Stap 1: een student van de universitaire lerarenopleiding van de KU Leuven kiest ervoor een deel van zijn stage in de grootstad Brussel te doen. Hij dompelt zich in een eerste fase onder in de bredere context van zijn stageschool: hij leert de buurt van de school kennen, laat er zich rondleiden door een aantal leerlingen van zijn stageschool, krijgt de kans om met ouders en leerlingen te praten over school, toekomstdromen, leren en leven in Brussel….
Stap 2: De student observeert een aantal lessen van ervaren leerkrachten in zijn Brusselse stageschool. Hij doet dat samen met studenten van de lerarenopleiding op bachelorniveau. In de tweede graad secundair onderwijs volgen de twee studenten lessen van verschillende vakken en reflecteren ze nadien samen over de lessen die ze gezien hebben, de manier waarop taal in alle lessen door de leerkrachten en leerlingen werd gebruikt om leren te bevorderen, de werkvormen, de interactie, de materialen….
Stap 3: Er worden leerunits gevormd waarbij alle studenten van de universitaire lerarenopleiding en bacheloropleiding die op deze stageschool hun stage uitvoeren, de leerkrachten van de school die de studenten begeleiden, de lerarenopleiders die de studenten begeleiden en pedagogisch begeleiders SAMEN nadenken over de lessen die de leerlingen observeerden en de stagelessen die de studenten zullen geven. De leerunits denken vooral na over de manier waarop via binnenklasdifferentiatie kan worden ingespeeld op de ruime niveauverschillen in de klas, over het taalontwikkeld karakter van alle lessen en over de manier waarop abstracte lesinhouden kunnen gekopppeld worden aan de concrete leefwereld van de leerlingen. In de leerunits wordt iedereen door iedereen geholpen. Lesvoorbereidingen worden samen onder de loep gelegd en er wordt daarbij beoordeeld in welke mate alle leerlingen kansen krijgen om tot leren te komen. De leerunits doen suggesties, de student in kwestie neemt uiteindelijk de beslissing hoe hij zijn lessen wil vormgeven.
Stap 4: De studenten geven hun lessen en worden daarbij geobserveerd door een stagementor en een lerarenopleider. Sommige studenten geven de lessen per twee in een vorm van co-teaching: daarbij wordt een student van de universitaire lerarenopleiding aan een student van de bacheloropleiding gekoppeld in de tweede graad (bijvoorbeeld in een vakoverstijgend project), of krijgen twee studenten van de universitaire lerarenopleiding de kans om te team-teachen, en samen met elkaar en van elkaar te leren.
Stap 5: In de leerunits worden de lessen opnieuw SAMEN besproken. Zowel sterke momenten waarop de leerlingen intensief participeerden als de momenten waarop het leerrendement veel lager lag, worden besproken. De groep bedenkt alternatieven voor de dingen die minder goed liepen. Over de verschillende vakken heen probeert de leerunit werkzame principes voor krachtig onderwijs af te leiden uit de analyse van de besproken lessen en deze te koppelen aan onderzoeksgebaseerde, vakdidactische en vakoverstijgende inzichten. Daarbij wordt ook in rekening gebracht wat de leerlingen van de lessen dachten.
Stap 6: De studenten lerarenopleiding getuigen op een studiedag voor mede-studenten (die niet in dit traject zaten) en voor lerarenopleiders wat zij uit deze ervaring hebben geleerd.
Kenmerkend voor deze aanpak is dat onderwijs wordt benaderd als een gezamenlijke uitdaging; dat op deze stageschool de stages van de student talen (op universitair niveau), de student geschiedenis (op universitair niveau) en de student talen-geschiedenis (op bachelor-niveau) niet volledig los van elkaar gebeuren, maar mekaar voortdurend bevruchten; dat studenten zo ervaren wat de meerwaarde van team-teaching en team-denken kunnen zijn; dat studenten ervaren dat ze beter les kunnen geven aan bepaalde leerlingen als ze meer weten over de context waarin die leerlingen zich bevinden; dat omgaan met diversiteit in de klas via de leerunits door diversiteit wordt gevoed. Van mij mag dit soort stage een rage worden….
(Deze bijdrage werd sterk geïnspireerd door het INDIGO-project dat momenteel (met financiële steun van de stichting Porticus) wordt uitgevoerd door de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven en de geïntegreerde lerarenopleidingen van Groep T, KH Leuven (UCLL) en Thomas More).