Niet dat alle ouders er zo over denken, maar de volgende 5 ideeën over onderwijs blijken hardnekkig te leven bij veel ouders, en blijken volgens wetenschappelijk onderzoek niet te kloppen:
- Hoe meer kansarmen en anderstaligen op de school, hoe sterker het onderwijsniveau daalt: De krant De Standaard meldde deze week dat de segregatie in ons onderwijssysteem maar blijft toenemen. Op scholen met kansarme leerlingen trekken kansrijke ouders vaak hun kinderen weg: ze denken dat de onderwijskwaliteit en het niveau zullen dalen omdat er zoveel kansarme leerlingen zitten. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat niet. Onderzoek toont aan dat de schoolbevolking en de samenstelling van de klassen maar weinig effect heeft op de effectiviteit van scholen en de leerwinst van leerlingen. In sommige scholen met veel kansarme en anderstalige leerlingen stijgt de kwaliteit van het onderwijs en verhoogt de leerwinst zelfs, net omdat de leerkrachten zich door de leerlinginstroom gedwongen voelen om intensief over de kracht van hun onderwijsmethodes na te denken, gevarieerdere werkvormen te gebruiken, hun instructie toegankelijker te maken voor alle leerlingen en hun onderwijs beter af te stemmen op de behoeften van de kinderen. Onderzoek is duidelijk: de kwaliteit van scholen hangt af van de kwaliteit van de leerkrachten. Zowel in de groep van scholen met veel kansrijke, middenklassekinderen als in de groep scholen met veel kansarme en/of anderstalige kinderen zitten scholen die een heel hoog niveau van onderwijskwaliteit als scholen die veel slechter scoren qua leerwinst en onderwijseffectiviteit. Er zijn dus wel degelijk scholen met heel veel anderstalige kinderen die een hoger niveau van onderwijskwaliteit halen dan de hen omringende scholen met alleen maar Nederlandstalige kinderen van kansrijken.
- Zittenblijven verhoogt de kans op later onderwijssucces: Zittenblijven is in Vlaanderen een sterk verspreide praktijk. Voor de leerling is zittenblijven een ingrijpende beslissing: een jaar extra en uit je sociale groep getrokken worden is niet niks. Het valt dus maar te verhopen dat deze ingrijpende maatregel het positieve effect heeft dat de leerling in kwestie vervolgens meer kans maakt op een succesvolle onderwijsloopbaan (dus meer kans heeft om te slagen in de richting van de eigen keuze, een diploma hoger secundair onderwijs te halen, liefst zonder verder zittenblijven). Het wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat niet. Integendeel, binnen- en buitenlands onderzoek geeft aan dat de verdere onderwijsloopbaan van zittenblijvers niet echt rooskleurig verloopt. Veel zittenblijvers bengelen na het jaar dat ze hebben overgedaan vaak heel snel weer achteraan, lopen een hoge kans op nieuw zittenblijven, doorverwijzing naar de 1B-klas van het secundair onderwijs of het buitengewoon onderwijs, en verliezen in dat proces veel zelfvertrouwen, energie om te leren, en motivatie.
- Het gebruik van andere talen op school is schadelijk voor de verwerving van het Nederlands: Op een Nederlandstalige school moeten anderstaligen elke seconde gebruiken om Nederlands te oefenen en te leren. Daarom is het maar best dat ze hun thuistaal niet mogen gebruiken op de speelplaats, laat staan in de les. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat niet. Want als de anderstalige leerlingen signalen krijgen dat ze hun thuistaal – die zoals Vlamingen maar al te goed weten, een onlosmakelijk onderdeel is van hun identiteit – aan de schoolpoort moeten laten staan, zou hun welbevinden wel eens kunnen dalen. En leerlingen met een laag welbevinden leren minder goed. Bovendien kan de thuistaal soms helpen om moeilijke Nederlandstalige woorden of instructies te begrijpen: een snelle vertaling kan wonderen doen (zo ervaren we altijd weer tijdens onze vakantie in het buitenland). Een beetje ruimte voor de thuistaal van de leerling kan dus een groot verschil maken: het kan de verwerving van het Nederlands zelfs stimuleren. Tijd gewonnen dus in plaats van verloren.
- Huiswerk is een kenmerk van hoogstaand onderwijs: In kwaliteitsvolle scholen wordt (veel) huiswerk gegeven, en draagt dat huiswerk ook bij tot het leerrendement. Zo denken veel ouders erover. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat niet, zeker niet op het niveau van basisonderwijs. Er zijn immers heel wat uitstekende onderwijssystemen in het buitenland die op het niveau van basisonderwijs geen huiswerk uitdelen aan kinderen, en toch een zeer hoog leerrendement halen. Alle scholen doen er dus goed aan (en dat geldt zowel voor secundaire als basisscholen) om gedegen na te denken over wat ze precies met dat huiswerk proberen te bereiken, of huiswerk de motivatie van leerlingen verhoogt of verlaagt, en of het bijdraagt tot echt duurzaam leren dan wel tot het kortstondig ontstaan van vluchtige kennis die weer even snel vervliegt.
- Voor de kerstvakantie en aan het einde van het schooljaar moeten scholen lange examenreeksen organiseren: Veel ouders denken dat dat zo hoort, of dat de overheid de scholen verplicht om die examenreeksen in te lassen (en alle lessen gedurende 2 weken lam te leggen), en/of dat die reeksen bijdragen tot het leerrendement of de onderwijskwaliteit. Maar de overheid verplicht scholen helemaal niet om examens te organiseren. Ze verplicht scholen om te evalueren, niet om te examineren. Dat is een verschil van 4 letters, maar een torenhoog verschil in tijdsbesteding. Schoolteams mogen autonoom beslissen hoe ze de leerprocessen en prestaties van hun leerlingen opvolgen en evalueren. Als dat op een andere manier dan via examineren kan (bijvoorbeeld door leerlingen te observeren doorheen het jaar terwijl ze allerlei opdrachten uitvoeren), dan kan dat ook. En het leerrendement van testen en examens? Dat hangt grotendeels af van wat er na het examen gebeurt. Bijvoorbeeld van de feedback die leerlingen krijgen op hun examenprestaties, want van feedback kan je leren. Daaruit kan je leren waarom een antwoord goed was, en waarom het andere antwoord fout was. En pas als je dat echt begrijpt, maak je meer kans om de volgende keer niet weer dezelfde fout te maken. Scholen moeten dus niet nog meer testen, ze moeten meer doen met de evaluatie die ze opzetten.