In 7 stappen naar een krachtiger onderwijs van de zelfregulering van leerlingen

De Britse Education Endowment Foundation produceerde op basis van uitgebreid onderzoek een handzame brochure en poster voor leerkrachten (zie link onderaan) over het onderwijs van zelfregulerings- en metacognitieve vaardigheden. Hieronder overloop ik hun 7 aanbevelingen:

  1. Verhoog als leraar je bewustzijn en deskundigheid op dit vlak: Leraren moeten zich allereerst bewust zijn van het positieve effect van het onderwijzen van  zelfreguleringsvaardigheden aan hun leerlingen. Tal van studies wijzen op de positieve effecten op de leerwinst en prestaties van leerlingen. Kern van de zaak is dat leraren leerlingen leren om hun leer- en taakuitvoeringsprocessen bewust te plannen, monitoren en evalueren. Leerlingen leren zichzelf doelen te stellen, doelgericht de juiste strategieën in te zetten, zichzelf te motiveren voor bepaalde uitdagingen en hun werk te evalueren. Het positieve effect van dit soort instructie geldt overigens ook voor sociaal kwetsbare leerlingen én voor jonge kinderen (vanaf het basisonderwijs).
  2. Geef expliciete instructie in metacognitieve strategieën: De expliciete instructie  van zelfregulering gebeurt best niet in het luchtledige of abstracte, maar wordt bij voorkeur opgehangen aan de uitvoering van concrete taken. Met andere woorden, algemene sessies ‘leren leren’ werken veel minder goed. Onderzoek toont aan dat in een eerste fase de leraar best werkzame strategieën modelleert tijdens de uitvoering van concrete taken, in een tweede fase de leerlingen de strategieën begeleid laat inoefenen (opnieuw bij de uitvoering van betekenisvolle taken), om vervolgens de ondersteuning geleidelijk weg te trekken en de leerling kansen te geven om zelfstandig het eigen werk te reguleren. Het is pas in een vergevorderde fase dat een leerling zelf algemene principes van metacognitie en zelfregulerend kan begrijpen en hanteren.
  3. Modelleer: Leraren doen er goed aan om in een eerste fase door hardop te denken te tonen hoe zij zelf een bepaalde leerstrategie toepassen (bv. het activeren van voorkennis of het gebruiken van een geheugenstrategie om iets beter te onthouden). Dit werkt het best bij taken die voor de leerlingen moeilijk zijn, zodat ze kunnen zien hoe de gedemonstreerde strategieën echt kunnen helpen.
  4. Werk met uitdagende taken: Té moeilijke taken zijn voor veel leerlingen demotiverend (er moet uitzicht blijven op succes!), maar om makkelijke taken uit te voeren, hebben leerlingen vaak weinig metacognitieve strategieën nodig. De taak moet dus net iets te moeilijk zijn. Leerlingen moeten concrete strategieën leren hanteren om de concrete moeilijkheden die zich voordoen te lijf te gaan, zoals het opbreken van een complexe taak in kleinere subtaken, het activeren van relevante voorkennis, het werken met een sjabloon of het analyseren van goede voorbeelden. Maar zulke strategieën mogen de leerder niet afleiden van de taak: ze moeten dus alleen opgeroepen of ingezet worden als ze echt bruikbaar zijn voor een specifieke taak. Een strategie is dus geen doel op zich. Leren beslissen welke strategie het best werkt voor een bepaalde taak, dat is het doel.
  5. Verhoog het gehalte aan metacognitieve dialoog in de klas: Leerlingen moeten tijdens klasinteractie nog te vaak uitsluitend gesloten vragen beantwoorden, terwijl meer open vragen die hen aanzetten tot hardop redeneren, verantwoorden, verklaren, discussiëren en verkennen veel spontaner leiden tot metacognitief denken.
  6. Begeleid leerlingen als ze zelfstandig hun taken proberen te monitoren: Zelfregulerend leren betekent dat leerlingen uiteindelijk hun eigen leerprocessen kunnen plannen, monitoren, aansturen en evalueren. Ze kunnen hun keuze van strategieën aanpassen aan hun leerdoel. Ze kunnen ook hun taakmotivatie reguleren en zichzelf moed inspreken indien nodig. Die vaardigheid groeit zeer geleidelijk, met vallen en opstaan. Veel leerlingen zullen zichzelf onder- of overschatten tijdens de planningsfase, of verkeerd inschatten hoe goed ze een taak hebben uitgevoerd. Feedback is een cruciaal onderdeel van die lange leer- en oefenfase. Leerlingen moeten dus veel kansen krijgen om relevante taken zelfregulerend uit te voeren, maar op hun pogingen en inschattingen veel voedende, constructieve feedback van de leraar of andere leerlingen krijgen.
  7. Scholen ondersteunen hun leerkrachten om hierin beter te worden: Hoe overtuigend het onderzoeksmateriaal ook is, toch geraken deze werkzame principes vaak moeilijk tot op de klasvloer. Leerkrachten moeten binnen de school ondersteund worden via nascholingen, goede lesmaterialen, en vooral veel kansen, tijd en vertrouwen krijgen om geleidelijk aan te groeien. Collegiale visitatie, samenwerking en feedback hebben positieve effecten op de implementatie. Ook hier geldt dat professionalisering zich niet in het luchtledige mag afspelen, maar zo dicht mogelijk moet aansluiten bij de concrete lespraktijk.

 

Meer lezen?

De brochure: https://educationendowmentfoundation.org.uk/public/files/Publications/Metacognition/EEF_Metacognition_and_self-regulated_learning.pdf

De poster:

https://educationendowmentfoundation.org.uk/public/files/Publications/Metacognition/Summary_of_recommendations_poster.pdf

 

3 gedachten over “In 7 stappen naar een krachtiger onderwijs van de zelfregulering van leerlingen

  1. De nagel op de kop. Begeleid leerlingen in het kunnen opnemen van het eigenaarschap van hun leerproces. Zeer positief voor de motivatie en welbevinden van de leerlingen. Ook beter voor leerlingen die wat meer tijd nodig hebben voor de verwerking. Kennis en vaardigheden verwerven wordt het hoofddoel i.p.v. het jaarcurriculum.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s