De “Welsh Not” was in de 19de eeuw een houten plankje dat leerlingen in Wales tijdens de speeltijd aan elkaar moesten doorgeven. Om dat te doen, moest het kind met de “Welsh Not” een ander kind betrappen dat Welsh sprak in plaats van Engels (de instructietaal); Welsh spreken op de speelplaats was in die tijd in heel wat scholen verboden. Ondertussen is de “Welsh Not” al lang afgevoerd. Als ik er mijn studenten in de internationale master “European Studies” over vertel, kijken ze me met verbijstering aan en halen adjectieven als “mensonterend” en “barbaars” boven.
Een verbod op het spreken van thuistaal op de speelplaats (ingeschreven in het schoolreglement) is geen lichtzinnige zaak. Het betekent dat een Oekraïense jongen die een spreekbeurt moet houden, tijdens de speeltijd niet naar zijn broer mag lopen om in het Oekraïens zijn zenuwachtigheid te ventileren of nog wat goede raad ingesproken te krijgen. Nederlandstalige kinderen zouden hun speeltijd niet langer mogen vullen met het nazingen van Engelstalige pop- en rapsongs. Armeenstalige kinderen die een hele dag veel moeite moeten doen om alle lessen in het Nederlands te volgen, zouden niet even tot mentale rust mogen komen door 10 minuten in het Armeens te keuvelen met hun beste vriendinnetje. Vooral dat laatste zou zelfs een direct aantoonbaar effect op het leren van het Nederlands, en in het Nederlands, kunnen hebben: cognitief psychologen zijn de eersten om te zeggen dat leren vermoeiend is, dat de concentratieboog van kinderen geen 480 minuten per dag kan gespannen blijven en dat het werkgeheugen snel overbelast geraakt. Even de taalbatterijen opladen tijdens de speeltijd om er nadien met frisse moed en een fris werkgeheugen tegenaan te gaan zou dus niet meer lukken.
Onderzoek toont overtuigend aan dat respect tonen voor de moedertaal van kinderen hun welbevinden op school verhoogt. Een “moedertaal” (de term zegt alles) is de taal van de meest primordiale sociale identiteit die kinderen opbouwen. Het is een deel van hun lijf en hun zijn. Een kleine tegemoetkoming zoals die moedertaal mogen spreken op de speelplaats kan ertoe leiden dat leerlingen zich sterker thuis voelen op school. Onderzoek toont aan dat de “sense of belonging” van kinderen op school een impact heeft op hun motivatie om te leren en hun schoolprestaties. Het meest recente PIRLS-onderzoek toonde dat er in Vlaanderen – in vergelijking met de EU-15 landen – eerder weinig kinderen zijn met een hoog gevoel van schoolverbondenheid en eerder veel met een laag gevoel van schoolverbondenheid. Daar valt dus winst te boeken, maar een verbod op thuistaal lijkt me daarvoor niet de meest geschikte maatregel.
In haar doctoraatsonderzoek bevroeg Kathelijne Jordens Turkstalige kinderen van het vijfde leerjaar over hun taalpercepties. Ze verwoordden opvallend volwassen overtuigingen. Ze benadrukten hoe belangrijk het is dat alle kinderen heel goed Nederlands leren, omdat ze anders geen kans hebben op een succesvolle schoolloopbaan. Maar evenzeer benadrukten ze hoe trots ze waren op hun Turkse moedertaal en hoe fijn ze het vonden dat ze even wat ruimte kregen om het te spreken op school. Het ene sluit voor de kinderen het andere dus hoegenaamd niet uit. Integendeel, het ene (ruimte voor de moedertaal) versterkt in hun ogen het andere (het leren van het Nederlands).
Scholen die een verbod op het spreken van thuistalen op de speelplaats in hun reglement inschrijven, wacht bovendien de onzalige taak om dat verbod te controleren en desgevallend te sanctioneren. De vraag is of dat überhaupt haalbaar is en hoeveel leraren dat niet zien zitten omdat ze hun sociale band met hun leerlingen niet willen hypothekeren.
Er zijn andere manieren om het gebruik van Standaardnederlands – ook buiten de school – te promoten. Het voorbeeld van Engels als vreemde taal toont overduidelijk aan dat kinderen in hun vrije tijd vooral talen gebruiken – en actief opzoeken – waarmee ze positieve connotaties opbouwen, sociale banden kunnen opbouwen en boeiende, leuke dingen kunnen doen. De tijd en energie die nodig is om een strikt “alleen-Nederlands”-beleid op de speelplaats te handhaven, kunnen schoolteams veel beter gebruiken om tijdens de hele schooldag – in alle vakken van het curriculum – een “boeiend, eigentijds, ambitieus, competentiegericht” taalonderwijs Nederlands te verzorgen (dixit de Taalraad). Er is absoluut niets mis met het stimuleren van niet-Nederlandstalige kinderen om buitenschools in het Nederlands te lezen of naar Ketnet te kijken: als leerlingen dat voor hun eigen plezier doen, prima. Maar laat ons van de speelplaats geen ideologische battleground maken. Excuseer, een ideologisch strijdperk.

