Naar een onderwijs voor mensen in balans (opiniestuk)

Deze tekst verscheen eergisteren als opiniestuk in De Standaard (DS 14/1/2016):

In vele Europese regio’s (inclusief Vlaanderen) is een debat op gang getrokken over de vraag waartoe scholen in de 21ste eeuw dienen. Op de keper beschouwd gaat die vraag over het soort mensen dat we willen vormen. Tijdens de afgelopen 30 jaar werd daarbij door pedagogen en beleidsmakers bijzonder veel nadruk gelegd op de individuele persoonlijkheidsontwikkeling van leerlingen. Het onderwijs moet kinderen en jongeren maximaal ondersteunen om hun persoonlijke talenten te ontwikkelen, hun beperkingen te overstijgen en op te groeien tot onafhankelijke denkers die zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Het onderwijs moet mensen de kans geven om de fundamentele vrijheden die moderne democratieën aan individuen schenken, ten volle te benutten.

Maar de vrijheid van mensen om richting te geven aan hun eigen leven mag niet de vrijheid zijn van de vos in het kippenhok. Met de vrijheid van mensen om de volle verantwoordelijkheid voor hun eigen leven op te nemen, komt ook de verantwoordelijkheid om dezelfde vrijheid van anderen te respecteren en beschermen. De gebeurtenissen in Keulen, en de met de regelmaat van de klok weerkerende rapporten over pestgedrag, huiselijk geweld en kindermishandeling scherpen ons bewustzijn aan dat het onderwijs van de 21ste eeuw leerlingen systematisch moet aanzetten om verder dan de eigen neus, de selfie, het eigen face te leren kijken. Doorheen hun gehele onderwijsloopbaan (vanaf hun eerste dag in het kleuteronderwijs) moeten leerlingen leren om bij het nemen van hun eigen beslissingen en het plannen van hun zelfgestuurde daden rekening te houden met de gevolgen ervan voor andere mensen en voor hun omgeving.

Het onderwijs van de 21ste eeuw mag de huidige generatie jongeren niet alleen voorbereiden om de volgende lichting carrièrejagers en nuttige winstmakers te worden. We hebben mensen nodig die in balans zijn met zichzelf, anderen en hun omgeving. Mensen die persoonlijke, sociale, maatschappelijke, economische en ecologische belangen evenwichtig kunnen verzoenen. Mensen die hun eigen doelen en geluk kunnen nastreven maar daarbij de doelen van hun medemensen en het welzijn van hun wijdere omgeving niet uit het oog verliezen. We hebben vrije denkers nodig die onafhankelijk en zelfstandig kunnen nadenken, maar die tegelijk vrij van hun eigen denken kunnen komen: mensen die niet onmiddellijk toegeven aan hun eerste emotionele impulsen, associaties en stereotypes, maar hun meningen kunnen bijsturen en open staan voor andere zienswijzen. Mensen met een eigen stem die onbevangen naar anderen kunnen luisteren. We hebben mensen nodig die niet alleen goed kunnen redeneren, maar ook gedreven zijn om goed te doen: positief bezielde en sociaal bewogen mensen die, zelfs als ze beseffen dat ze de grote wereld niet kunnen veranderen, ze wel de kleine wereld om zich heen kunnen verbeteren. We hebben mensen nodig die opkomen tegen het onrecht in de wereld eerder dan zich in het drijfzand van angst, doembeelden en zondebok-denken te laten wegzinken. Mensen die anderen – ook degenen die sterk van hen verschillen – zien als volwaardige mensen met eigen opinies, dromen en ideeën, en die daarom hun volle respect en inlevingsvermogen verdienen. Rechtvaardige mensen die anderen geen rechten ontzeggen die ze zichzelf toe-eigenen. Breeddenkende, hoog-empathische, warmvoelende mensen. Mensen die een bijdrage kunnen en willen leveren tot een wereld in balans.

En om mensen in balans tot volle ontplooiing te doen komen, hebben we een onderwijsprogramma in balans nodig. Een curriculum waarin economische, persoonlijke en sociale doelen geïntegreerd aanwezig zijn, en waarin geen van de drie de andere plattrapt. Een hedendaags, eigentijds curriculum waarbij de kwaliteit van onderwijs niet alleen wordt afgemeten aan de hand van pure leerwinst, maar ook aan het persoonlijk welbevinden, het zelfvertrouwen, de autonomie en motivatie die leerlingen hebben, én aan de warmte van het sociale klimaat dat leerlingen en schoolteams samen creëren. Een curriculum dat menselijkheid en medemenselijkheid in de economie pompt, en creatief rendement in ons persoonlijk en gemeenschapsleven. Een curriculum dat de zin voor het onverwachte, het kunstzinnige en het afwijkende omarmt terwijl gevestigde waarden worden doorgegeven. Een curriculum dat durft te lachen als het al te ernstig wordt en heel ernstig over humor durft nadenken. Een moreel hoogstaand curriculum dat waardigheid, solidariteit en respect doorheen alle lessen en doorheen alle lagen van het menselijk functioneren mengt. Een curriculum dat durft te onderzoeken en te twijfelen aan wat als vaststaand geldt, en dat vastberaden gelooft in de kracht van mensen. Een curriculum dat technologie en economie omarmt, maar er zich niet de wet door laat dicteren. Een curriculum dat inspireert, motiveert, verwondering opwekt en passioneert. Een curriculum dat leerlingen én leerkrachten energie-voor-leren geeft. Een curriculum dat duurzaam leren en duurzaam leven nastreeft.

Van een puntenrapport naar een groeirapport

Tijdens de afgelopen maanden heb ik diverse directies van basisscholen aan het woord gehoord over hun “nieuwe rapport”. Daarbij stappen ze af van het traditionele rapport met punten en kiezen ze voor een groeirapport. De rode draden die doorheen de verhalen van de directies lopen, zijn de volgende:

  1. Als puntje bij paaltje komt, zijn punten zijn weinig informatief. Is een 7 op 10 goed of niet goed? Dat hangt vaak van subjectieve interpretatie en de persoonlijke norm af. Bovendien geeft die 7 aan de leerling geen informatie over wat hij/zij kan doen om de prestatie te verbeteren.
  2. Punten gaan meestal over momentopnames. Ze geven weer hoe een leerling op een bepaald moment presteerde (onder vaak stressvolle omstandigheden). Ze zeggen echter minder over de groei die een leerling heeft doorgemaakt, en dat is paradoxaal, want de kernopdracht van scholen is leerlingen doen groeien.
  3. Punten zijn abstract: Een 7 op 10 voor taal kan het resultaat zijn van een erg goede toets voor begrijpend lezen (10 op 10) en een zwakke toets voor schrijven (4 op 10), maar evenzeer van twee redelijk goede toetsen voor lezen en schrijven (beide 7 op 10). Toch staat er tweemaal hetzelfde cijfer op het rapport.
  4. Puntenrapporten voeden de testcultuur. Een punt vloeit vaak voort uit een test. Een puntenrapport verhoogt de kans dat leraren vooral evalueren via testen, en niet via andere evaluatiemethodes. Leraren gaan zelfs testen moeten afnemen omdat ze zo nodig nog een punt voor het rapport nodig hebben.
  5. Op puntenrapporten worden leerlingen vaak met andere leerlingen of met een vaag criterium vergeleken. Vooral voor leerlingen die onder het gemiddelde of onder de mediaan scoren, kan dat ontmoedigend werken. Wie heel erg zijn best doet, maar toch lager scoort dan de mediaan (en dat kan voor de helft van de leerlingen het geval zijn), krijgt toch een signaal dat het niet goed genoeg is. Daardoor kunnen leerlingen energie voor leren verliezen.

De scholen die met groeirapporten aan de slag gaan, gooien daarom het roer om:

  1. Op een groeirapport wordt niet één punt voor een vak gegeven, maar kunnen per vak een aantal belangrijke doelstellingen onder mekaar opgelijst worden (bv. competenties, kennis, vaardigheden of attitudes die de leerlingen op een bepaald moment moeten beheersen). Per doelstelling wordt met een schaal gewerkt met 4 à 5 gradaties in kolommen die naast mekaar staan. Zo zag ik een schaal die links startte bij de kolom “Dit beheers ik nog niet”; daarnaast stonden de kolommen “Dit kan ik soms, maar niet altijd” en “Dit kan ik alleen als ik ondersteuning krijg”; ten slotte stond helemaal rechts de kolom “Dit beheers ik”.
  2. Als een groeirapport niet alleen weergeeft hoe ver de leerling staat voor de belangrijke doelstellingen maar ook waar hij/zij daarvoor tijdens de vorige rapportperiode stond, dan wordt de groei van de leerling letterlijk zichtbaar gemaakt. Leerlingen worden dan met zichzelf vergeleken, en dat kan erg motiverend werken want ze zien zichzelf op allerlei vlakken vooruitgaan. Dat kan energie voor verder leren opwekken.
  3. Het groeirapport bevat per cluster doelstellingen ook een advies van de leraar over wat de leerling kan doen om verder te groeien voor die doelstellingen. Die adviezen worden in gewone mensentaal geschreven. De leerling krijgt op het rapport ruimte om daarop te reageren, en ook de ouders krijgen diezelfde ruimte.
  4. De groeirapporten die ik zag werden door diverse leraren samen ingevuld. Diverse leraren hadden de leerling immers aan het werk gezien voor de betrokken doelstellingen en konden hun bevindingen naast mekaar leggen. Dat levert meer genuanceerde, onderbouwde en sterker gedragen uitspraken over de groei van de leerling op dan punten op een enkele toets.
  5. In sommige voorbeelden die ik zag, vulde niet alleen het lerarenteam, maar ook de leerling zijn eigen groeirapport in. De leerling kon dus zelf aangeven wat hij had bijgeleerd, waar hij nog mee worstelde en wat voor ondersteuning hem kon helpen. Leerlingen van het basisonderwijs kunnen dit aan, zo leerden mij de workshops die ik bijwoonde en de voorbeelden van ingevulde groeirapporten die ik zag. We moeten leerlingen op dat vlak  niet onderschatten, zeker als ze daarin begeleid worden. Zelf hun rapport invullen scherpt bovendien hun reflectief vermogen aan en levert leraren soms erg waardevolle informatie op over wat bepaalde leerlingen kan helpen.
  6. Groeirapporten zijn erg consistent met de principes van brede evaluatie, waarbij allerlei methodes (observaties van taakuitvoering, portfolio, peerevaluatie, en ook toetsen) worden gecombineerd om uitspraken te doen over de groei die de leerling doormaakte. Groeirapporten en puntenrapporten sluiten mekaar dus niet volledig uit: op een groeirapport kan ook een punt gerapporteerd worden op een belangrijke toets.

Groeirapporten sluiten aan bij de centrale missie van scholen: leerlingen doen groeien en binnen het team alle krachten bundelen om de groei te documenteren en groeipotentieel te analyseren. Groeirapporten sluiten ook aan bij de basisprincipes van duurzaam onderwijs: ze kunnen leerlingen nieuwe energie voor leren geven, zowel motivationele energie (de zin om verder te leren) en intellectuele energie (de informatie die je nodig hebt om je groeipunten te identificeren en aan die groei concreet te werken).

Meer hierover lezen?

De becijferde school van Roger Standaert (Uitgeverij ACCO)

Onderwijs voor de 21ste eeuw van Kris Van den Branden (Uitgeverij ACCO)

6 manieren om je onderwijs eigentijdser te maken

Leerkrachten die het goede voornemen hebben om hun onderwijs in 2016 (nog) wat eigentijdser te maken, kunnen wellicht inspiratie putten uit de volgende ideeën:

  1. Globaliseer

Doorbreek vaker de grenzen tussen de school en de wereld daarbuiten. Hang je lessen op aan dingen die in de echte wereld gebeuren en breng die onderwerpen de klas binnen via moderne media of gastsprekers. Laat je leerlingen als huistaak informatie opzoeken of reportages bekijken die rechtstreeks bij je les aansluiten. Illustreer het belang van bepaalde lesinhouden door te wijzen op toepassingen buiten de school.  Ga met je leerlingen de klas uit en gebruik uitstappen, bedrijfsbezoeken, werkplekleren en buitenschoolse activiteiten om abstracte inhouden te concretiseren.

  1. Share

Laat je leerlingen vaker een product, clip, promotalk, presentatie of recensie maken die ze echt aan anderen moeten tonen. Dat kunnen andere leerlingen van hun klas zijn, maar ook medeleerlingen van de school (buiten hun eigen klas) of zelfs een publiek buiten de school. Stimuleer de creatieve vermogens van je leerlingen, en gebruik digitale en niet-digitale kanalen om je leerlingen kansen te bieden om hun creatieve bijdragen verzorgd af te werken en voor te stellen. Probeer ervoor te zorgen dat de leerlingen constructieve feedback krijgen waaruit ze kunnen leren hoe ze hun werk nog kunnen verbeteren.

  1. Socialiseer

Doorbreek vaker de grenzen tussen vakken, klasgroepen en studierichtingen. Werk met leerkrachten van verschillende vakken kleine (of grote) projecten uit die je leerlingen de kans geven om inzichten uit diverse vakken op een authentiek, actueel probleem toe te passen. Laat leerlingen van verschillende klassen en studierichtingen met mekaar samenwerken, zodat ze niet alleen van elkaars specifieke expertise kunnen leren, maar ook kunnen leren omgaan met sociale diversiteit. Experimenteer met vormen van peer tutoring over klasgrenzen heen. Doorbreek klasgrenzen om leerlingen met specifieke leerbehoeften gedifferentieerde ondersteuning aan te bieden. Begin met co-teaching, al was het maar voor één keer en voor één specifiek project.

4. Emancipeer

Belichaam de waarden van de 21ste eeuwse democratie door je leerlingen echt op te voeden tot zelfstandig denkende, autonome wezens. Geef hen tijdens je lessen kansen om eigen keuzes te maken. Laat hen toe kritische vragen over je eigen lesstof te stellen. Straf hun fouten niet af, maar laat hen inzien dat we heel veel van fouten kunnen leren. Leer hen onafhankelijk denken en vermijd betutteling. Leer hen kritisch omgaan met moderne media, met misleidende informatie, met reclame en met de waterval aan ongenuanceerde meningen die veel sociale media domineren. Laat hen aan de hand van voorbeelden uit je eigen vak inzien dat informatie op het internet niet altijd objectieve informatie is. Leer hen dat omgaan met sociale diversiteit begint bij het onderdrukken van impulsieve, stereotiepe etiketten die zich ongeremd aan onze geest opdringen.

5. Engageer

Negeer de grote problemen en uitdagingen van deze eeuw niet. Stimuleer je leerlingen om zich hierover breed en objectief te informeren, op een beschaafde manier in debat te gaan en daarbij respect op te brengen voor uiteenlopende meningen. Geef je leerlingen de kans om zich samen actief in te zetten voor een goed doel en ondersteun hen daarbij. Stimuleer hen om een kleine bijdrage te leveren tot een betere wereld. Hoe klein die bijdrage ook is, ze is groot.

6. Digitaliseer

Maak zinvol en verantwoord gebruik van moderne technologie in de klas. Gebruik technologie bijvoorbeeld om abstracte inhouden aanschouwelijker te maken, om leerlingen op hun eigen tempo toepassingen te laten maken en hen daarbij gedifferentieerd te ondersteunen, om leerlingen met andere leerlingen te laten communiceren, om hun eigen producten te presenteren, om kritisch met informatie te leren omgaan…. Maak van de integratie van technologie geen doel op zich. Het onderwijs wordt in een school niet automatisch beter door de invoering van tablets of computers, maar dat mag je niet tegenhouden om het krachtige potentieel van moderne technologie volop te benutten.

Het gezamenlijk effect van deze acties, hoe klein je ze ook aanzet, kan groot zijn. Niet alleen voor je leerlingen als het gaat om de cognitieve ontwikkeling van allerlei belangrijke sleutelcompetenties van de 21ste eeuw, maar ook voor de motiverende kracht die je onderwijs op de leerlingen uitoefent: LIKE!

Brief aan de minister van onderwijs

Geachte minister,

Ik weet dat u het erg druk hebt. U hebt waarschijnlijk niet de tijd om mijn boek “Onderwijs voor de 21ste eeuw” helemaal te lezen. Ik ben daarom zo vrij om in deze brief een aantal bezorgdheden die in het boek worden beschreven en waarvan ik denk dat ze voor een minister van onderwijs van belang kunnen zijn, op een rij te zetten.

Allemaal willen we het beste onderwijs: ouders, leerlingen, leerkrachten, directies, onderwijsondersteuners en ministers. Maar wat is het beste onderwijs in de 21ste eeuw? Hetzelfde als het beste onderwijs van de 20ste eeuw? Neen, denk ik, want tijdens de afgelopen 30 jaar is de wereld immers drastisch veranderd. Ons leven is sneller, hectischer, technologischer, digitaler en diverser geworden. De eisen die aan afgestudeerden worden gesteld, zijn sterk geëvolueerd. Het curriculum van de 21ste eeuw kan dus geen kopie zijn van dat van 1990. Ik kijk daarom met veel belangstelling uit naar het debat van het Vlaams Parlement over de doelstellingen van het 21ste– eeuwse onderwijs. Ik hoop dat u de parlementsleden kan inspireren, en blijft aanmanen, om een open en ambitieus debat te voeren. Een debat dat niet wordt vertroebeld door partijpolitieke belangen. Een debat dat niet over punten en komma’s gaat, maar over de vraag hoe we kunnen vermijden dat er in het onderwijs van vandaag onnodig veel energie wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van competenties die tot de wereld van gisteren behoren. Onze leerlingen zitten niet op school om punten te sprokkelen. Onze leerlingen zitten niet op school om kennis te absorberen en die klakkeloos te reproduceren op het juiste moment. Dat kunnen machines ondertussen beter dan wij. Onze leerlingen zitten op school om te leren hoe ze kritisch en efficiënt kunnen omgaan met de overvloed aan informatie waarmee ze overspoeld worden. Ze zitten op school om te leren hoe ze kennis kunnen toepassen in complexe en onverwachte situaties. Ze zitten op school om te leren zelfstandig beslissingen te nemen en problemen op te lossen. Ze zitten op school om vreedzaam en constructief te leren samenwerken, samen leven en samen leren met anderen. Ze zitten op school om creatief te leren denken en met verandering te leren omgaan. Ze zitten op school om leergierig te blijven en erop te vertrouwen dat ze hun hele leven kunnen blijven leren, ook uit hun fouten. Ze zitten op school om betere mensen te worden: mensen die weten hoe ze vorm kunnen geven aan hun eigen leven en aan een betere wereld om hen heen. Wat in de vorige eeuw nog een vrijblijvend pakket van vakoverstijgende sleutelcompetenties was, dient zich steeds prominenter aan als een centrale component van het 21ste-eeuwse curriculum. Ik hoop stiekem dat u blijft zoeken naar manieren om een groot publiek van ouders, leerkrachten, directies en onderwijsondersteuners in het debat over dat curriculum te betrekken.

Ja, ik weet het, u hebt gelijk. U hebt als minister minder vat op wat er in het onderwijs daadwerkelijk gebeurt dan de meeste mensen denken. Uw regering kan dan misschien een prachtig, eigentijds curriculum in eloquente volzinnen uitschrijven en er ronkende verklaringen in de media over afleggen, maar waar het in de klas écht over gaat, dat bepaalt de leraar. Eerlijk gezegd vind ik dat voor een minister een erg troostvolle, ja zelfs verkwikkende gedachte. Het geeft namelijk glashelder aan dat als u iets in het onderwijs in beweging wil brengen, u met leraren aan de slag moet gaan. De leraar maakt het ultieme verschil, zo luidt de wellicht belangrijkste conclusie uit het recente internationaal onderzoek naar de impact van onderwijs op leren. Of nog correcter, het schoolteam doet dat. Schoolteams hebben de sleutel in handen om ons uitstekende onderwijs nog uitstekender te maken, om ons Vlaams onderwijs nog eigentijdser, dichterbij-de-wereld en zinvoller te maken. U kan schoolteams daarbij helpen. Laat hen toe om zich maximaal  op hun kerntaak te concentreren: met leerlingen in interactie gaan en een leeromgeving creëren waarin die leerlingen zich maximaal ontwikkelen en cruciale sleutelcompetenties verwerven. Al de rest is bijzaak en onnodig formalisme. Ik steun u dus volmondig in uw pogingen om de administratieve last voor schoolteams af te bouwen. Ik hoop ook dat het overleg dat u momenteel voert over de loopbaan van de leraar leidt tot een nog sterkere lerarenopleiding, een aanvangsbegeleiding voor elke startende leraar en een resem maatregelen die ervaren leraren kansen geven om hun professionele deskundigheid loopbaan-lang verder uit te bouwen.  

Allemaal willen we het beste onderwijs. Dat is een onderwijs dat voor alle leerlingen werkt. Helaas, we hebben in Vlaanderen op dat vlak nog een hele weg af te leggen. Het blijft zorgwekkend dat ons onderwijs-van-nu beter werkt voor de kinderen van ouders voor wie het onderwijs-van-het-verleden beter werkte. Het onderwijs-van-de-toekomst moet die smet wegwerken. De inzet is hoog. We kunnen het ons niet veroorloven om zoveel potentieel en positieve energie-voor-leren verloren te laten gaan.. Niet alleen op economisch vlak, maar ook op sociaal en persoonlijk vlak. De vraag is dus: hoe kunnen we ervoor zorgen dat ons onderwijs voor alle leerlingen tot maximale ontwikkeling leidt? Het ontbreekt ons niet aan analyses van het probleem of aan ideeën voor maatregelen die een verschil kunnen maken (u kan dat in hoofdstuk 6 van mijn boek nalezen als u even tijd zou vinden, misschien tijdens de kerstvakantie?). Op de bestrijding van kansarmoede, ongekwalificeerde uitstroom en ongelijke onderwijskansen mag niet bespaard worden. Besparingen op het onderwijsbudget mogen dan op korte termijn goed zijn voor de begroting, maar wat we vandaag in ons onderwijs niet kunnen realiseren, betalen we morgen met intrest terug in de vorm van extra uitgaven voor werkloosheidsvergoedingen, bestrijding van criminaliteit, gezondheidsproblemen en armoede. Het geld dat u nu investeert in extra leerkrachten en werkingsmiddelen voor scholen met veel sociaal kwetsbare leerlingen en leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften, in de deskundigheidsbevordering van leerkrachten op het vlak van omgaan met verschillen tussen leerlingen, in studiebeurzen en studiefinanciering, verdient u morgen dubbel en dik terug in de vorm van een verhoogd bruto nationaal product en bruto nationaal geluk. Het geld dat uw collega-ministers mee investeren in de strijd tegen kinderarmoede helpt de sociale kloof in ons onderwijs te dichten.

Geloof niet in instant-mirakeloplossingen. Nog een taaltest meer helpt niet om de onderwijsachterstand van vele niet-Nederlandstalige leerlingen op te lossen. We hebben in ons onderwijs niet meer tests nodig, we hebben schoolteams nodig die evaluatie gebruiken om hun leerlingen te voorzien van bruikbare feedback, om hun leerlingen positieve energie-voor-leren te geven, om de kwaliteit van hun eigen onderwijs in vraag te stellen en bij te sturen.

Er is reden tot hoop en optimisme. Vele schoolteams in Vlaanderen bouwen vandaag in alle stilte aan de vernieuwing en verbetering van hun onderwijs, vele schoolteams denken actief na over het onderwijs voor de toekomst. Ze zoeken gedreven naar manieren om hun leerlingen te passioneren en hen relevante, zinvolle dingen te doen leren. Ze timmeren aan de weg van wat ik in mijn boek “duurzaam onderwijs” noem. Het is die “drive”, die energie van schoolteams die we nodig hebben om in Vlaanderen het beste onderwijs van de wereld te ontwikkelen. Ik hoop vurig dat u alle middelen waarover u beschikt zal gebruiken om die “drive” van schoolteams verder aan te jagen.  

Ik wens u een deugddoende, verkwikkende, inspirerende kerstvakantie!

Kris Van den Branden

 

P.S. Blijft u uw collega-ministers aanporren om samen met u te blijven ijveren voor gratis onderwijs voor elk kind ter wereld? Onderwijs is een dam tegen discriminatie en racisme, tegen oppervlakkig zwart-wit-denken, tegen de dictatuur van driest geweld en onderdrukking, tegen uitbuiting en mishandeling, Onderwijs geeft mensen de kans om volwaardig mens te worden. Onderwijs is dé hefboom voor een beter leven en een betere wereld.

Leren door inleven: leerlingen worden asielzoekers

Neem 2 minuten de tijd om naar deze video te kijken over het Sint-Norbertusinstituut in Duffel (reportage van RTV)

 

Het onderwijs van de 21ste eeuw staat niet buiten de wereld, maar er middenin. In de eeuw van Windows zetten duurzame scholen van de 21ste eeuw de vensters open om de wereld binnen te laten: met beelden, media, clips, documentaires en… inleefprojecten. Via die open deuren en vensters kan de schoolgemeenschap ook naar buiten treden. Zo zou het Sint-Norbertusinstituut haar leerlingen naar aanleiding van dit project kunnen laten nadenken over hoe ze echte vluchtelingen op een zinvolle manier kunnen helpen. Welke initiatieven zetten echt zoden aan de dijk voor vluchtelingen en zijn haalbaar voor de leerlingen? Zo levert de schoolgemeenschap een bijdrage tot een betere wereld buiten het schoolgebouw. Zo globaliseert het onderwijs van de 21ste eeuw: de grenzen tussen school en wereld worden doorbroken. Informatie, kennis, ervaringen en mensen stromen binnen en buiten.

Het duurzame onderwijs van de 21ste eeuw zet niet alleen de buitendeuren, maar ook de binnendeuren van haar klaslokalen open, zodat leerlingen van diverse klassen en studierichtingen met mekaar kunnen samenwerken , samen kunnen leren en met mekaar leren omgaan. De kunstmatige grenzen tussen vakken worden in dit project doorbroken omdat voor het begrijpen en oplossen van problemen in de echte wereld kennis en inzichten van diverse disciplines moeten gecombineerd worden. Ook de kunstmatige grenzen tussen klasgroepen, leraren en leerjaren worden in dit project doorbroken om het leren te optimaliseren.

Dankzij dit globaliserende project stijgt de kans dat de leerlingen van het Sint-Norbertusinstituut tot inzichten komen die het stadium van oppervlakkige feitenkennis (en de reproductie ervan) overstijgen. Leren wordt doorleefd en doorvoeld: zo kan leren duurzaam leren worden, want hoezeer we leerprocessen zien als een cognitieve aangelegenheid, het drijft op een socio-emotionele onderstroom.

Bronnen

http://www.rtv.be

http://www.snorduffel.be

 

Basisingrediënten voor een goed leven

Jongeren hebben een positief plan nodig. Ze hebben nood aan een perspectief op een goed leven. Maar wat is dat: een goed leven? Wat is dat in een westers, welvarend land als België? Robert Skidelsky (professor economie) en zijn zoon Edward Skidelsky (professor esthetica en filosofie) schreven er een fascinerend boek over: Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven.

Volgens de Skidelsky’s maakt meer geld sommige dingen misschien gemakkelijker, maar het maakt mensen niet gelukkiger. Meer geld leidt niet noodzakelijk tot een goed leven. De basisingrediënten voor een goed leven liggen op andere vlakken. Op basis van hun lectuur en onderzoek bakenen de Skidelsky’s de volgende “basisgroederen voor een goed leven” af:

  • Gezondheid: dit ingrediënt verwijst naar het goed functioneren van ons lichaam. Het houdt vitaliteit, energie, alertheid en de afwezigheid van storende pijn in. Gezondheid houdt vooral in dat je je niet te sterk bewust bent van je lichaam in negatieve zin.
  • Geborgenheid: verwijst naar de gerechtvaardigde verwachting van een mens dat zijn leven een bepaalde loop zal volgen, en niet in de war wordt gestuurd door misdaad, armoede, oorlog, revolutie, maatschappelijke en economische verstoringen.
  • Respect: verwijst naar het feit dat anderen rekening houden met ons standpunt, onze ideeën en opinies, dat ze die de moeite waard vinden en ze niet willen negeren of vertrappelen (en dat wijzelf dat respect ook opbrengen voor anderen). Het betekent niet noodzakelijk dat mensen het volledig eens zijn met mekaar of mekaar alleen maar sympathiek vinden.
  • Persoonlijkheid: verwijst naar het vermogen van een mensen om een positief levensplan op te stellen en uit te voeren waarin de eigen smaak, temperament en opvattingen goed tot uiting komen. Het heeft met autonomie te maken, maar ook met energie-voor-leren-en-leven: het gaat om elan, spontaniteit en individualiteit die tot uiting mogen komen.
  • Harmonie met de natuur: dit wordt vaak verkeerd begrepen als een sentimentele nostalgie naar het platteland. Het gaat hier echter in de eerste plaats om onze verwantschap die we voelen met planten en dieren, en het gegeven dat we, om ons goed te voelen, voeling moeten houden met groen, milieu, onze natuurlijke omgeving.
  • Vriendschap en liefde: De Skidelsky’s gebruiken de term ”vriendschap” voor elke affectieve relatie waarin mensen het goed van de andere omarmen als het hunne, voor elkaar zorgen, om elkaar geven, een warme band met elkaar opbouwen.
  • Vrije tijd: dit wordt vaak in verband gebracht met “ontspanning”, maar voor de Skidelsky’s slaat het op de tijd waarin we niet werken en tijd hebben om onze eigen activiteiten te ontplooien, eigen plannen te verwezenlijken, zonder dwang van buitenaf.

Wie al deze basisgoederen niet heeft, of slechts in minimale mate, dreigt zich niet goed, slecht in zijn vel, gefrustreerd te voelen. De basisgoederen zijn in die mate onmisbaar dat als we ze in ons gewone leven onvoldoende krijgen, we ze vaak op alternatieve manieren proberen te verwerven. Uiteraard kan er gediscussieerd worden over de mate waarin het lijstje volledig is, maar wat de lijst wel aangeeft, is dat een goed leven gevoed wordt door immateriële waarden, door een positief zelfbeeld, een gewaardeerde plaats in een sociaal netwerk en de kans om onszelf te ontplooien. Dat lijkt me een boodschap voor het onderwijs. Dat lijkt me een boodschap voor een samenleving die verder dan vandaag of morgen wil bekijken hoe ze met kenmerken van een minder goed leven wil omgaan, en hoe ze ervoor kan zorgen dat zoveel mogelijk jonge mensen zich ontplooien tot mensen die een goed leven hebben, of het zelf vorm kunnen – en willen – geven.

Meer lezen?

Skidelsky, R., & Skidelsky, E. (2013). Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven. Antwerpen: De Bezige Bij.

Hoe gelijke onderwijskansen bevorderen? Twee nieuwe onderzoeksrappporten

Zowel de OESO als het Brits Ministerie van Onderwijs publiceerden onlangs een onderzoeksrapport over het bestrijden van de sociale kloof in het onderwijs.

Het Brits Ministerie van Onderwijs gaf aan het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek de opdracht om in kaart te brengen hoe sommige scholen erin slagen om met sociaal kwetsbare leerlingen sterke onderwijsresultaten te behalen. Waarin verschillen die scholen van scholen die daar minder goed in slagen? Niet één welbepaalde strategie blijkt het verschil te maken: gelijke onderwijskansen bevorderen is het resultaat van een jarenlang volgehouden inspanning van een schoolteam om de kwaliteit van haar onderwijs te verhogen, en dat te doen door verschillende maatregelen tegelijkertijd te implementeren en perfectioneren. De volgende maatregelen blijken daarin van groot belang:

  1. Leg de lat hoog voor sociaal kwetsbare leerlingen en streef met hen naar succes, eerder dan hen te stereotyperen als een groep met minder potentieel.
  2. Geef sociaal kwetsbare leerlingen individuele, gedifferentieerde ondersteuning (inclusief emotionele ondersteuning) vanaf het begin van hun onderwijstraject, en doorheen alle leerjaren.
  3. Focus op de kwaliteit van het onderwijs in de reguliere klas, eerder dan te vertrouwen op remediëring buiten de schooluren en extra-curriculaire activiteiten. In dit verband vermelden de onderzoekers dat sterk presterende scholen klassikaal onderwijs afwisselen met groepswerk, individuele opdrachten, leerlingen die mekaar ondersteunen, en de aandacht voor metacognitieve strategieën.
  4. Focus op resultaten: streef ernaar dat leerlingen bepaalde leerdoelen halen, eerder dan te focussen op algemene ondersteuningsstrategieën.
  5. Zorg ervoor dat de beste leerkrachten les geven aan sociaal kwetsbare leerlingen. Geef die leerkrachten volop de kans om zich te professionaliseren en hun deskundigheid rond het bevorderen van gelijke onderwijskansen te verhogen.
  6. Neem beslissingen rond de ondersteuning van leerlingen op basis van rijke data en objectieve gegevens over de ontwikkeling en prestaties van de leerlingen. Maak daarvoor gebruik van veelvuldige observaties eerder dan te vertrouwen op een beperkt aantal toetsen.
  7. Ontwikkel een krachtig, positief schoolbeleid: een beleid dat gericht is op de verhoging van leerkansen voor leerlingen én leerkrachten, eerder dan een beleid dat zich wentelt in fatalisme.

Een cruciale vaststelling van deze onderzoekers is dat schoolteams wel degelijk een groot verschil kunnen maken voor hun sociaal kwetsbare leerlingen als ze samen aan dit zeel trekken. De samenstelling van de leerlingenpopulatie op een school blijkt dus niet allesbepalend te zijn voor de leerresultaten van de leerlingen.

Dat is ook een van de conclusies in het OESO-rapport “Helping immigrant students to succeed at school– and beyond”. Op basis van analyses van de PISA-data formuleren de auteurs een aantal aanbevelingen aan het adres van schoolsystemen.

  1. Concentratie en segregatie tegengaan
  • Informeer migrantenouders op een duidelijke manier over het scholenaanbod en zorg ervoor dat financiële en logistieke drempels de ouders niet tegenhouden om hun kind naar de school van hun keuze te sturen.
  • Streef ernaar dat op elke school een mix van sociaal bevoorrechte en sociaal kwetsbare leerlingen zitten, bijvoorbeeld door op scholen met veel sociaal kwetsbare leerlingen programma’s en studierichtingen in te richten die ook aantrekkelijk zijn voor hoger-opgeleide ouders.
  • Beperk de mate waarin scholen hun leerlingen kunnen selecteren op basis van hun sociale afkomst. Geef scholen met wachtlijsten beloningen als ze sociaal kwetsbare leerlingen inschrijven.
  1. Taalverwerving van migrantenleerlingen stimuleren
  • Aparte taalklasjes voor migrantenleerlingen blijken minder goed te werken dan een sterk taalvaardigheidsonderwijs dat is geïntegreerd in het reguliere curriculum en de reguliere klas. Bouw dus aan taalontwikkelend onderwijs doorheen het hele curriculum.
  • Gebruik screeningsinstrumenten om leerlingen met specifieke taalleernoden te identificeren, maar volg de resultaten van de screening actief op door competente leerkrachten aan te stellen die een krachtige taalaanpak kunnen implementeren.
  1. Vroeg- en voorschoolse programma’s
  • Stimuleer migrantenouders om hun kinderen in te schrijven in kindercrèches, voorschoolse kinderopvang en het kleuteronderwijs.
  • Bied vanaf vroege leeftijd taalstimuleringsprogramma’s aan en informeer ouders over het aanbod en mogelijkheden om hun kinderen daaraan te laten deelnemen.
  • Monitor de kwaliteit van de vroeg- en voorschoolse programma’s en zorg ervoor dat de kinderen begeleid worden door ondersteuners die de vaardigheid bezitten om in te spelen op de emotionele, sociale en intellectuele noden van sociaal kwetsbare kleuters.
  1. Zittenblijven en vroege studiekeuze
  • Schaf zittenblijven af of reduceer tot het strikt noodzakelijke minimum. In de plaats daarvan moeten leerlingen die het moeilijk hebben een betere en meer intensieve ondersteuning krijgen. Focus bij deze leerlingen sterk op leesvaardigheid, want dit is een cruciale vaardigheid voor alle vakken.
  • Creëer niet te vroeg aparte stromen in het secundair onderwijs. Maar eens de stromen er zijn, moeten ze dienen om alle leerlingen volwaardige kansen te bieden om succesvol en met een positief perspectief af te studeren.
  1. Omgaan met meertaligheid en diversiteit
  • Bied schoolteams de kans om hun deskundigheid rond het omgaan met meertaligheid en diversiteit te verhogen.
  • Bied schoolteams de kans om hun deskundigheid op het vlak van formatief evalueren (en het verfijnen van hun ondersteuning op basis van die evaluatie) te verhogen.
  • Bied beloningen en incentives aan leerkrachten en directies die willen werken in scholen met een hoog percentage migrantenleerlingen. Het kan bijvoorbeeld gaan om extra omkadering, extra ondersteuning en coaching, mentoring van beginnende leerkrachten, tot en met een hoger loon of betere arbeidsvoorwaarden.

Het OESO-rapport besteedt ook aandacht aan twee socio-emotionele drijfveren van migrantenkinderen: ze hebben doorgaans een erg hoge ambitie om te slagen in het onderwijs, en het is voor hen erg belangrijk dat ze het gevoel krijgen dat ze er echt mogen bijhoren. Twee drijfveren om zorgvuldig mee om te springen…..

Voor wie de rapporten wil lezen:

DFE-RR411_Supporting_the_attainment_of_disadvantaged_pupilshelping-immigrant-students-to-succeed-at-school-and-beyond

helping-immigrant-students-to-succeed-at-school-and-beyond

Boek over duurzaam onderwijs

Goed om weten voor de lezers van deze blog: op 27 november verschijnt bij uitgeverij ACCO mijn boek “Onderwijs voor de 21ste eeuw” . Op de achterflap staat de volgende samenvatting:

onderwijs-voor-de-21ste-eeuw-kris-van-den-branden-boek-cover-9789462922853De wereld verandert razendsnel. Moet ons onderwijs dan ook niet veranderen? Leren onze kinderen op school nog wel de cruciale dingen die ze nodig hebben in de maatschappij van de 21ste eeuw? Ons onderwijs is voortreffelijk, maar het werkt niet even goed voor alle leerlingen. Hoe kan ons onderwijs ervoor zorgen dat alle leerlingen zich volwaardig ontwikkelen en zich goed voelen op school? Wat is de rol van de leerkracht? En wat is de rol van ouders? Wat is de impact van toetsen, examens en evaluatie? En moeten we nu de vakken afschaffen en massaal computers en tablets in onze klassen invoeren?

Dit boek biedt een antwoord op de grote vragen over het onderwijs van de 21ste eeuw. Geschreven in een heldere taal, opgefrist met concrete ideeën uit de onderwijspraktijk en overgoten met een stevige dosis optimisme. Want ons onderwijs is uitstekend maar het kan nog beter. Beter aangepast aan de moderne tijden, beter voor leerlingen en hun ouders, beter voor leerkrachten.

Onderwijs voor de 21ste eeuw is een must voor iedereen die geeft om de kwaliteit van ons onderwijs. Iedereen dus.

Bestellen kan vanaf nu via deze link:

https://www.acco.be/nl-be/items/9789462922853/Onderwijs-voor-de-21ste-eeuw

Stage in de lerarenopleiding: ZO kan het ook….

Stap 1: een student van de universitaire lerarenopleiding van de KU Leuven kiest ervoor een deel van zijn stage in de grootstad Brussel te doen. Hij dompelt zich in een eerste fase onder in de bredere context van zijn stageschool: hij leert de buurt van de school kennen, laat er zich rondleiden door een aantal leerlingen van zijn stageschool, krijgt de kans om met ouders en leerlingen te praten over school, toekomstdromen, leren en leven in Brussel….

Stap 2: De student observeert een aantal lessen van ervaren leerkrachten in zijn Brusselse stageschool. Hij doet dat samen met studenten van de lerarenopleiding op bachelorniveau. In de tweede graad secundair onderwijs volgen de twee studenten lessen van verschillende vakken en reflecteren ze nadien samen over de lessen die ze gezien hebben, de manier waarop taal in alle lessen door de leerkrachten en leerlingen werd gebruikt om leren te bevorderen, de werkvormen, de interactie, de materialen….

Stap 3: Er worden leerunits gevormd waarbij alle studenten van de universitaire lerarenopleiding en bacheloropleiding die op deze stageschool hun stage uitvoeren, de leerkrachten van de school die de studenten begeleiden, de lerarenopleiders die de studenten begeleiden en pedagogisch begeleiders SAMEN nadenken over de lessen die de leerlingen observeerden en de stagelessen die de studenten zullen geven. De leerunits denken vooral na over de manier waarop via binnenklasdifferentiatie kan worden ingespeeld op de ruime niveauverschillen in de klas, over het taalontwikkeld karakter van alle lessen en over de manier waarop abstracte lesinhouden kunnen gekopppeld worden aan de concrete leefwereld van de leerlingen. In de leerunits wordt iedereen door iedereen geholpen. Lesvoorbereidingen worden samen onder de loep gelegd en er wordt daarbij beoordeeld in welke mate alle leerlingen kansen krijgen om tot leren te komen. De leerunits doen suggesties, de student in kwestie neemt uiteindelijk de beslissing hoe hij zijn lessen wil vormgeven.

Stap 4: De studenten geven hun lessen en worden daarbij geobserveerd door een stagementor en een lerarenopleider. Sommige studenten geven de lessen per twee in een vorm van co-teaching: daarbij wordt een student van de universitaire lerarenopleiding aan een student van de bacheloropleiding gekoppeld in de tweede graad (bijvoorbeeld in een vakoverstijgend project), of krijgen twee studenten van de universitaire lerarenopleiding de kans om te team-teachen, en samen met elkaar en van elkaar te leren.

Stap 5: In de leerunits worden de lessen opnieuw SAMEN besproken. Zowel sterke momenten waarop de leerlingen intensief participeerden als de momenten waarop het leerrendement veel lager lag, worden besproken. De groep bedenkt alternatieven voor de dingen die minder goed liepen. Over de verschillende vakken heen probeert de leerunit werkzame principes voor krachtig onderwijs af te leiden uit de analyse van de besproken lessen en deze te koppelen aan onderzoeksgebaseerde, vakdidactische en vakoverstijgende inzichten. Daarbij wordt ook in rekening gebracht wat de leerlingen van de lessen dachten.

Stap 6: De studenten lerarenopleiding getuigen op een studiedag voor mede-studenten (die niet in dit traject zaten) en voor lerarenopleiders wat zij uit deze ervaring hebben geleerd.

Kenmerkend voor deze aanpak is dat onderwijs wordt benaderd als een gezamenlijke uitdaging; dat op deze stageschool de stages van de student talen (op universitair niveau), de student geschiedenis (op universitair niveau) en de student talen-geschiedenis (op bachelor-niveau) niet volledig los van elkaar gebeuren, maar mekaar voortdurend bevruchten; dat studenten zo ervaren wat de meerwaarde van team-teaching en team-denken kunnen zijn; dat studenten ervaren dat ze beter les kunnen geven aan bepaalde leerlingen als ze meer weten over de context waarin die leerlingen zich bevinden; dat omgaan met diversiteit in de klas via de leerunits door diversiteit wordt gevoed. Van mij mag dit soort stage een rage worden….

(Deze bijdrage werd sterk geïnspireerd door het INDIGO-project dat momenteel (met financiële steun van de stichting Porticus) wordt uitgevoerd door de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven en de geïntegreerde lerarenopleidingen van Groep T, KH Leuven (UCLL) en Thomas More).

Leren door te creëren!

Leerlingen tot leren brengen door hen nieuwe dingen te laten creëren? Dat is het pedagogisch recept achter de Amerikaanse High Tech High Schools, waaraan een documentaire is gewijd die we binnenkort ook in Nederland en Vlaanderen kunnen zien. De documentaire heet “Most likely to succeed” en gaat uit van het idee dat leerlingen die in het onderwijs veel kansen krijgen om via projecten allerlei innovatieve dingen te bouwen, maken of creëren een grotere kans maken om (a) het onderwijs boeiend te blijven vinden én (b) tegelijkertijd  veel vakgebonden en vakoverstijgende competenties op een beklijvende manier te verwerven.

Op de website van de High Tech High Schools vind je tal van voorbeelden van projecten waaraan de leerlingen werken:

  • Projectielen in beweging: de leerlingen bouwen raketten en projectielen die een precieze afstand kunnen overbruggen en moeten daarvoor onder andere wiskundige, wetenschappelijke en talige vaardigheden aanwenden en ontwikkelen.
  • Mijn leven: De leerlingen zoeken naar creatieve manieren om belangrijke gebeurtenissen in hun leven aan anderen te vertellen. Ze verbinden verhalen aan posters en kunstwerken en exploreren de mogelijkheden van moderne technologie.
  • Poppenkast: De leerlingen maken van gerecycleerde materialen poppen die ze vervolgens gebruiken om een poppenkastvertelling te produceren over het lot van de Inca’s en de Azteken. Ze verbinden technologische competenties met competenties op het vlak van taal, geschiedkundig inzicht en burgerschap.
  • De globe: De leerlingen maken allerlei variaties van de wereldbol waarin ze diverse aspecten van het leven op de planeet in het ontwerp verwerken (de klimaatopwarming, de verdeling van rijkdom, reliëf…).
  • Onder water of In de lucht: De leerlingen bouwen zelf onderzeeërs en vliegers en moeten daarvoor natuurkundige en wiskundige inzichten koppelen aan technologisch inzicht.
  • De set voor een moordverhaal: De leerlingen gebruiken een tekenprogramma op de computer om drie-dimensionele ontwerpen te maken van het decor voor een moordverhaal, dat ze zelf schrijven.
  • Immigratie vandaag: De leerlingen creëren een podcast op basis van interviews met echte migranten of vluchtelingenkinderen in hun omgeving. Ze creëren ook een kunstwerk op basis van een roman of kortverhaal dat ze lazen en waarin de problematiek van migratie centraal staat.

Leren via creëren. Complexe dingen leren via het creëren van complexe producten. Vakkennis doen werken in plaats van ze alleen maar op te slorpen en verbaal te reproduceren op een examen of toets. Bouwen, innoveren, bijdragen, creëren: het zijn niet alleen werkwoorden die verwijzen naar de resultaten van leerprocessen, maar ook naar krachtige aandrijvers van leerprocessen. De uitdaging om iets te mogen creëren, het opslorpen van kennis om iets te kunnen creëren, het vooruitzicht om dat samen met anderen te doen en dat voor anderen te doen: DAT geeft jonge mensen heel veel positieve energie-voor-leren. Dat geeft zuurstof aan het duurzaam onderwijs van de 21ste eeuw.

Bekijk de trailer van de documentaire

http://mltsfilm.org/

Bekijk de website van High Tech High Schools en hun projecten

http://www.hightechhigh.org/projects/