Scholen slim organiseren: meer energie voor leren door meer teamwerk en teamverantwoordelijkheid!

Veel scholen hebben een zeer complexe organisatiestructuur: allerlei taken en verantwoordelijkheden worden verdeeld over verschillende mensen en groepen in een kluwen waar niemand nog wijs uit geraakt en waar veel teamleden naast mekaar lijken te werken. De vakleerkracht geeft zijn vak, de zorgcoördinator coördineert het zorgbeleid, de onderdirecteur stelt de uurroosters op, de taalbeleidscoördinator moet een taalbeleid op gang trekken, de ICT-coördinator de integratie van moderne technologie…. De continue zorg voor de leerlingen (doorheen hun hele leertraject) wordt versnipperd tussen veel verschillende partijen, maar uiteindelijk voelt niemand zich echt eindverantwoordelijke voor het volledige leertraject van leerlingen. Tegelijk heeft iedereen het gevoel dat hij/zij weinig zelfsturing aan de eigen job kan geven omdat er vragen en druk van allerlei kanten komen: van de overheid, de leerplannen, maar ook van interne coördinatoren en collega’s met een andere deelverantwoordelijkheid. Dat creëert stress en ontevredenheid, én de nood aan veel interne communicatielijnen- en kanalen, die mekaar voortdurend doorkruisen.

Het kan ook anders. In hun boek “Scholen slim organiseren” trekken Tom Van Acker en Yves Demaertelaere resoluut de kaart van participatief leiderschap: samen als team schoolbeleid maken, en dat niet alleen op papier als een mooi klinkend credo, maar integraal verweven in de vezels van de schoolorganisatie. Ze presenteren in dit verband het “zeester-model”.

zeester

Een zeester heeft verschillende poten, maar elk van die poten kan autonoom functioneren (en kan zelfs uitgroeien tot een volwaardige zeester als hij wordt afgehakt). Een zeester-school heeft een eenvoudige structuur, maar geeft complexe en volle verantwoordelijkheid aan deelteams van leraren. Dat deelteam krijgt bijvoorbeeld voor een bepaalde afdeling/studierichting de volle verantwoordelijkheid over alle aspecten van het onderwijstraject en volgt de leerlingen in die afdeling doorheen de verschillende leerjaren gezamenlijk op. Het deelteam is dus volledig verantwoordelijk voor de inhoudelijke, praktische en organisatorische aspecten van een onderwijstraject voor een bepaalde groep leerlingen. De teamleden krijgen beslissingsrecht (over uurroosters, zorginterventies voor bepaalde leerlingen, nascholingen, evaluaties…). Op die manier kunnen ze veel meer zelfsturing geven aan hun onderwijsproject en ook aan hun eigen job-invulling. Ze werken intensief samen met elkaar (in plaats van naast mekaar en los van mekaar) en met hun partners (de deelteams van de andere afdelingen, ouders, leerlingen, de overkoepelende schooldirectie).

BuSO-school Sint-Idesbald in Roeselare re-organiseerde haar schoolstructuur op die manier en stelt vast dat, hoewel het om een proces van vallen en opstaan gaat en er veel intensief overleg nodig is binnen het team, de leerkrachten na één jaar met meer plezier en betrokkenheid komen werken en dichter bij de leerlingen staan. Bij de leerlingen zijn er “minder crisissen op pauzemomenten, minder time-outinterventies en meer betrokkenheid op het eigen leertraject” (p. 120). In zulke scholen valt het verschil tussen doeners (de vakleerkrachten) en denkers (directie en coördinatoren) weg. Iedereen wordt “doenker” (denker en doener tegelijkertijd). In zulk een school ontstaan teams van leraren waarin iedereen leidt en waarin de diverse teams mekaar leiden. In zulk een school krijgen de team-overstijgende directieteams terug meer tijd om ook inhoudelijke en pedagogische impulsen te geven.

Voor alle duidelijkheid: het organisatiemodel van een school moet niet veranderen omwille van de verandering zelf. Ze moet veranderen als blijkt dat daardoor het schoolteam haar basismissie beter kan realiseren. Van Acker en Demaertelaere benoemen de vier kernopdrachten van een school als volgt:

– Leerdoelen nastreven die maatschappelijk relevant zijn en relevant in functie van de arbeidsmarkt, het vervolgonderwijs en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen;

– Talenten van leerlingen ontwikkelen en regisseren en vanuit talenten de studie oriënteren;

– Het begeleiden van leerlingen bij leerhindernissen;

– Betrekken van alle belanghebbenden (leerlingen, leerkrachten, ouders) in een goede leer- en leefgemeenschap

Het hoofddoel van een re-organisatie van de schoolstructuur is dus ervoor zorgen dat de energie-voor-leren van alle leerlingen verhoogt en maximaal wordt omgezet in succesvolle leerervaringen, én dat de energie-voor-onderwijs van leraren toeneemt. Want het hoofddoel van een schoolstructuur is niet die structuur in leven houden, maar het leren en het onderwijzen nieuw leven inblazen. Elke dag opnieuw, met volle goesting!

Meer lezen?

Tom Van Acker en Yves Demaertelaere (2014). Scholen slim organiseren. Anders werken met goesting. Tielt: Lannoo Campus.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s