Slecht nieuws verkoopt beter dan goed nieuws. Dat Vlaamse 15-jarigen uitstekende scores behaalden voor de PISA-toetsen computationeel probleemoplossen werd in de media helemaal ondergesneeuwd door het slechte nieuws rond hun dalende prestaties voor begrijpend lezen, wiskunde en wetenschappen. Het Vlaams Departement Onderwijs en Vorming vat de puike resultaten samen op haar website:
Voor computationeel probleemoplossen, het innovatieve domein van PISA 2025, zet Vlaanderen een sterk resultaat neer. Binnen Europa scoort alleen Estland beter. Vlaanderen ligt ook boven het EU- en OESO-gemiddelde. Ruim 1/3de van de Vlaamse leerlingen behoort tot de toppresteerders.
Dit is een bevestiging van het internationale ICILS 2023 onderzoek: ook daaruit bleek dat Vlaamse leerlingen aan het einde van de eerste graad secundair tot de internationale top behoren op het vlak van digitale vaardigheden.
Wat houdt computationeel probleemoplossen in PISA precies in? Het loont de moeite om letterlijk te vertalen wat het PISA-rapport hierover zegt: “De score van leerlingen op de schaal van computationeel probleemoplossen beschrijft de mate waarin de studenten problemen kunnen oplossen door gebruik te maken van modellerings- en programmeertools, en van digitale praktijken zoals het uitvoeren van experimenten, het analyseren van data en het bouwen en debuggen van digitale artefacten. De prestatie van de leerlingen wordt ondersteund door zelfregulerend leren, met name de mate waarin ze hun motivatie en taakgerichtheid behouden, hun vooruitgang monitoren, strategieën aanpassen en hun eigen prestatie evalueren.” Dit gaat dus over gestructureerd redeneren binnen een digitale omgeving en de eigen redenering indien nodig bijsturen. OESO claimt dat deze toetsen ook in kaart brengen in welke mate leerlingen volhouden als de taak uitdagend of frustrerend wordt, en hoe ze met feedback omgaan die ze tijdens de taakuitvoering krijgen van de digitale toepassing.
De goede resultaten suggereren dus dat veel Vlaamse jongeren voor dit PISA-onderdeel een sterke taakgerichtheid en stevig doorzettingsvermogen toonden. Dat is veelzeggend, precies omdat gebrek aan concentratie, doorzettingsvermogen en taakgerichtheid als een van de mogelijke verklaringen wordt opgevoerd (ook door OESO zelf) voor de dalende prestaties voor begrijpend lezen. Taakgerichtheid en concentratiebogen van 15-jarigen zouden dus wel eens taakafhankelijk kunnen zijn. Het is dus met andere woorden niet zo dat moderne technologie en sociale media het taakengagement van onze jongeren over de ganse lijn aan flarden rijten. Overigens tonen de eerste analyses dat bij de begrijpend-leestoetsen de terugval in prestaties (internationaal) het grootst is bij langere teksten en teksten die complex in elkaar zitten. Het aantal “hasty responses (fast and incorrect)” nam in vergelijking met PISA 2022 toe, en net voor het begrijpen van langere en complexere teksten is traag, diepgaand lezen van groot belang. Het lijkt erop dat voor computationeel probleemoplossen minder leerlingen die “hasty” reflex vertoonden.
De uitstekende prestaties van onze jongeren voor computationeel probleemoplossen verdienen om een tweede reden meer dan een voetnoot: het gaat hier over een hedendaagse sleutelcompetentie. Ik laat het woord “competentie” bewust vallen omdat OESO het in haar rapport zelf voortdurend gebruikt. Meer zelfs, met het geheel van alle toetsen en vragenlijsten die ze aan 15-jarige leerlingen voorleggen, wil OESO nagaan of leerlingen “future-ready” en “competent learners” zijn.
Competent learners are those who not only understand what they have learned, but can also use that knowledge and skills effectively, apply it with confidence in real-world situations, and continue to apply it throughout their lives, beyond formal education settings. This also requires a willingness to learn, supported by curiosity and perseverance. As a working definition, competent learners can be understood in terms of two key dimensions: proficiency and engagement.
Competente leerders zijn leerlingen die niet alleen een sterke prestatie kunnen neerzetten tijdens een momentopname, maar ook geëngageerd zijn om verder te leren, ook tijdens hun pogingen om een prestatie neer te zetten. Het zijn leerders die niet alleen gepaste kennis, vaardigheden en attitudes kunnen inzetten in een grote variatie aan taken en leersituaties. Ze zijn ook gemotiveerd om goed te presteren en bij te leren, en haken niet af als het moeilijker wordt. Integendeel, competente leerders zien obstakels als kansen, én uitdagingen, om weer iets nieuws bij te leren.
Bronnen?
https://www.oecd.org/en/publications/pisa-2025-results-volume-i_73451bc5-en.html