Creatief denken bevorderen: misvattingen en concrete lesideeën

Creatief denken is een sleutelcompetentie in het 21ste eeuwse onderwijs, daarover zijn velen het eens. Maar over creatief denken bestaan ook behoorlijk wat misvattingen: wie die opruimt, kan het zichzelf makkelijker maken om creativiteit te bevorderen in het onderwijs. Onderaan dit blogbericht wordt dat geïllustreerd met concrete lesideeën.

  • Misvatting 1: Creativiteit heeft met kunst te maken. Velen denken spontaan aan Van Gogh, Mozart en Shakespeare als het woord ‘creativiteit’ valt. Maar creativiteit manifesteert zich niet alleen in de kunsten: het kan betrekking hebben op alle aspecten van het leven. Overal waar mensen nieuwe dingen doen met bestaande objecten (“kijk, mama, mijn haarspeld is nu een paperclip geworden”), een idee vanuit een andere hoek bekijken of op een nieuwe manier combineren met een ander idee, een probleem op een eigenwijze manier proberen op te lossen, een nieuw woord verzinnen (“kijk, mama, een paperspeld”), een nieuwe kleur of vorm aan iets geven, of een nieuwe of onverwachte beweging uitvoeren, is er sprake van creativiteit. In essentie gaat creativiteit om het loskomen van bestaande ideeën, praktijken, gebruiken, objecten.
Les voor het onderwijs: Creatief denken kan je doorheen het curriculum (dus in alle vakken) bevorderen. Het gebeurt overal waar leerlingen mogen proberen om iets anders, eigenzinnigs of nieuws te doen met een bestaand voorwerp, idee, onderwerp, beweging, bestaande kennis, probleem…
  • Misvatting 2: Creativiteit is een aangeboren talent, je kan het dus niet ontwikkelen. Uit de biografieën van zogenaamde creatieve genieën als Edison en John Lennon blijkt dat hun zogenaamd geniale uitvindingen vooral het resultaat zijn van prutsen en prullen, proberen en leren uit fouten, en dat zij heel erg verder bouwden op de kennis en ideeën van anderen. Met andere woorden: we moeten geen mythe maken van creativiteit. De magie van de creativiteit zit niet in het supertalent van een handvol genieën, maar in het grootse dat kan voortvloeien uit kleine afwijkingen, kleine variaties, kleine creaties.
Les voor het onderwijs: Iedereen heeft creatief vermogen in zich. Bied daarom niet alleen creatieve opdrachten aan het einde van de les, voor de leerlingen die al sneller klaar zijn met de niet-creatieve opdrachten. Begin wat vaker een les vanuit een creatieve denkoefening. 
  • Misvatting 3: Creativiteit is een individuele competentie. Edison kon zijn netwerk van gloeilampen maar uitbouwen dankzij de steun en hulp van een team van medewerkers. Creëren is vaak een kwestie van teamwerk. Dat is ook logisch: als zes mensen samenzitten (zeker als dat mensen zijn met verschillende voorkennis en talenten), dan vergroot de kans dat er nieuwe ideeën, kleine afwijkingen en interessante variaties ontstaan. Een grote vernieuwing is dus vaak de optelsom van de kleine variaties van verschillende individuen. Bovendien zijn vele hedendaagse problemen zo complex dat de inbreng van verschillende mensen (met verschillende voorkennis en ideeën) gewoonweg nodig is om ze op te lossen.
Les voor het onderwijs: Geef groepen de opdracht om een uitdagend probleem of een uitdagende taak samen uit te voeren. Stimuleer hen om mekaars ideeën te beluisteren en te combineren. Durf klasoverstijgende groepswerken aan.

 

  • Misvatting 4: Creativiteit is altijd positief. Mensen kunnen oneindig veel nieuwe ideeën bedenken, maar hoe waardevol ze zijn hangt af van waarvoor we ze gebruiken. Sommige ideeën bieden een oplossing voor een bepaalde groep mensen of voor een bepaald probleem, maar zijn helemaal niet geschikt voor andere mensen of problemen. We moeten onze creatieve ideeën dus aftoetsen aan de waarde die ze hebben voor het doel dat we voor ogen hebben. Zoals de wetenschapper Csikszentmihalyi het stelt: “Divergent thinking is not much use without the ability to tell a good idea from a bad one”.
Les voor het onderwijs: Creatief denken kan in het onderwijs worden ingebed in allerhande opdrachten en taken waarbij leerlingen kleine en grote problemen trachten op te lossen. Leerlingen moeten hun nieuwe ideeën dan aftoetsen aan de doelen van de opdracht. Zo kan creatief denken het probleemoplossend vermogen van kinderen verhogen en hen leren planmatig te denken.
  • Misvatting 5: Enkel creatieve leerkrachten kunnen de creativiteit van hun leerlingen stimuleren. Uit het bovenstaande is gebleken dat alle leerkrachten creatief zijn en dat het vooral cruciaal is dat leerkrachten de openheid creëren voor hun leerlingen om creatief te denken en doen. Leerkrachten moeten geen beeldende kunstenaars of genieën zijn om de creativiteit van hun leerlingen aan te wakkeren. Als ze uitstralen dat ze geloven dat leerlingen met nieuwe ideeën op de proppen kunnen komen, dat hun creatief denken kan lonen, dat creativiteit in de geschiedenis van de mensheid al tot vele mooie en verbazingwekkende dingen heeft geleid, dat creativiteit ook in kleine dingen zit en kleine problemen kan oplossen, dan kan dat een groot verschil maken.

 

Enkele concrete lesideeën voor leerkrachten om creativiteit van hun leerlingen te bevorderen:

–        Ontwerp: laat de leerlingen bepaalde onderdelen van de schoolomgeving mee vormgeven: muren, klaslokalen, speelplaats, briefpapier, website… Laat leerlingen ideeën ontwerpen om hun wijk te verfraaien of om het leven in hun wijk te verrijken en verbeteren (bv. een betere verkeersdoorstroming, een creatieve bestrijding van zwerfvuil…)

–        Ontwerp plus: laat leerlingen in een eerste fase een omgeving ontwerpen (bv. de schooltuin of de openbare bibliotheek van de toekomst), maar geef hen in een tweede fase een bijkomende eis (bv. geef hen een egel, drie vlindersoorten en drie vogelsoorten die in de schooltuin moeten kunnen overleven, of vraag hen of de ideale bib van de toekomst ook zo ideaal is voor senioren of rolstoelpatiënten), zodat ze hun ideeën aan bepaalde eisen moeten aftoetsen.

–        Vragen staat vrij: roep een uitdagende wetenschappelijke vraag op waarover leerlingen in de eerste fase vanuit hun voorkennis, hun verbeelding, of een gezamenlijke brainstorm mogen reageren, maar waarbij ze nadien hun antwoorden via het zoeken naar relevante informatie moeten onderbouwen. Inspiratie voor uitdagende vragen vind je bijvoorbeeld in het “Grote boek van nutteloze kennis”: hoe weet je hoe hoog je op een berg bent? Hoe kan je het best je hoofd wegen? Hoe weet je in een bos waar het noorden is?  Hoe herken je radioactieve stoffen?

–        Gebruik de schoolomgeving: Als er om de hoek van de school een gigantische put wordt gegraven voor het aanleggen van een ondergrondse parkeergarage, daag de leerlingen dan uit om de meest efficiënte methode te bedenken om te berekenen hoeveel kilo zand er door hoeveel vrachtwagens moet worden afgevoerd. Of geef leerlingen de taak om buiten de school kennis te vergaren door verschillende mensen (met verschillende perspectieven) over een bepaald onderwerp te interviewen.

–        Doe meer met verhalen: laat leerlingen een einde bedenken voor een onaf verhaal (of een alternatief einde voor een ‘af’ verhaal), het begin bedenken voor het middenstuk van een verhaal (wat ging vooraf?), of laat ze hun leeservaringen (van een roman) op verschillende manieren verwerken (een interview met een personage, een ontwerp voor een cover, een promofilmpje op youtube, een tekening of schilderij, de soundtrack bij het verhaal…)

–        Groepswerk plus: laat groepen van leerlingen uitdagende problemen oplossen die hen interesseren of aanbelangen. Zet daarbij leerlingen van verschillende studierichtingen of leerjaren bij mekaar (maak gebruik van het sociaal potentieel in de school).

–        Leerlingen geven les: daag leerlingen uit om met gebruik van moderne media een verworven inzicht duidelijk uit te leggen aan de leerlingen van een graad of leerjaar lager.

–        Nodig mensen uit: nodig ervaringsdeskundigen, ouders, experts uit om in de klas en onderwerp vanuit hun ervaring of deskundigheid toe te lichten.

–        Vanuit een andere hoek bekeken: Bekijk een onderwerp vanuit een ander perspectief (hoe zagen de middeleeuwen er uit in China of Iran?). Laat leerlingen reageren met een ‘ander’ zintuig op een prikkel (wat hoor je in deze afbeelding?). Roep veel “wat als…” vragen op: wat als mensen (net als kippen) een klein beetje konden vliegen? Wat als er geen bacteriën waren?

–        Maak er iets mee: geef leerlingen heel weinig materiaal (drie lucifers en een touw) en vraag hen om er veel mee te doen (maak een brug). Geef leerlingen een vreemd voorwerp dat ze in een presentatie moeten integreren. Geef leerlingen drie foto’s waarrond ze een overtuigend verhaal moeten bouwen. Geef leerlingen een paar dagen om dergelijke opdrachten uit te voeren (door iets te laten liggen en sudderen, kom je vaker op goede ideeën).

–        Spelend leren: Zoek naar mogelijkheden om leerlingen via allerlei spelvormen te doen leren. Onderschat het leerpotentieel in spelvormen niet. Integreer serious gaming in het onderwijs. Daag leerlingen uit om zelf spellen te ontwerpen en de regels te verwoorden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s