Loopbaanpact: hoeveel ruimte krijgen leraren om zich gezamenlijk te professionaliseren?

Naar verluidt lopen momenteel gesprekken tussen de minister en een aantal stakeholders over de lerarenloopbaan. Ik hoop dat er in deze gesprekken voldoende aandacht wordt besteed aan de volgende vraag: krijgen onze leraren in de toekomst, binnen de contouren van hun taakinvulling, voldoende kansen, ruimte én impulsen om samen te werken met hun collega’s en zich samen met hen in teamverband te professionaliseren? Het beschikbare onderzoek suggereert dat samenwerking tussen collega-leraren en gezamenlijke professionalisering in teamverband zowel kunnen bijdragen tot de kwaliteit van het onderwijs als tot de beroepstevredenheid van leraren. Vier soorten onderzoek bieden alvast ondersteuning voor dat gegeven:

  1. Het onderzoek naar effectieve professionalisering (bv. de reviewstudie van Merchie e.a., 2019)  toont aan dat one-shots waarbij een individuele leraar op verplaatsing een nascholing gaat volgen en vervolgens verwacht wordt om de opgedane inzichten (a) zelf toe te passen in de klaspraktijk en (b) door te geven aan collega’s, relatief weinig positieve impact op leraarhandelen heeft. Veel krachtiger is een traject waarbij collega’s van een team gezamenlijk participeren aan een professionaliseringsinitiatief dat binnen hun eigen schoolcontext wordt aangeboden, inspeelt op een prioritaire nood die zijzelf identificeerden, waarbij ze coaching op de vloer krijgen om de opgedane inzichten uit te proberen in de klas, én aangezet worden om samen met hun collega’s op hun ervaringen te reflecteren
  2. Het onderzoek van Marieke Vanbuel (2022) leidde tot 2 kerndimensies van een krachtig taalbeleid op school: (a) het implementeren van evidence-informed taalonderwijs in de klas, (b) het creëren van een leeromgeving voor leraren om zich samen rond taalbeleid en taalonderwijs te professionaliseren. Met andere woorden, voor een sterk taalbeleid (dat impact heeft op leerlingenprestaties) moet een school niet alleen een leeromgeving voor leerlingen zijn, maar ook voor leraren.
  3. Het onderzoek naar collective teacher efficacy toont het belang van de gezamenlijke doelgerichtheid van een schoolteam. Collective teacher efficacy heeft niet alleen een positief effect op de leerresultaten van de leerlingen, maar ook op de jobtevredenheid van leraren (zie de recente meta-analyse van Lozano e.a, 2025). Om collective teacher efficacy  te voeden, hebben leraren ruimte nodig om met elkaar te overleggen, een gezamenlijke visie op goed onderwijs te ontwikkelen en het geloof dat ze een verschil kunnen maken voor al hun leerlingen, bij elkaar te voeden.  
  4. De studie van Wullslegher e.a. (2025) toont aan dat samenwerking en overleg tussen leraren een positief effect heeft op de kwaliteit van het onderwijs dat de betrokken leraren geven, en op die manier een indirect effect op de ontwikkeling en prestaties van hun leerlingen. Ook Shand en Goddard (2024) vinden in hun onderzoek indicaties dat samenwerking tussen leraren op die manier de ontwikkeling van leerlingen positief kan beïnvloeden.

Leraren maken een cruciaal verschil voor leerlingen, maar samenwerkende leraren nog meer. Samenwerken met collega’s is een kerntaak van elke leraar. Het valt dus maar te hopen dat het debat over een geactualiseerde visie op de lerarenloopbaan dat cruciale inzicht valoriseert en alle leraren in de toekomst meer van dergelijke mogelijkheden binnen de taakinvulling biedt.