Een Unicef-rapport over ongelijke kansen voor kinderen (ook in België)

Nee, onschuldig kan je Innocenti Report Card 20 van Unicef niet noemen. Het is ontnuchterende literatuur. Zelfs in 44 zeer welvarende landen gaapt er nog steeds een kansenkloof tussen kinderen op basis van hun socio-economische achtergrond: “children growing up in poorer economic circumstances have much worse physical health and academic outcomes than more advantaged children.” En voor alle duidelijkheid, “this inequality does not reflect ‘merit’.” (p. 4).

Hoe goed het met kinderen in die 44 landen gaat, wordt in het rapport berekend en beschreven aan de hand van een aantal dimensies: hun fysieke gezondheid, hun mentaal welzijn, en hun academische vaardigheden (waarbij gekeken wordt naar zowel sociale vaardigheden als academische prestaties voor taal en wiskunde). Op alle dimensies scoren kinderen die in gedepriveerde sociale omstandigheden opgroeien gemiddeld slechter dan meer bevoorrechte kinderen. Niet in alle landen zijn de verschillen op basis van socio-economische achtergrond echter even groot, en dat wordt in het rapport meegenomen om landen met elkaar te vergelijken. De toplanden (i.e. landen die voor de drie dimensies niet alleen gemiddeld hoog scoren, maar ook een relatief kleine socio-economische kloof in de scores vertonen in vergelijking met andere landen) zijn Nederland, Denemarken en Frankrijk. In sommige landen scoren leerlingen opvallend hoog voor academische vaardigheden, maar een pak slechter voor mentaal welzijn (bv. Ierland). Gidsland Engeland zit voor de drie dimensies midden in het peloton (telkens rond de 20ste plaats).

Voor België zijn de data onvolledig. Wat we wel weten, is dat we behoren tot de landen waar de inkomenskloof tussen rijke en arme gezinnen relatief klein is in vergelijking met andere landen. Toch leven in België nog steeds 14,4% van de kinderen onder de drempel van 60% van het mediaaninkomen. Als het gaat om ongelijkheden op het vlak van onderwijsprestaties zijn de verschillen in België bijzonder groot in vergelijking met de meeste andere landen: 91% van de kinderen uit welgestelde gezinnen behaalt basisvaardigheden in lezen en rekenen op 15 jaar, tegenover slechts 45% van de kinderen uit gezinnen met de laagste inkomens. Ook op het gebied van mentale gezondheid is de situatie zorgwekkend: zo staat België op de 24e plaats wat betreft het zelfmoordcijfer onder jongeren, met 6,31 sterfgevallen per 100.000 jongeren van 15 tot 19 jaar. Dat is hoger dan in de buurlanden: Nederland (5,1), Duitsland (4,14), Frankrijk (3,71) en Luxemburg (2,0).

Het rapport schetst op inzichtelijke wijze op welke diverse wijzen socio-economische deprivatie ingrijpt in het leven van kinderen en hun ontwikkelingskansen. Kinderen die in financieel ongunstige omstandigheden opgroeien, hebben meer kans om geconfronteerd te worden met onder andere slechte en ongezonde huisvesting, minder gezonde voedingsgewoonten, minder makkelijke toegang tot openbare diensten, meer stress in het gezinsleven, minder rijke interacties in hun dagelijkse leven, meer kans om in scholen terecht te komen met lerarentekorten en meer druk om al op relatief vroege leeftijd te gaan werken. Die factoren grijpen op elkaar in, versterken elkaar, en dreigen een zeer lange impact te hebben tot ver in de volwassenheid.

Er zijn geen mirakeloplossingen voor het waarborgen van gelijke onderwijskansen, maar toch pleiten de auteurs van het rapport voor gericht beleid dat het volgende kan omvatten:

  • “- financial support with housing costs and improvements for low‑income families;
  • – local area policies that improve environments in disadvantaged neighbourhoods;
  • – public services, such as leisure facilities and school meals, that can ensure all children can access places to play and exercise, healthy nutrition, etc.;
  • – school policies that ensure equity of teaching staff, educational materials and physical infrastructure irrespective of the socioeconomic composition of the school;
  • – educational policies that avoid segregation of children by socioeconomic group.” (p. 65)

Uit de bovenstaande lijst blijkt dat om de vicieuze cirkel te doorbreken, onderwijsbeleid alleen niet volstaat: er is afstemming nodig met beleid op het vlak van armoede, sociaal welzijn, sociale voorzieningen, gezondheid en culturele voorzieningen. Hoe dan ook, als beleid wordt uitgewerkt, moeten kinderen en jongeren zelf gehoord en betrokken worden. De onderzoekers ondervroegen kinderen van diverse socio-economische achtergronden in focusgroepen. De leerlingen wijzen op zowel kenmerken van het onderwijssysteem (bv. segregatie van leerlingengroepen) als individuele factoren (bv. lagere verwachtingen van leraren) die ongelijke onderwijskansen in de hand kunnen werken. Opvallend is dat veel respondenten vermelden dat ze veel stress en eenzaamheid ervaren omdat ze op een of andere niet aan een bepaald ideaalbeeld of een standaardnorm beantwoorden, en daardoor uit de groep vallen en zich gediscrimineerd voelen. De onderzoekers besluiten dat de stem van leerlingen veel meer in het debat moet klinken:

“The time has come for children to be fully engaged in creating policy and practical solutions to matters that affect their lives” (p. 66-67).

https://www.unicef.be/nl/news/report-card-20-144-van-de-kinderen-belgie-leven-armoede

Een gedachte over “Een Unicef-rapport over ongelijke kansen voor kinderen (ook in België)

  1. Tja, aankondigen het te hebben over de (schandalige) verschillen in ‘kansen’, en dan in de bewijsvoering niets over de kansen, maar enkel spreken over de uitkomsten, én daarbij de rol van ouders – elk naar eigen verlmogen en kunnen! – straal negeren. Mij lijkt dit volstrekt niet wetenschappelijk, maar zuiver ideologisch.

Plaats een reactie