Een leraar met het juiste diploma voor elke klas! (opiniestuk)

(Het onderstaande opiniestuk verscheen vandaag in de krant De Standaard. Ik schreef het samen met collega-vakdidactici van de educatieve masters binnen School of Education van KU Leuven)

Vele scholen leggen nu de laatste hand aan de uurroosters. Het lerarentekort zorgt voor gaten in die roosters. Directies zijn vaak al blij als ze iemand voor de klas krijgen, zelfs als die niet de juiste kwalificaties heeft. Volgens recente cijfers (HLN 24/08/26) hebben 3 op 10 leraren niet het juiste diploma; in het secundair onderwijs zelfs 4 op 10. Eigen onderzoek schetst een nog somberder beeld voor sommige vakken: voor wiskunde worden 7 op 10 lesuren (in het TSO zelfs 8 op 10) niet gegeven door leraren met een vereist diploma.

We begrijpen de noodgedwongen beslissingen van directies, maar op lange termijn dreigt een negatieve impact op de onderwijskwaliteit. Alleen met uitstekend en gericht opgeleide leraren voor de klas kunnen we het onderwijsniveau weer opkrikken. Onderzoek is duidelijk: de leraar maakt nog steeds het grootste verschil. 

In de eerste plaats moet elke leraar een absolute expert in diens vakgebied zijn, zeker in het secundair onderwijs. Jongeren hebben recht op onderwijs gebaseerd op actuele, wetenschappelijk onderbouwde en diepgaande kennis. Alleen iemand die het vak echt beheerst, kan verbanden leggen binnen het eigen vak en met andere vakken, complexe concepten helder uitleggen, inspelen op onverwachte vragen… Een expert-leraar toont leerlingen hoe kennis in een vak wordt opgebouwd, welke discussies er leven en waarom ze relevant zijn voor de samenleving. In tijden waarin allerhande informatie overal beschikbaar is, is de leraar degene die leerlingen helpt betrouwbare van misleidende informatie te onderscheiden. Leraren met een diepgaande vakkennis slagen er ook beter in leerlingen warm te maken voor hun vak.

Goed opgeleide leraren zijn uiteraard ook expert in het ontwerpen en implementeren van onderwijsleerprocessen in de klas, op basis van onderwijskundige, ontwikkelingspsychologische en cognitief-psychologische inzichten, en in het omgaan met diverse klasgroepen en met specifieke leerlinggroepen. Lesgeven aan 6-jarige kinderen is immers wezenlijk anders dan aan 12-jarige pubers of 18-jarige volwassenen.  Maar vakkennis en algemene pedagogisch-didactische kennis volstaan niet. Vakdidactiek is essentieel.

Een top-wiskundige is niet automatisch een goede wiskundeleraar. Een briljante historicus geeft niet vanzelf een goede geschiedenisles. Leraren moeten ook expert zijn in hoe hun vak het best wordt onderwezen. Welke typische obstakels ervaren leerlingen bij specifieke leerinhouden? Welke didactische aanpak werkt het best bij bepaalde onderwerpen? Welke misvattingen loeren om de hoek? Deze specifieke vakdidactische expertise wordt tijdens de lerarenopleiding aangebracht en in navormingen up-to-date gehouden. Ze helpt leraren om leerstof op te bouwen, misvattingen tijdig te herkennen of te voorkomen en kwaliteitsvolle toetsen op te stellen. Vakdidactische expertise is bij uitstek erg gespecialiseerd en leeftijdsspecifiek. Ze verschilt zelfs voor schijnbaar erg aanverwante domeinen. Het onderwijzen van fysica en wiskunde zijn wezenlijk anders.

Op de klasvloer komen al die zaken samen in hun volle complexiteit. Denk aan een leraar geschiedenis die in een klasdiscussie onverwacht moet ingaan op de Russische poging het Oekraïense regime als nazi’s af te schilderen om zo via de publieke opinie westerse steun te doen afkalven. Dat vraagt een ruime geschiedkundige voorkennis van de regio, vakdidactische kennis over het succesvol counteren van misvattingen en ontwikkelingspsychologische inzichten in hoe 16-jarigen moeite ondervinden om van zwart-wit naar genuanceerd denken te evolueren.

Net zoals je een taal niet op drie weken leert met een commerciële cursus of app, word je geen leraar op drie weken. En net zoals je je hooguit uit de slag kan trekken in het Spaans na een opleiding Frans, zo is ook een vak geven waarvoor je niet bent opgeleid niet onmogelijk, maar verre van ideaal, en geeft het wellicht ook weinig voldoening. Daarom is het geen goed idee om in tijden van lerarentekort de poorten tot het leraarschap wijd open te zetten en mensen het idee te geven snel en makkelijk leraar te kunnen worden. En evenmin om van leraren te verwachten dat ze zomaar een ander vak kunnen geven dan waarvoor ze vakinhoudelijk én vakdidactisch zijn opgeleid.

In de educatieve masteropleidingen – gericht op de bovenbouw van het secundair onderwijs – mogen studenten pas starten mits gespecialiseerde vakinhoudelijke expertise. Er wordt fors ingezet op vakdidactische expertise, gesteund op vakdidactisch onderzoek. Ook in het basisonderwijs en de eerste graad secundair is die vakkennis en vakdidactische bagage trouwens cruciaal.

In tijden van een lerarentekort waarbij tegelijk ambitieuze onderwijsplannen worden uitgerold voor het hele onderwijs, is het verleidelijk om de “makkelijke” weg te bewandelen: zoveel mogelijk menskracht laten instromen, ongeacht vakkennis en vakdidactiek. Maar onderwijsverbetering wordt niet gerealiseerd door de vereiste beroepskwalificaties – voor leraren op alle niveaus – uit te hollen. De lat moet hoog voor alle leerlingen, maar ook voor alle leraren. Zij-instromers worden geen topleraar louter met een stoomcursus onderwijskunde. Ze moeten op het spoor gezet worden van een kwaliteitsvolle, doorgedreven, vakinhoudelijke en vakdidactische lerarenopleiding, die wordt verdergezet op de klasvloer (bijvoorbeeld via mentorschap, professionaliseringstrajecten met lerarenopleidingen en pedagogische begeleidingsdiensten).

We roepen dan ook op om bij het uittekenen van beleidsmaatregelen rond het lerarenberoep de lerarenopleiding én de aanvangsbegeleiding te versterken, met oog voor de lange termijn. De juiste leraar op de juiste plaats in het uurrooster is een goed opgeleide leraar, met naast pedagogisch-didactische kennis ook gespecialiseerde vakspecifieke en vakdidactische kennis. Les mogen geven in een vakgebied waar je hart ligt kan alvast ook het lerarenberoep aantrekkelijker maken. En als leraren dan gepassioneerd lesgeven, dan brengen ze misschien wel een positieve boodschap naar hun leerlingen over het beroep van de leraar, waardoor we weer een nieuwe generatie gemotiveerde studenten in de lerarenopleiding kunnen verwelkomen.

Auteurs

Prof. Dr. Wim Van Dooren – Hoogleraar Onderwijspsychologie en Wiskundedidactiek, KU Leuven

Prof. Dr. Kris Van den Branden – Hoogleraar Taaldidactiek, KU Leuven

Prof. Dr. Karel Van Nieuwenhuyse – Hoogleraar Geschiedenisdidactiek, KU Leuven

Prof. Dr. Em. Johan Deprez – Emeritus Hoofddocent Wiskundedidactiek, KU Leuven

Prof. Dr. Mieke De Cock – Hoogleraar Fysicadidactiek, KU Leuven

Prof. Dr. Jeroen Lavrijsen – Docent Wiskundedidactiek, KU Leuven

Prof. Dr. Lies Sercu – Hoogleraar Taaldidactiek, KU Leuven

Prof. Dr. Em. Lieven Verschaffel – Emeritus Hoogleraar Onderwijspsychologie en Wiskundedidactiek, KU Leuven

Plaats een reactie