Huiswerk: kan het ook anders?

Scholen geven aan leerlingen huiswerk om allerlei redenen: om de leerlingen de kans te geven bepaalde vaardigheden nog eens te oefenen, om nieuwe kennis te doen instuderen, om leerlingen een gedisciplineerde studiehouding te doen ontwikkelen…  Maar huiswerk kan nog andere functies hebben. Ik geef hieronder eerst een aantal concrete voorbeelden, en bespreek dan de ‘duurzame’ principes die erachter zitten:

– De leerlingen berekenen thuis de oppervlakte van een deur, een tafelblad, het bord waaruit ze eten, het plafond van hun woonkamer en brengen de uitkomsten mee naar de klas.

– De leerlingen interviewen hun grootouders om erachter te komen hoe die de Tweede Wereldoorlog hebben ervaren, en brengen daarover verslag uit in de klas.

– De leerlingen bedenken in viertallen een ander einde van een kortverhaal dat ze hebben gelezen, en nemen een gedramatiseerde versie van hun nieuwe einde op video op.

– De leerlingen krijgen de opdracht om thuis 3 eenvoudige proefjes te doen rond luchtdruk (ze krijgen de instructies mee naar huis) en een verklaring te bedenken voor de uitkomsten. Die verklaring mailen ze door naar de leerkracht, die de hypotheses van de leerlingen als startpunt gebruikt van de volgende les.

– De leerlingen lopen tijdens het weekend in groepjes van 4 door het centrum van hun gemeente en maken foto’s van een restant uit de 19de, 18de, 17de, en de 16e eeuw. De foto’s kunnen nadien gebruikt worden in een fotozoektocht. De leerlingen schrijven bij elk van de foto’s ook een stukje duiding: wat is er precies te zien? Die duiding kan bijvoorbeeld  gevoegd worden bij de oplossingen van de fotozoektocht, maar kan ook de aanleiding vormen van een boeiende historische analyse van de schoolomgeving.

– Als achter de hoek van de school een gigantische put wordt gegraven voor een nieuwe ondergrondse parkeergarage, dan trachten de leerlingen thuis een methode te bedenken om te berekenen hoeveel vrachtwagens er nodig zijn om de grond uit de put te vervoeren.

– De leerlingen voeren in hun buurt een enquête uit onder buurtbewoners of winkeliers (bv. over de verkeerscirculatie), analyseren de resultaten, en brengen daarover verslag uit in de klas.

Leren is verbinden. In deze “huiswerken” wordt dan ook doelbewust naar verbindingen gezocht: verbindingen tussen concrete ervaringen van de leerlingen en abstracte inzichten. Verbindingen tussen berekeningen en hun concrete toepassingen. Verbindingen tussen eigen ervaringen van de leerlingen (of hun ouders) en geschiedkundige kaders. Verbindingen tussen thuiswereld en schoolwereld. Verbindingen tussen leerlingen, ouders,  buurtbewoners en leerkrachten. Verbindingen tussen de creatieve ideeën van de leerlingen en academische schoolinhouden. Schoolse kennis wordt toegepast in de buitenschoolse wereld, en komt zo echt tot leven. Buitenschoolse toepassingen en ervaringen worden in de klas uitgediept. En zo wordt nieuwe kennis veel duurzamer – via veel meer verbindingen – verankerd in het brein van de leerlingen.

Als een schoolteam huiswerk gebruikt om dergelijke verbindingen te leggen, kan het van huiswerk een ware troef maken. Dan ervaren leerlingen huiswerk wellicht als zinvol werk, en krijgen ze er positieve energie voor leren door. Dan wordt huiswerk veel meer dan extra  oefentijd of extra tijd om nieuwe stof in je hoofd te proppen. Dan is huiswerk niet alleen een kwestie van kwantiteit, maar vooral een kwestie van meer kwaliteit. Meer kwaliteitsvol leren. Duurzamer leren.