Het is weer Boekenbeurstijd in Vlaanderen: een mooie aanleiding om een aantal recente onderzoeksresultaten over voorlezen en vrijetijdslezen op te lijsten. Die halen we uit de onderzoeksgebaseerde publicaties die Peter Broekhof schreef voor Stichting Lezen.
- Algemeen: Dagelijks voorlezen aan kinderen (tot aan het einde van het basisonderwijs!) heeft een robuust positief effect op hun woordenschatontwikkeling, technisch lezen en spelling, (ontluikende) geletterdheid, inzicht in tekst- en verhaalstructuren, leesmotivatie en kennisontwikkeling. Uit de Millenium Cohort Study bleek dat peuters die dagelijks vijftien minuten worden voorgelezen, op latere leeftijd een voorsprong hebben in taal en rekenen en in hun sociaal-emotionele, lichamelijke en creatieve ontwikkeling. De effecten van voorlezen zijn nog sterker als er tijdens het voorlezen een gesprek tussen voorlezer en kind ontstaat.
- Woordenschatontwikkeling: Via voorlezen en zelf lezen krijgen kinderen kansen om laagfrequente woorden (die niet vaak voorkomen in dagelijkse gesprekken, zelfs die op school) te verwerven. Dat is nodig: schattingen geven immers aan dat kinderen van de duizenden woorden die ze nodig hebben om op school tot leren te komen, slechts een fractie via expliciete woordenschatinstructie kunnen verwerven. Niet alleen het bekijken en beluisteren van papieren prentenboeken, maar ook van digitale prentenboeken blijkt voor kinderen woordenschatwinst op te leveren, vooral als nieuwe woorden goed worden geïllustreerd door tekeningen, illustraties en bewegingen. Opvallend is dat digitale prentenboeken veel aandacht bij kinderen genereren. Ook het herhaald beluisteren van hetzelfde voorgelezen of digitale prentenboek heeft een positief effect. Zelf lezen voedt ook woordenschatontwikkeling: Als kinderen vijf minuten per dag lezen, dan lezen ze jaarlijks bijna 300.000 woorden meer dan een kind dat helemaal niet leest. Daar zitten veel nieuwe woorden tussen, die al lezend kunnen verworven worden. Kinderen vergaren al lezend ook nieuwe kennis over de wereld: lezen opent nieuwe vensters op de wereld. Dat geldt niet alleen voor het lezen van kranten, informatieve boeken en tijdschriften, maar ook voor het lezen van jeugdboeken.
- Ouders sensibiliseren om thuis voor te lezen, helpt: Gezinnen verschillen sterk in de hoeveelheid en kwaliteit van taal die er thuis wordt gesproken. In ‘praatgrage’ gezinnen hoort een kind gemiddeld 2125 woorden per uur, terwijl dat in een ‘gezin met zwijgzame ouders’ gemiddeld 615 woorden per uur bedraagt. Voorlezen en verhalen vertellen thuis kan kinderen helpen om thuis niet alleen meer woorden, maar ook een grotere variatie aan woorden te horen. Niet-Nederlandstalige ouders kunnen het best voorlezen, en in interactie gaan met hun kind, in de taal die ze zelf het best beheersen. In een recente studie van Grover e.a. kregen kinderen op school verhalen in het Noors (de schooltaal) te horen, thuis lazen de ouders in de experimentconditie dezelfde verhalen voor in hun eigen taal. De meertalige, experimentele groep bleek in de loop van onderzoeksperiode (van minder dan acht maanden) drie maanden in hun taalontwikkeling (woordenschat Noors, grammaticale vaardigheid) vooruit te zijn gelopen op de controlegroep.
- Interactie doet ertoe: Babyboekjes (waarmee de peuter speelt of waarin die bijt 😊) zijn vooral voedend voor taalontwikkeling als ouders ze gebruiken om een gesprekje over het boekje te beginnen. Zo wordt niet alleen taalaanbod geboden, maar groeit ook een gezellige routine van praten over boekjes. Dat legt de basis voor het latere interactief voorlezen: door het kind mee te laten nadenken over de inhoud van het verhaal, de acties van de personages en de emoties in het verhaal, wordt de productieve taalontwikkeling van kinderen bevorderd. Ook op school is het belangrijk dat leraren in gesprek gaan met hun leerlingen tijdens het voorlezen: bijzonder voedend zijn ‘hogere orde’ vragen die verder gaan dan ‘wat zie je’ en ‘wat gebeurt er’ en die een beroep doen op het leggen van verbanden tussen elementen van het verhaal en tussen het verhaal en de echte wereld (bv. ‘hoe komt dat, denk je’ , of ‘wat had hij ook kunnen doen’ of ‘wat zouden de anderen ervan vinden’). Onderzoek toont ook aan dat ouders die tekstloze boeken ‘voorlazen’, veel taal uitlokten bij hun kind en sterk reageerden op de taal van hun kind. De kinderen initieerden ook vaker zelf een interactie. Tekstloze boeken kunnen ook interessant zijn voor laaggeletterde ouders.
- Informatieve boeken: worden in het voorlezen aan kinderen nog onderschat. Uit onderzoek blijkt dat ouders informatieve boeken anders voorlezen dan prentenboeken. Ze gebruiken meer verschillende woorden, ze voegen meer informatie toe aan wat ze lezen en er vinden meer beurtwisselingen plaats in het gesprek met hun kind. Variatie in het boekenaanbod loont dus.
- Ook effecten voor oudere kinderen: Voor 6- tot 12-jarigen heeft dagelijks voorlezen nog steeds positieve effecten, onder andere op de ontwikkeling van algemene kennis, tekstbegrip, grammaticale kennis en woordenschat, en op de motivatie om zelf te lezen. Kinderen die het nog moeilijk hebben met vloeiend technisch lezen, kunnen via voorleessessies luisteren naar teksten die aansluiten bij hun belangstelling en algemene ontwikkelingsniveau, zonder de belemmering van hun beperkte leesvaardigheid.
- Vrij lezen op school: Kinderen op school ‘verplichten’ om vrij te lezen, werkt niet voor alle kinderen even goed. Voor de kinderen die echt niet graag lezen, is het belangrijk dat het zogenaamde vrij lezen wordt aangevuld met interactief voorlezen, samen voorlezen, gesprekken over boeken en begeleide boekenselectie (met specifieke aandacht voor niet-lezers, zodat zij toch iets vinden dat ze graag willen lezen). Vrij lezen kan dus wel degelijk werken voor alle kinderen als het is ingebed in een doordachte aanpak om de leesmotivatie van kinderen op te krikken.
- Een bibliotheek op school: Onderzoek toont aan dat scholen die investeren in een eigen schoolbibliotheek met een ruim, gediversifieerd aanbod, daarvan de vruchten plukken, vooral als een leraar of schoolbibliothecaris de leerlingen begeleidt. Uit het onderzoek van Nielen en Bus blijkt dat leerlingen op scholen die deelnemen aan het Nederlandse project ‘Bibliotheek op school’ significant hoger scoren op tekstbegrip dan leerlingen op andere scholen en ook meer en vaker lezen.
Bronnen:
https://www.lezen.nl/publicatie/meer-lezen-beter-in-taal-primair-onderwijs
https://www.lezen.nl/publicatie/meer-voorlezen-beter-in-taal