Schort er iets aan de lerarenopleidingen?

Een expertencommissie onder leiding van Professor Biesta van de Universiteit van Luxembourg wees vorige week op een aantal punten van zorg aangaande de Vlaamse lerarenopleidingen. De belangrijkste waren: het gebrek aan aanvangsbegeleiding van startende leerkrachten (die vanuit de lerarenopleiding het beroep instromen), de vaardigheden van jonge leerkrachten om te differentiëren ( = inspelen op verschillen tussen leerlingen), les te geven in de grootstedelijke context, en in te spelen op (socio-culturele) diversiteit. Minister van Onderwijs Smet gaat nu werkgroepen bijeenroepen om rond deze aandachtspunten maatregelen te laten nemen door de volgende regering. Als lerarenopleider ben ik de eerste om te beamen dat dit belangrijke aandachtspunten zijn voor elke lerarenopleiding (Ik kan overigens in mijn dagelijkse praktijk vaststellen dat daar binnen de opleidingen al erg hard aan gewerkt wordt). Toch heb ik bij het lezen van de krantenberichten hierover driemaal mijn wenkbrauwen gefronst.

Eerste wenkbrauwfrons: Was het niet diezelfde Minister van Onderwijs Pascal Smet die bij zijn aantreden de aanvangsbegeleiding van startende leerkrachten afschafte (onder druk van de besparingen)? Dat was dus, bij nader inzien, een zeer onfortuinlijke maatregel, want daarmee werd de cruciale ondersteuning die veel beginnende leerkrachten nodig hebben om hun startcompetenties verder te ontwikkelen, weggeveegd. Daarmee ging ook veel competentie en expertise verloren van mentoren die daarvoor een speciale opleiding hadden gevolgd (dankzij middelen van de vorige onderwijsminister Vandenbroucke). Daarmee werden scholen weer helemaal op hun eigen schaarse middelen en creativiteit teruggeworpen om nieuwe leerkrachten deftig in hun team in te lijven.

Tweede wenkbrauwfrons: Inspelen op socio-culturele diversiteit, differentiëren in de klas, en lesgeven in een grootstedelijke context (waar diversiteit en kansarmoede vaak samen in de klas aanwezig zijn) vragen verregaande expert-competenties waarmee zelfs heel ervaren leerkrachten nog worstelen. Natuurlijk moeten lerarenopleidingen hard werken om hun studenten hierrond de nodige startcompetenties, kennis en bewustzijn mee te geven, maar het gaat hier om de finesses, de top-competenties die leerkrachten maar kunnen ontwikkelen door veel ervaring op te doen, door heel veel met collega’s samen te werken en overleg te plegen, door gespecialiseerde nascholing en coachings te krijgen, en door in hun opdracht tijd en ruimte vrij te krijgen om zich daarin te bekwamen. Dit zijn de grote uitdagingen van ons Vlaams onderwijs, en dus zonder meer een heel belangrijk agendapunt voor het debat over de loopbaan en jobinvulling van de leerkracht. Het lijkt me onrealistisch om van lerarenopleidingen te verwachten dat zij jonge krachten afleveren die deze expertcompetenties al helemaal in de vingers hebben. Dit zijn – bij uitstek – de thema’s waarrond beginnende leerkrachten aan het begin van hun carrière heel veel steun, inspiratie en hulp nodig hebben van ervaren rotten in het vak. Dat de aanvangsbegeleiding voor startende leerkrachten zo snel mogelijk terug moet worden ingevoerd, zei ik hierboven al, en staat dus als een paal boven water.

Derde wenkbrauwfrons: Ik heb de indruk dat er over ons Vlaamse onderwijsveld een waas van wantrouwen neerdaalt. De verschillende niveaus van het onderwijsveld lijken mekaar steeds minder te vertrouwen. Het hoger onderwijs vertrouwt het secundair onderwijs niet meer, het secundair onderwijs vertrouwt het basisonderwijs niet meer, en iedereen viseert de lerarenopleidingen. Het huidige onderwijsbeleid lijkt daarbij vooral geneigd om op alle scharnierpunten oriënteringsproeven, startcompetentie-toetsen en screenings in te voeren. Ik denk dat we erover moeten waken dat die screenings en toetsen het onderlinge wantrouwen niet nog meer gaan voeden. Als we niet oppassen, gaan die toetsen de rol van scheidsrechter vervullen op een veld waar twee kampen tegenover mekaar staan. Ik vraag me af of we niet veel meer nood hebben aan beleidsmaatregelen die samenwerking en communicatie tussen de verschillende geledingen van ons onderwijs aanmoedigen. Lerarenopleidingen en secundair onderwijs zouden erg goed kunnen samenwerken rond de bovenvermelde aanvangsbegeleiding van startende leerkrachten. Basis- en secundair onderwijs zouden erg goed kunnen samenwerken rond de evaluatie, studiekeuze-oriëntering en transitie van leerlingen die van het 6de leerjaar naar het 1ste middelbaar gaan. Secundair onderwijs en hoger onderwijs zouden erg goed kunnen samenwerken rond de ontwikkeling van startcompetenties voor het hoger onderwijs en (opnieuw) de studiekeuze-oriëntering van leerlingen. Via gezamenlijke projecten en uitwisseling van gegevens, inzichten en inhouden kunnen de schotten tussen de verschillende geledingen van ons onderwijsveld gesloopt worden, en kan wat onbekend is (en daarom soms gewantrouwd) bemind en vertrouwd worden. In een onderwijsveld waar de verschillende geledingen samen op het gras stappen om aan hetzelfde zeel te trekken, kunnen leerlingen alleen maar profiteren van de winst aan samenhang in aanpak en evaluatie. Een excellent onderwijssysteem drijft op vertrouwen, samenwerking, uitwisseling en overleg over de schotten heen. Om de schotten dan uiteindelijk te zien verdwijnen….

Advertenties