Over GenAI en schrijfvaardigheidsonderwijs

In alle fasen van een schrijfproces kan GenAI iets aanleveren. Bijvoorbeeld, in de planningsfase kan het een modeltekst laten zien van het genre dat leerlingen moeten schrijven. In diezelfde planningsfase kan GenAI inhoudelijke ideeën aanleveren. In de schrijffase kan GenAI een gedeeltelijke of volledige draft aanleveren. In de revisiefase kan GenAI feedback geven op een door de leerling geschreven versie, die versie desgevraagd inkorten, tot en met specifieke feedback voorzien op deelaspecten zoals correcte spelling.

Vanuit ontwikkelings- en onderwijsperspectief is de hamvraag echter niet wat GenAI allemaal kan. De hamvraag is wat, vanuit leer- en onderwijsperspectief, de meest verantwoorde inzet van GenAI is: hoe kan een leraar GenAI integreren in schrijflessen zodat de schrijf-, taal- en denkontwikkeling van leerlingen bevorderd (eerder dan afgeremd) wordt? Is de inzet van GenAI verzoenbaar met de kenmerken van een krachtige schrijfdidactiek?

Op basis van de beschikbare literatuur en mijn inzicht in schrijfprocessen, denk ik dat dat kan, maar dan wel onder zeer duidelijke voorwaarden. Het uitgangspunt moet volgens mij (en anderen) zijn dat, als GenAI (in welke fase van het schrijfproces dan ook) wordt ingezet, dat gebeurt met de expliciete bedoeling om leerlingen over de inbreng van GenAI bewust, en samen met de leraar/andere leerlingen, te laten reflecteren. GenAI is geen blitse bolide die je zomaar over de schrijfweg laat razen; in de klas moet de motorkap open. Bijvoorbeeld, leerlingen identificeren samen met hun leraar de succescriteria voor het schrijven van een goede klachtenbrief, vragen vervolgens aan GenAI een voorbeeldtekst van een klachtenbrief (opgebouwd rond een andere specifieke klacht) en analyseren in welke mate de aangeleverde tekst daadwerkelijk beantwoordt aan de criteria. Vervolgens schrijven ze zelf hun eigen klachtenbrief. Of een ander voorbeeld: in het PAIRR-model van Sperber e.a. (2025) schrijven leerlingen zelf een eerste versie. Vervolgens vragen ze aan een medeleerling feedback op die eerste versie, en pas daarna vragen ze ook feedback (op diezelfde eerste versie) aan GenAI. De leerlingen vergelijken vervolgens onder begeleiding van de leraar de beide soorten feedback, en analyseren welke feedback bijdraagt tot een verhoging van de kwaliteit van de eerste versie.

Op die manier leren leerlingen niet alleen meer over de kenmerken van succesvolle teksten, maar bovendien leren ze veel bij over de inbreng, en de mogelijke meer- of minwaarde van GenAI in concrete schrijfprocessen. Onder begeleiding van een leraar kunnen leerlingen (gegeven een bepaalde schrijfopdracht) experimenteren met diverse prompts en analyseren hoe het veranderen van een prompt de aangeleverde tekst verandert. Zo wordt het schrijven van goede prompts zelf een schrijfopdracht, waarop leerlingen feedback krijgen.

Dit alles veronderstelt dat leerlingen registergevoelig en genrebewust aan het werk kunnen gaan. Dat moeten ze leren in de klas. Ze zullen beter gewapend zijn om de waarde van door GenAI aangeleverde teksten en feedback te kunnen inschatten als ze goed weten aan welke eisen (inclusief genreconventies en registergevoeligheden) een tekst die geschreven wordt voor een specifiek publiek en met een specifiek doel moet voldoen.  

Ik vat dus enkele vuistregels voor het integreren van GenAI in schrijfprocessen samen:

  • De leerlingen doen het denkwerk.
  • De leerlingen bekijken elke bijdrage van GenAI, hoe klein ook, kritisch, en dat onder begeleiding van de leraar.
  • De leerlingen zetten Gen AI in op een duidelijke en (voor iedereen) transparante manier, met de expliciete bedoeling er bewust met anderen over te reflecteren.
  • De leraar licht de leerlingen in over de manier waarop GenAI werkt, hoe het algoritme erachter werkt, en wat GenAI dus bijgevolg wel en niet kan.
  • De leerling is en blijft de verantwoordelijke auteur en eindredacteur van de tekst.

Bij dit alles wil ik nog opmerken dat het uiteraard ook zeer verantwoord is, en blijft, om leerlingen bepaalde schrijfopdrachten zonder GenAI te laten uitvoeren. In het dagelijkse leven is het verre van uitgesloten dat leerlingen in sommige omstandigheden een tekst moeten schrijven zonder dat ze kunnen rekenen op de hulp van online tools. Ook binnen de evaluatie en opvolging van de schrijfontwikkeling van leerlingen kan het voor leraren interessante inzichten opleveren om teksten die de leerlingen met de hulp, en zonder de hulp van GenAI heeft geschreven, te vergelijken. Of die vergelijking door de leerlingen zelf te laten maken…

Meer lezen hierover?

Burns, M., Winthrop, R., Luther, N., Venetis, E., & Karim, R. (2026). A new direction for students in an AI world: prosper, prepare, protect. Center for Universal Education at Brookings.

De Wachter, L., Fivez, K., Van Soom, C., & De Groef, B. (2024). Wetenschappelijk schrijven in tijden van AI. Borgerhoff & Lamberigts.

Sperber, L., MacArthur, M. et al. (2025). Peer and AI Review + Reflection (PAIRR): A Human-Centered Approach to Formative Assessment. Computers and Composition, 76, 102921, https://doi.org/10.1016/j.compcom.2025.102921.

PS Deze tekst werd geschreven zonder de hulp van GenAI, en is gebaseerd op een deel van een keynote die ik voor de Dag van het Nederlands aan Eekhout Academy verzorgde.