CLIL in het secundair onderwijs: niets dan positief nieuws?

Geschiedenis in het Frans? Economie in het Engels? Het kan in het Vlaams secundair onderwijs, en het heet CLIL (Content and Language Integrated Learning). De Europese Unie breekt al lang een lans voor CLIL, omdat het zowel de vreemdetalenkennis als de vakgebonden kennis van leerlingen ten goede kan komen. Momenteel hebben 61 secundaire scholen in Vlaanderen het ingevoerd. De Vlaamse onderwijsinspectie voerde een evaluatie-onderzoek uit van de CLIL-praktijk in 23 van deze scholen, en de Tsjechische Bara Benezova voltooide aan de KU Leuven recent een doctoraat over de impact van CLIL op woordenschatverwerving (in de vreemde taal). Wat kunnen we uit die twee onderzoeken leren?

– CLIL zet leraren aan om na te denken over de kracht van hun vakdidactiek. CLIL-leerkrachten werken relatief veel met interactieve werkvormen, zoeken naar manieren om hun taalaanbod visueel te ondersteunen, hun abstracte instructietaal in te bedden in concrete contexten en moeilijke termen grondig uit te leggen. Dat zijn maatregelen die voor het vakonderwijs in het Nederlands ook erg effectief zijn (en die daar vaak worden aangeduid onder de koepelterm “taalgericht vakonderwijs”): ze verhogen namelijk de actieve kennisverwerving door de leerlingen en de toegankelijkheid van het taalaanbod van de leraar. Blijkbaar leidt de sprong naar een andere instructietaal (Engels, Frans, Duits) tot een verhoogd bewustzijn bij leraren rond de complexiteit van hun instructietaal tout court. Instructietaal is immers een vreemde taal voor alle leerlingen, ook als het vak in het Nederlands wordt gegeven.

– Bara Benezova stelde in haar doctoraatsonderzoek vast dat als CLIL-leraren de bovenstaande didactische maatregelen treffen woordenschatverwerving in de vreemde taal positief wordt bevorderd.

– Niet alleen woordenschatverwerving, maar ook de algemene receptieve en productieve vreemdetaalvaardigheden en de spreekdurf van de leerlingen wordt bevorderd in CLIL. De vreemde taal wordt er immers gebruikt als communicatiemiddel om over betekenisvolle inhouden te praten, en door het feit dat veel CLIL-leerkrachten hun leerlingen veel spreekkansen proberen te geven, geeft dat een extra boost aan de functionele taalvaardigheid van de leerlingen. Dat kan leiden tot de fascinerende paradox dat leerlingen tijdens aardrijkskundelessen plots meer kansen, en meer zinvolle kansen, krijgen om hun productieve taalvaardigheid Frans te oefenen dan tijdens de gewone lessen Frans.

– CLIL-leraren doen veel moeite om hun vak op een aantrekkelijke wijze te geven en om zelf lesmateriaal te ontwikkelen. Ze denken zeer bewust na over hun leerplan: wat is er echt essentiële leerstof en wat is overbodige ballast? CLIL leidt dus niet alleen tot meer uren taalstimulering, maar ook tot een hoge(re) kwaliteit van het vakonderwijs.

Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn in het Vlaamse CLIL-landschap:

– De doorstroom van inzichten, didactieken en modellen vanuit CLIL naar het reguliere, Nederlandstalige onderwijs van dezelfde vakken en naar het (vreemde)talenonderwijs staat in de meeste Vlaamse CLIL-scholen nog niet op punt.

– Het aantal scholen dat CLIL momenteel in Vlaanderen aanbiedt, is nog vrij beperkt. Dat heeft onder andere te maken met de regelgeving en de hoge eisen die worden gesteld: leraren moeten het niveau C1 van de vreemde taal beheersen, het CLIL-vak moet ook in het Nederlands aangeboden worden, en slechts 20% van het lessenaanbod mag in een CLIL-variant gegoten worden. De inspectie beveelt dan ook een versoepeling van de regelgeving aan om CLIL echt wind in de zeilen te geven.

– Leraren zijn vragende partij als het over hun eigen professionalisering gaat. Er is te weinig structurele steun voor CLIL-leerkrachten in Vlaanderen: te weinig kansen tot nascholing, te weinig materiaal, te weinig kansen tot uitwisseling. Zowel de Vlaamse scholen als begeleidingsdiensten vinden dat de overheid meer middelen moet uittrekken voor nascholing, coördinatie en materiaalontwikkeling. Bara Benezova komt in haar doctoraat tot dezelfde conclusie: CLIL-leraren moeten ondersteund worden in hun professionaliseringstraject.

Conclusie van het inspectierapport? CLIL is succesvol gelanceerd in Vlaanderen en bij alle stakeholders leeft de ambitie om het CLIL-aanbod naar zoveel mogelijk leerlingen uit alle graden en onderwijsvormen uit te breiden. Maar daarvoor is wel de nodige steun vanwege de overheid nodig….

 

Het inspectierapport zelf lezen?

http://www.onderwijsinspectie.be/clil-rapport

 

Advertisements

One thought on “CLIL in het secundair onderwijs: niets dan positief nieuws?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s