet tegen de filosofie van UDL, maar de effectiviteit kan moeilijk bewezen worden. Er zijn trouwens genoeg andere redenen om te variëren in werkvormen.
    Een tweede opmerking is dat je tussen de regels in de aanbevelingen kan lezen hoe een volledige maatschappij een rol speelt. Onderwijs kan impact hebben, en moet zijn best doen, maar zelfs in een van de meest gelijke regio’s ter wereld, is er nog werk.
    Nog een kleine aanvulling: als je de spreiding van jongens en meisjes bekijkt, dan zie je dat de spreiding van jongens breder gaat dan deze bij meisjes. Bij de best-presterenden ga je ook vaker jongens vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s