Lasagne en taaldidactiek: mijn pitch voor de Netwerkdag Lerarenopleiders Talen van het Vlaams Talenplatform

(6 minuten kregen de sprekers, om een aanbeveling toe te lichten aan de taalexperts en taaldidactici van de Vlaamse lerarenopleiders talen (op bachelor- en masterniveau). Mijn pitch focuste op het versterken van taaldidactiek in de lerarenopleiding)

Een van mijn dochters heeft het een eigenzinnige manier om lasagne te eten: in horizontale laagjes. Ze begint met het bovenste laagje, eet dat met veel smaak op, en daalt dan één fijn laagje af. Toen ze nog kleiner was, heb ik haar een paar keer aangeraden om verticale happen te nemen zodat ze de volle smaak van het samenspel der ingrediënten zou proeven, maar ze hield vork bij stuk. Ze is ondertussen 30 en eet nog steeds haar lasagne op haar eigenzinnige manier.

Voor lasagne is deze keuze behoorlijk triviaal, voor taaldidactiek is dat andere koek. Het wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen 25 jaar heeft robuust bewijs geleverd dat voor zowat alle aspecten van taalverwerving verbindingen van het grootste belang zijn. Het onderwijs van woordenschat, grammatica en strategieën levert het meest op als taalleraren erin slagen om in hun lessen (dat wil zeggen, binnen dezelfde lesactiviteit) slimme en krachtige verbindingen te leggen tussen de expliciete instructie van een element en het functionele gebruik van datzelfde element in betekenisvolle taalgebruikssituaties. Begrijpend-leesvaardigheid kan worden bevorderd als leerlingen schrijven over de inhoud van wat ze net gelezen hebben; evenzeer vormt krachtige, mondelinge interactie (diepgaande gesprekken over de tekst) een onmisbaar sleutelingrediënt van een effectieve leesdidactiek. Daarbij gaat het dan over diezelfde krachtige, mondelinge interactie die lerarenopleiders aan hun studenten trachten over te brengen om de prille taalontwikkeling van jonge kleuters te bevorderen. Onderzoek naar eigentijds taalbeschouwingsonderwijs toont aan dat dat niet alleen nood heeft aan een injectie van boeiende onderwerpen (gebaseerd op al het fascinerende onderzoek van de hedendaagse taalwetenschap), maar ook aan een injectie van taalvaardigheden: leerlingen voeren bijvoorbeeld een kritisch bronnenonderzoek uit naar de sociale gevolgen van slordig taalgebruik (“Maak je minder kans op Tinder als je veel dt-fouten schrijft?”) en brengen er schriftelijk of mondeling verslag over uit aan hun klasgenoten. Taalvaardigheden in dienst van de taalbeschouwing, so to speak. De twee eerste lagen van Nation’s evidence-informed woordenschatdidactiek zijn het betekenisvolle gebruik van nieuwe woorden in betekenisvolle boodschappen en de productie van die nieuwe woorden door de taalleerder in (alweer) betekenisvolle boodschappen. Een kerningrediënt van een effectieve schrijfdidactiek is praten over drafts en er mondelinge feedback op geven: de leerlingen discussiëren bijvoorbeeld over de criteria voor het schrijven van een succesvolle uitnodiging en geven elkaar feedback op hun eerste drafts op basis van diezelfde criteria. Luisteractiviteiten worden meer dan louter luistertoetsen als zowel in de introductie, tijdens het luisteren en na het luisteren krachtige mondelinge interactie de leerlingen helpt om voorkennis op te roepen, luisterdoelen te bepalen, tussentijds samen te vatten of ze die luisterdoelen al hebben behaald en nadien te praten over de luisterstrategieën die bruikbaar waren. De kern van hedendaags literatuuronderwijs is dialoog over literaire teksten. In alle voorbeelden die ik gaf, worden verticale happen van de didactische lasagne genomen. Er worden bewust verbindingen gelegd tussen expliciete en impliciete taalverwerving, de focus op elementen en betekenisvol taalgebruik, tussen verschillende vaardigheden. In haar visietekst “Iedereen Taalcompetent” en in haar recente actieplan benadrukt de Taalraad (een panel van Vlaamse en Nederlandse experten onder de vleugels van de Taalunie) het cruciale belang aan samenhang binnen de taaldidactiek.

De drang naar verkokering – en dus naar horizontale lagen – is in het taalonderwijs echter nog steeds erg groot. De drang om enkel maar naar de navel van taal te staren en betekenisvol taalgebruik voor later te parkeren, evenzeer (wellicht daarom dat de Europese Unie al zolang CLIL promoot). Aparte luisterlesjes, apart geprogrammeerde spreekbeurten, geïsoleerd taalbeschouwings- en woordenschatonderwijs: in taalmethodes en in de klaspraktijk zijn ze nog sterk aanwezig, en dat wordt ook weerspiegeld in de assessmentpraktijk. Focus mag, focus moet soms, maar de focus mag niet verblinden. De focus moet verbinden. Het is dus van groot belang dat studenten van de lerarenopleiding inzicht krijgen in het hedendaagse onderzoek, een krachtige taaldidactiek voorgeschoteld krijgen en ook leren hoe ze didactische principes kunnen toepassen op de lessen die ze ontwerpen, voorbereiden, en geven. Daarbij is het ook sterk aangewezen dat studenten tijdens de stage begeleid, ondersteund en opgevolgd worden met betrekking tot het leggen van dit soort van krachtige verbindingen.

Een netwerkdag als die van het Vlaams Talenplatform kan lerarenopleiders helpen om daarover samen na te denken. Om zélf en samen – over lerarenopleidingen heen – een versterkt talencurriculum uit te werken. Niet elke lerarenopleiding op zich, op haar eigen eiland. Niet laagje per laagje. Verbindingen kunnen ook hier een grote meerwaarde hebben.

(Met veel dank aan de organisatoren van de netwerkdag en het Vlaams Talenplatform)  

3 gedachten over “Lasagne en taaldidactiek: mijn pitch voor de Netwerkdag Lerarenopleiders Talen van het Vlaams Talenplatform

  1. Pingback: Lasagne en taaldidactiek: mijn pitch voor de Netwerkdag Lerarenopleiders Talen van het Vlaams Talenplatform – Het Studielab

  2. Allemaal en helemaal juist en goed verwoord. Alleen, diepe gesprekken voeren of een schriftelijke verwerking maken, dat kan alleen maar als er voldoende basiselementen (taalbouwstenen) aanwezig zijn om dat te doen. Geen verkokering, maar wel mooie focus, inoefening, herhaling. Dat dit in betekenisvolle contexten gebeurt is een evidentie. Een geïsoleerde luisteropdracht kan wel leerrendement brengen (net zoals een les die focust op woordenschat, grammatica, uitspraak, schrijven, lezen), maar dan zal de leerkracht dit mooi moeten inbedden en niet later, neen, niet later, maar binnen de lesactiviteit verbindingen maken. Neemt niet weg dat grote focus nodig is en perfect kan georganiseerd worden. De lasagne wordt gemaakt en gegeten. Over wie spreken we? De kok of de eter? Toch belangrijk…Hij of zij die maakt mag gerust een meester zijn. En iedere laag met grote zorg, kunde en liefde in de schotel leggen. Goede producten gebruiken. Aan de eter om dit allemaal in die ene hap te herkennen en te onderscheiden van een prakje pasta.

Geef een reactie op Catalano Valeria Reactie annuleren