De media pikten vorige week het SONO-onderzoek van Laurijssen en Glorieux (VUB) gretig op: Als een leerkracht hoge verwachtingen heeft van een leerling, dan is de kans groter dat die leerling een ambitieuze studiekeuze maakt. Daarentegen, als de leerkracht lage verwachtingen heeft, zal die leerling een minder ambitieuze studiekeuze maken.
Dit onderzoek voedt de lange traditie van wetenschappelijk onderzoek naar de impact van leerkrachtverwachtingen op de ontwikkeling van leerlingen. Die traditie kreeg in 1968 een eerste boost door het baanbrekend werk van Rosenthal en Jakobson. Sindsdien heeft een resem studies meer inzicht opgeleverd in welke mechanismen er achter zitten én wat er kan gedaan worden om negatieve effecten tegen te gaan. Zoals altijd blijft het ook hier oppassen voor te sterke en te ongenuanceerde veralgemeningen, en zijn er grote verschillen tussen leraren, maar zoals Good en Lavigne (2018) in hun meest recente versie van hun standaardwerk “Looking in classrooms” aangeven, vallen er een aantal belangwekkende patronen te noteren.
Verwachtingen overbrengen
Leraren evalueren hun leerlingen voortdurend (op diverse manieren) en bouwen op die manier automatisch bepaalde verwachtingen op rond het toekomstig presteren en leren van die leerlingen. Leraren kunnen hun eigen verwachtingen op heel verschillende manieren overbrengen op leerlingen. Dat doen ze zowel impliciet als expliciet, subtiel als (soms) minder subtiel. In vergelijking met leerlingen van wie ze relatief lage verwachtingen koesteren, hebben sommige leerkrachten de neiging om leerlingen van wie ze relatief hogere verwachtingen hebben:
- vaker aan het woord te laten tijdens klassikale momenten, en hen zo meer kansen te geven om hardop te denken en feedback te krijgen op hun antwoorden;
- meer uitdagende, open, denkstimulerende vragen te stellen;
- meer tijd te geven om een antwoord op een vraag van de leraar te geven;
- meer uitdagende taken en opdrachten te geven;
- feedback van een hogere kwaliteit te geven;
- meer kansen te geven om hun fouten zelf te proberen te verbeteren;
- meer tijd te geven om tijdens leesactiviteiten ongestoord te lezen en zelf tot begrip van de tekst te komen;
- meer kansen te geven om zelfregulatie-vaardigheden te ontwikkelen en oefenen;
- expliciet hogere verwachtingen te uiten omtrent de mate waarin ze in staat zullen zijn om uitdagende taken goed uit te voeren;
- positievere evaluaties te hechten aan hun output bij open taken.
Als leerlingen in niveaugroepjes worden gezet, blijken bij sommige leraren de taken van de minder sterk presterende groepjes minder leerpotentieel te bevatten, of soms te sterk vereenvoudigd te worden. Minder sterk presterende leerlingen krijgen ook vaker louter persoonsgerichte feedback, die minder voedend is voor hun ontwikkeling dan taak-, proces- of zelfregulatiegerichte feedback.
Hieruit volgt de hypothese dat leerlingen al deze signalen oppikken en internaliseren: ze krijgen zelf lagere groeiverwachtingen, gaan zich gedragen naar die verwachtingen, wat de bovenstaande patronen nog verder versterkt en leidt tot de befaamde “self-fulfilling prophecy”. Dit alles kan zich ook uiten in de aspiraties die de leerlingen voor hun eigen toekomst koesteren, en dus in hun studiekeuze.
Het bestaande onderzoek geeft ook aan dat bepaalde groepen van leerlingen, zoals bijvoorbeeld leerlingen van laag socio-economische afkomst en leerlingen van anderstalige minderheden, meer kans maken om lagere leerkrachtverwachtingen op te wekken.
Verwachtingen bijstellen?
Ondertussen zijn er ook een aantal interventie-studies uitgevoerd waarin leerkrachten bewust werden gemaakt van deze (veelal onbewuste) verwachtingspatronen, en hen expliciet via coaching en nascholing werd aangeleerd om de bovenstaande gedragingen te neutraliseren. Onder andere de interventiestudie van Rubie-Davies (2018) toont aan dat zulke interventies wel degelijk effectief kunnen zijn, en dat de leraren in de experimentgroep als gevolg van de interventie hoge verwachtingen uitten naar alle leerlingen. In vergelijking met een controlegroep (waarin de leraren ook professionaliseringsactiviteiten kregen aangeboden, maar niet rond leraarverwachtingen) bleken de leerlingen van de leerkrachten in de experimentgroepen significant meer leerwinst te boeken voor wiskunde. Hun verhoogde leerwinst stond gelijk met ongeveer drie maanden onderwijs. De training bestond uit vier workshops, kansen voor de deelnemers om met andere leraren te interageren en overleggen, en feedback-sessies op basis van video-opnames van lessen die de leraren gaven. Bijzonder hoopgevend is dat de leerwinst werd geboekt door alle types leerlingen, dus zowel leerlingen van minderheidsgroepen en lage socio-economische afkomst, als leerlingen van hoge SES.
Conclusie: maken leraarverwachtingen een verschil? Ja, en soms een ongewenst verschil. Kan er aan dat ongewenst verschil iets gedaan worden via professionalisering en lerarenopleiding? Ja, absoluut.
Meer lezen?
Good, T., & Lavigne, A. (2018). Looking in classrooms. Eleventh edition. New York: Routledge.
Rubie-Davies, C. (2018). Teacher expectations in education. London: Routledge.

