In het najaar van 2021 werd de KOALA-taaltest voor de allereerste keer van alle 5-jarige kleuters in het Nederlandstalig onderwijs afgenomen. Het belangrijkste doel van deze taaltoets is om kleuters die extra taalstimulering Nederlands nodig hebben snel te identificeren, zodat ze tijdens de rest van het schooljaar extra aandacht en ondersteuning kunnen krijgen op dit vlak.
Algemeen verliep de afname in de meest scholen vlot. Het departement Onderwijs verzamelde de scores van 13.535 kleuters, verspreid over 421 scholen. Daaruit bleek dat 84,87% van de kleuters (of 11.487 kleuters) in de groene zone van voldoende taalvaardigheid scoorden; 11,27% (of 1526 kleuters) behaalde een score in de oranje zone, wat betekent dat zij extra aandacht behoeven; 3,84% (520 kleuters) behaalde een score in de rode zone: zij behoeven intensieve aandacht en taalondersteuning.
Er worden regionale verschillen vastgesteld in de resultaten, maar die zijn grotendeels terug te brengen tot de achtergrondkenmerken van de kinderen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft 1 op 3 kinderen (32%) extra taalsteun nodig (24% oranje zone en 8% rode zone). In de Stad Antwerpen gaat het om 28% van de kinderen (20% oranje zone, 8% rode zone). In Gent heeft 21% van de kinderen extra taalsteun nodig (14% oranje zone, 7% intensieve begeleiding). Dit zijn regio’s met een proportioneel hoge instroom van sociaal kwetsbare kinderen. Hierbij dient toch te worden genoteerd dat ook in deze regio’s de meerderheid van de kinderen een groene score haalt en dat daartoe ook heel wat kinderen met een laag SES-profiel en een niet-Nederlandstalige achtergrond behoren.
De scores van deze uitgebreide steekproef liggen in de lijn van de proefafnames die de KU Leuven tijdens de ontwikkeling van de KOALA-test bij 2000 kleuters organiseerde. In het KU Leuven-onderzoek lag het aandeel van de “groene zone” iets lager, maar dat is logisch omdat in de steekproef van de KU Leuven zeer doelbewust een oververtegenwoordiging van sociaal-kwetsbare en niet-Nederlandstalige kleuters werd ingebouwd. Het was bij de ontwikkeling van de toets immers erg belangrijk om te evalueren hoe deze kleuters op de test zouden reageren en met hun profiel rekening te houden bij het vastleggen van de grenzen tussen de zones (de “cesuren”).
In dit verband moet nogmaals benadrukt worden dat de KOALA-toets geen uitspraak doet over de vraag of een kleuter al dan niet naar het eerste leerjaar mag. KOALA is een signaalinstrument dat aan het begin van een schooljaar wordt afgenomen: de afnames dienen om kleuterscholen aan te porren hun taalstimuleringsinitiatieven te intensifiëren tijdens de schoolmaanden die hen resten. De Vlaamse overheid stelt daarvoor extra financiële middelen ter beschikking. Dat zal zeker helpen, al is het essentieel te benadrukken dat het intensifiëren van taalstimulering geen kwestie van louter “meer centen” is. Het gaat in de eerste plaats om het intensifiëren van meer hoog-kwalitatieve interactiemomenten met de betrokken kleuters, doorheen de ganse klasdag. Het draait er daarbij om interactiemomenten tijdens de doodgewone routines, spelactiviteiten, vertelmomenten slim te combineren met gerichte taalondersteuning in kleine groepen en zelfs aan individuele kleuters. Het gaat erom “kralen van taal” te creëren door gerichte woordenschatoefeningen te rijgen aan spelmomenten waarin diezelfde woorden opduiken. Het gaat om gericht aandacht besteden aan wat de betrokken kleuters het meest interesseert en daarrond gesprekken op te zetten. Het gaat erom kleuters meer kansen te geven volwaardige gesprekspartners te worden en meer te vragen dan alleen maar gesloten vragen waarop één woord als antwoord volstaat. Enkel zo kan de kleine KOALA-beer hoger in de taalboom klimmen…